Medisch beroepsgeheim bij kindermishandeling

Spreken of zwijgen?

Tekst door: Josien van Geresteijn & Lieve Aalbers

Ludwig Wittgenstein: ‘‘Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen’’.

Ludwig Wittgenstein: ‘‘Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen’’.  Soms is het beter om te zwijgen, zeker wanneer er sprake is van beroepsgeheim. Het schenden van het beroepsgeheim is strafbaar op grond van artikel 272 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Het zwijgen over gegevens van patiënten is dus een verplichting. Toch is het in sommige gevallen beter om te spreken, maar wanneer? Met spreken bedoelen we het schenden van het beroepsgeheim door gegevens van patiënten te delen met anderen.

Een van de sectoren waarbij beroepsgeheim een belangrijke rol speelt, is de geneeskunde. Artsen beschikken over veel persoonlijke informatie van patiënten. Het is van groot belang dat deze informatie goed beschermd wordt. Als dat niet gebeurt, verliezen patiënten het vertrouwen om informatie te delen. Dat is niet bevorderlijk voor de zorg. Er zijn echter situaties waarin het beroepsgeheim doorbroken mag worden. De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (hierna: KNMG) stelt dat er drie situaties zijn waarin dit toegestaan is. Dit is het geval indien de patiënt toestemming geeft, als er een wettelijke plicht is of wanneer we te maken hebben met een conflict van plichten. Wanneer er een vermoeden van kindermishandeling is, wordt er een beroep gedaan op een conflict van plichten.1

Kindermishandeling komt helaas nog te vaak voor in Nederland. In het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) staat in artikel 19 dat op de overheid de plicht rust om passende maatregelen te nemen om het kind te beschermen tegen kindermishandeling. Maar hoe zit dit dan wanneer een arts zich moet houden aan het beroepsgeheim? Zoals eerder benoemd, is schending van beroepsgeheim strafbaar op grond van artikel 272 Sr. Wat weegt dan zwaarder: de spreekplicht of de zwijgplicht?

Zowel de spreekplicht als de zwijgplicht kennen voor- en nadelen. Dat is dan ook waar we in dit artikel onderzoek naar gaan doen. We zullen eerst een juridisch kader schetsen omtrent het medisch beroepsgeheim bij kindermishandeling. Vervolgens wordt zowel de spreekplicht als de zwijgplicht nader toegelicht. We leggen dit uit met behulp van het münchhausen-by-proxysyndroom. We sluiten af met een conclusie.

Uitleg beroepsgeheim 

Hippocrates zei: ‘‘Al hetgeen mij ter kennis komt in de uitoefening van mijn beroep (…) en dat niet behoort te worden rondverteld, zal ik geheim houden en niemand openbaren.’’ Het beroepsgeheim waar hij het over heeft, leeft nog steeds.

Artsen hebben een beroepsgeheim. Het beroepsgeheim is de plicht om te zwijgen over feiten en gegevens van derden, die iemand bij het uitoefenen van zijn beroep te weten is gekomen. Het wordt ook wel de zwijgplicht genoemd. Het beroepsgeheim zorgt ervoor dat bepaalde beroepsbeoefenaren hun werk kunnen doen, en dat hun cliënten vrijuit met hen kunnen spreken. Het beroepsgeheim is niet alleen een juridische regel, maar ook een ethische norm, die de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt beschermt.2 Als patiënt moet u ervan op aan kunnen dat wat u tegen de arts zegt, niet openbaar wordt. Zou u namelijk het risico lopen dat de arts uw medische gegevens aan derden ter beschikking stelt, dan zou dat u ervan kunnen weerhouden om bepaalde vragen over medische zorg te stellen. Deze geheimhoudingsplicht gaat wel ver, maar is niet absoluut.

Een arts hoeft immers niet altijd te zwijgen. Hij mag spreken als de patiënt dat goed vindt. Wanneer de wet het hem verplicht, zoals bij een infectieziekte of een overlijden, moet hij spreken. Hij mag – moet zelfs – ook spreken bij een vermoeden van kindermishandeling of als hij, meer algemeen, alleen op deze manier ernstige schade aan anderen kan voorkomen.

Op dit gebied kunnen veel dilemma’s ontstaan. Zo kwam een arts van een patiënt die hij behandelde voor intoxicatie, te weten wie in een discotheek giftige paddo’s uitdeelde. Hij meldde dit aan de politie, met de arrestatie van de paddo-sinterklaas als resultaat. Een andere arts zag zijn patiënt met vergevorderde lues op een feest intiem met twee vrouwen dansen. Toch besloot hij hen niet te waarschuwen, hoezeer hij het ook onethisch vond om de potentiële nieuwe soa patiënten niet te waarschuwen.  Ook in de relatie tot familieleden van patiënten doen zich dilemma’s voor: ‘‘Als kinderen mij bellen over hun hoogbejaarde ouders, dan praat ik wel eens met ze en bedenk dan later dat dat eigenlijk onder het beroepsgeheim valt’’, zegt een arts.3

 

Juridisch kader beroepsgeheim

Het medische beroepsgeheim is op twee plaatsen in de wet opgenomen. In de eerste plaats is dat artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Dit artikel bepaalt dat eenieder die een beroep op het gebied van de individuele gezondheidszorg uitoefent, de plicht heeft alles geheim te houden wat hem bij de uitoefening van zijn beroep is toevertrouwd. Daarnaast is de medische zwijgplicht vastgelegd in artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek. Die bepaling is beperkter en geldt alleen voor hulpverleners die een handeling op het gebied van de geneeskunst verrichten.

Schending van het beroepsgeheim is op grond van artikel 272 Sr strafbaar. Het is geen absoluut recht, omdat het op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen door de rechter kan worden doorbroken.4 Als een arts deze geheimhoudingsplicht schendt, kan dat tot strafrechtelijke en tuchtrechtelijke vervolging leiden. Daarbij kunnen beroepsverenigingen bijkomende sancties opleggen zoals een waarschuwing, schorsing of beroepsverbod. Bovendien kan eenieder die door schending van het beroepsgeheim schade heeft geleden schadevergoeding eisen op grond van wanprestatie. Het medische tuchtrecht is eigenlijk een soort rechtspraak waarbij een speciale instantie (het tuchtcollege) beoordeelt of een arts of andere hulpverlener volgens de voor hem geldende professionele standaard heeft gewerkt.5 Artsen zullen hun beroepsgeheim dus erg serieus nemen, en wel twee keer nadenken voor zij deze schenden.

 

Meldcode kindermishandeling

In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat huiselijk geweld en kindermishandeling op grote schaal voorkomen. Het gaat om een van de omvangrijkste geweldsvormen in onze samenleving.6 Het gaat in ons land naar schatting jaarlijks om 90.000 tot 127.000 slachtoffers van kindermishandeling.7

Op de overheid rust de internationale verplichting om alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen te treffen om kinderen tegen kindermishandeling te beschermen (artikel 19 IVRK).  Die positieve verplichting die op de overheid rust, werkt door in de horizontale relatie tussen arts, kind en ouders. Artsen zijn, gezien hun rechtstreekse contact met cliënten, in de positie om signalen van kindermishandeling te herkennen en aan te pakken en hebben dus een bijzondere verantwoordelijkheid ter bescherming van het kind. Om kindermishandeling zoveel mogelijk te voorkomen of in elk geval terug te dringen, is vroegsignalering ervan belangrijk. Dat vinden niet alleen wetgever en regering, maar dat vindt ook de eigen beroepsgroep, de KNMG.8

‘Spreken tenzij’ werd al in 2008 als uitgangspunt vastgelegd in de toenmalige KNMG-meldcode Kindermishandeling. De KNMG is een maatschappij die zich sterk maakt voor de kwaliteit van de medische beroepsuitoefening en de volksgezondheid.9 Bij de meldcode hoort een stappenplan dat beschrijft welke stappen een arts kan of moet zetten als hij signalen van kindermishandeling krijgt en dit mogelijk moet melden aan Veilig Thuis. Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld, kinder- en ouderenmishandeling. Iedere arts wordt geacht om bij (een vermoeden van) kindermishandeling dit stappenplan toe te passen.

De herziene KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld is na publicatie op 22 november 2018 verplicht voor artsen.

De meldcode begint met drie artikelen over de algemene verantwoordelijkheden van de arts. Deze betreffen de signalering, vaststelling en aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld, en de omgang met dossiergegevens. Artikel 4 bevat vervolgens de kern van deze meldcode: het stappenplan. Dit plan beschrijft stapsgewijs hoe de arts met vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld om dient te gaan.10

Door het stappenplan in de KNMG-meldcode te volgen zijn artsen in staat om zorgvuldig en consequent te handelen wanneer zij onveilige situaties in gezinnen vermoeden. De medisch professional maakt zelf de afweging om het beroepsgeheim te doorbreken en te melden: er geldt een meldrecht, geen meldplicht. Door het besluit niet te melden, neemt de professional wel de verantwoordelijkheid op zich om zelf hulp te organiseren en te monitoren, totdat deze verantwoordelijkheid door een ander is overgenomen. Dit valt onder de zorgplicht van de professional zoals beschreven in de WGBO en de KNMG-meldcode.11

De nieuwe KNMG-meldcode kindermishandeling spoort artsen aan zich actiever op te stellen bij het bestrijden van kindermishandeling. Deze meldcode geeft handen en voeten aan het ‘meldrecht’ van beroepsbeoefenaren met een geheimhoudingsplicht. Artsen blijven tegelijkertijd gebonden aan de wettelijke geheimhoudingsplicht. Dat betekent dat artsen die melding maken van kindermishandeling in beginsel in strijd met die juridische plicht handelen. Artsen die, in de geest van de code, hun nek uitsteken bij kindermishandeling kunnen dan ook te maken krijgen met juridische procedures, waaronder klachten bij de tuchtrechter. De code beoogt artsen een stuk vastigheid te bieden en daarmee ook bescherming bij klachten of andere procedures, waaronder tuchtrechtelijke procedures. Artsen hebben er namelijk behoefte aan te weten in welke (uitzonderlijke) gevallen zij hun zwijgplicht mogen – en wellicht moeten – doorbreken, zonder dat dit voor hen juridische consequenties heeft.

De nieuwe meldcode – en dus ook het handelen van artsen die conform die code optreden bij vermoedens van kindermishandeling – zal voor steun van de tuchtrechter zorgen.12

‘…hoezeer hij het ook onethisch vond om de potentiële nieuwe soa patiënten niet te waarschuwen.’

‘De druk om het beroepsgeheim altijd te bewaren is hiermee afgenomen waardoor artsen hun vermoedens uit durven te spreken.’

Spreekplicht: voor- en nadelen

Hoewel het een lange tijd zo was dat er veel waarde gehecht werd aan de zwijgplicht van artsen (het beroepsgeheim), lijkt dit de laatste tijd te veranderen. Er vindt een verschuiving plaats van zwijgen naar spreken. Dat komt doordat de overheid wil dat er meer meldingen van kindermishandeling gemaakt worden.13 Aan deze verschuiving zitten voordelen en nadelen verbonden. Het toelichten van deze voor- en nadelen doen we aan de hand van een specifieke vorm van kindermishandeling: het münchhausen-by-proxysyndroom.

Het münchhausen-by-proxysyndroom is een vorm van kindermishandeling waarbij het kind opzettelijk ziek wordt gemaakt of gehouden. Een vorm hiervan is Pediatric Condition Falsification (hierna: PCF).14 Hierbij gaat het om het uitvergroten, veroorzaken, verergeren of verzinnen van psychische en fysieke klachten bij kinderen door de ouders. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat een ouder een kind dat al ziek is, te veel of verkeerde medicatie geeft, waardoor de situatie verslechterd.

Een groot voordeel van de verschuiving van zwijgen richting spreken, is dat de veiligheid van het kind beter gewaarborgd wordt dan eerst. De druk om het beroepsgeheim altijd te bewaren is hiermee afgenomen waardoor artsen hun vermoedens uit durven te spreken. Dit is noodzakelijk om gevallen van kindermishandeling vroegtijdig te ontdekken. Bovendien zijn artsen goed in staat om in te schatten of er sprake kan zijn van kindermishandeling.15 Toen de nadruk nog lag op zwijgen, durfden artsen minder hun vermoedens van kindermishandeling uit te spreken waardoor veel gevallen wellicht nooit zijn ontdekt. Dit is uiteraard nadelig voor de veiligheid van het kind. De overheid heeft op grond van artikel 19 IVRK een verplichting om kinderen te beschermen tegen kindermishandeling en doordat artsen tegenwoordig eerder durven te spreken, geven we beter gehoor aan deze verplichting.

Dit heeft geleid tot meer meldingen van vermoeden van het münchhausen-by-proxysyndroom.16 Wanneer dit terechte vermoedens zijn, is dat natuurlijk een zeer positieve ontwikkeling. Sommige vermoedens zijn echter onterecht wat leidt tot het vals beschuldigingen van ouders. Dit is een groot nadeel van de verschuiving van zwijgen naar spreken. Ouders die onterecht beschuldigd worden van het ziek maken van hun eigen kind, komen in een zwaar proces terecht. Dit heeft grote gevolgen zoals ondertoezichtstelling van het kind, uithuisplaatsing of zelfs een strafrechtelijke vervolging wegens kindermishandeling. Dit proces kan jarenlang duren en is heel intensief. Het is dus erg nadelig om het beroepsgeheim te schenden wanneer later blijkt dat dit vermoeden van kindermishandeling onterecht was. De gevolgen zijn heel zwaar voor ouders en kind en dat kan niet de bedoeling zijn. Dus moet er opgepast worden met het schenden van het beroepsgeheim wanneer er voor een vermoeden niet genoeg bewijs bestaat.

Onterechte schending van het beroepsgeheim levert niet alleen bij het münchhausen-by-proxysyndroom ernstige gevolgen op. Bij kindermishandeling in het algemeen heeft het grote gevolgen. Zo verliezen mensen het vertrouwen in de arts aangezien hun privacy geschonden is. Daardoor kan het zijn dat voortaan bepaalde informatie wordt achtergehouden van de arts. Dat is niet bevorderlijk voor de zorg. Hierdoor kan een arts niet goed zijn werk doen. Dit is nog een reden waarom er voorzichtig omgegaan moet worden met de schending van het beroepsgeheim (bij vermoedens van kindermishandeling).

Dat er opgepast moet worden met het schenden van het beroepsgeheim, wil niet zeggen dat we weer volledig terug moeten van spreken naar zwijgen. Het is met name van belang dat er goed omgegaan wordt met de zorgvuldig opgestelde regels van de meldcode van het KNMG.17 Voordat een arts overgaat tot het schenden van het beroepsgeheim loopt hij al deze eerder beschreven stappen af. De meldcode biedt houvast. Wanneer is een vermoeden terecht? Wanneer zijn de zorgvuldigheidseisen voldoende in acht genomen? De antwoorden op dit soort vragen zijn te vinden in de meldcode. Dit zorgt ervoor dat er zo min mogelijk onterechte meldingen gedaan worden. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat artsen vaker meldingen maken van kindermishandeling. Dat komt doordat ze meer vertrouwen hebben in hun eigen vermoeden als ze de stappen van de meldcode hanteren.

 

Conclusie

Het blijft lastig om te zeggen of de verschuiving van zwijgen naar spreken dus een positieve of een negatieve verschuiving is. Er zitten zowel veel voor- als nadelen aan. Toch weegt het risico dat een vermoeden onterecht is niet op tegen de mogelijkheid dat een kind mishandeld wordt. Het is van groot belang dat de veiligheid van het kind gewaarborgd wordt. Natuurlijk moet een vermoeden wel goed onderbouwd zijn met voldoende bewijs. Een vermoeden moet dus wel gegrond zijn. De meldcode van het KNMG zorgt hiervoor: het biedt houvast voor de arts en helpt de arts een juiste afweging te maken. Daarom bepleiten wij ook dat de verschuiving positief is. Wanneer de juiste (toegestane) stappen gevolgd worden voor het schenden van het beroepsgeheim, mag het beroepsgeheim dan ook doorbroken worden. Het belang van het kind staat hierbij voorop.

Josien van Geresteijn (20) zit in haar tweede jaar van de studie Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Utrecht. Nadat ze vorig jaar deel uitmaakte van de JSD Commissie bij de JSVU, is ze dit jaar redacteur voor de Juncto. Ze is vooral geïnteresseerd in strafrecht en buiten haar studie om werkt ze graag in de horeca.

Contact opnemen? Dat kan via:

juncto@jsvu.nl

Lieve Aalbers (18) is eerstejaars studente Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht. Naast haar interesse in het recht, is zij erg geïnteresseerd in taal en journalistiek. Daarom is schrijven voor de Juncto ideaal zodat zij die twee passies kan combineren. In haar vrije tijd is ze veel te vinden op het hockeyveld, bij vrienden of achter een schildersezel.

Contact opnemen? Dat kan via:

juncto@jsvu.nl

Voetnoten
  1. Beroepsgeheim, https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/ethische-toolkit/snel-wat-weten-1/medisch-ethische-vraagstukken-in-het-kort-1/beroepsgeheim.htm (geraadpleegd op 26-02-2021).
  2. Beroepsgeheim, https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/ethische-toolkit/snel-wat-weten-1/medisch-ethische-vraagstukken-in-het-kort-1/beroepsgeheim.htm (geraadpleegd op 26-02-2021).
  3. S. Broersen & J. Visser, ‘Hoe rekbaar is uw beroepsgeheim?’ (19 december 2012), https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/hoe-rekbaar-is-uw-beroepsgeheim.htm (geraadpleegd op 10-02-2021).
  4. Basisprincipes medisch beroepsgeheim, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/06/15/basisprincipes-medisch-beroepsgeheim (geraadpleegd op 08-02-2021).
  5. Wat is medisch tuchtrecht?, https://www.judex.nl/rechtsgebied/letselschade-ongevallen/medische-fouten/artikelen/wat-is-medisch-tuchtrecht/#:~:text=Het%20medische%20tuchtrecht%20is%20eigenlijk,geldende%20professionele%20standaard%20heeft%20gewerkt.&text=U%20kunt%20als%20pati%C3%ABnt%20een,van%20de%20vijf%20regionale%20tuchtcolleges (geraadpleegd op 27-02-2021).
  6. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’, in: Nederlands Juristenblad, afl. 18 (19 april 2013).
  7. Aantal gevallen van kindermishandeling (versie 11-02-2021), https://www.nji.nl/Kindermishandeling-Probleemschets-Cijfers (geraadpleegd op 27-02-2021).
  8. Mr. dr. M.P. Sombroek-van Doorm, ‘Medisch beroepsgeheim en kindermishandeling – van ‘conflict van plichten’ naar zorgplicht’ in: Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, 2019/59.
  9. Beroepsgeheim, https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/ethische-toolkit/snel-wat-weten-1/medisch-ethische-vraagstukken-in-het-kort-1/beroepsgeheim.htm (geraadpleegd op 26-02-2021).
  10. KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 2018, https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/dossiers/kindermishandeling-en-huiselijk-geweld-5.htm (geraadpleegd op 25-02-2021).
  11. Richtlijn signalering kindermishandeling in de spoedeisende medische zorg, https://leck.nu/wp-content/uploads/Richtlijn-signalering-kindermishandeling-in-de-spoedeisende-medische-zorg.pdf (geraadpleegd op 25-02-2021).
  12. Prof. mr. A.C. Hendriks, mr. R.P. de Roode, mr. drs. M.P. Sombroek-van Doorm, ‘Nieuwe KNMG-meldcode kindermishandeling aan de tuchtrechtspraak getoetst Code biedt artsen steun bij doorbreken van beroepsgeheim’ in: Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, afl. 11 2019/107
  13. Besluit van 23 juni 2017 (Besluit houdende wijziging van het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling), https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-291.html (geraadpleegd op 26-02-2021).
  14. Pediatric condition falsification, https://www.huiselijkgeweld.nl/vormen/pediatric-condition-falsification (geraadpleegd op 29-01-2021).
  15. Mr. dr. M.P. Sombroek-van Doorm, ‘Medisch beroepsgeheim en kindermishandeling – van ‘conflict van plichten’ naar zorgplicht’ in: Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, 2019/59.
  16. Zembla, ‘verdachte ouders’, https://www.npostart.nl/zembla/13-12-2017/BV_101384724 (geraadpleegd op 29-01-2021).
  17. KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 2018, https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/dossiers/kindermishandeling-en-huiselijk-geweld-5.htm (geraadpleegd op 29-01-2021).
Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up