Euthanasie in de wet en in het debat

Tekst door: Eva ten Hoor en Kiki Schaafsma

LEES VERDER

Nederland is het eerste land ter wereld waar euthanasie bij wet is geregeld. Sinds 2002 is het mogelijk voor mensen om hulp te krijgen bij het beëindigen van hun leven.1 De laatste jaren is het thema veelvuldig bediscussieerd. Dit artikel tracht het juridisch kader te schetsen omtrent de huidige wetgeving, om de euthanasieprocedure te verduidelijken. Verder zal worden ingegaan op de huidige maatschappelijke discussie omtrent dit onderwerp. Ten slotte volgt een conclusie.

 

Euthanasie en hulp bij zelfdoding in Nederland

In Nederland maakt men een onderscheid tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding. Bij een euthanasie dient een arts een dodelijk middel toe. Bij hulp bij zelfdoding neemt een patiënt, met hulp van een arts, zelf een middel in.2 Euthanasie kan enkel plaatsvinden met toestemming van de patiënt. De huidige wet geeft hiervoor alleen de mogelijkheid op het moment dat een patiënt lijdt aan een ongeneeslijke medische aandoening. Te denken valt aan een vorm van kanker, maar ook dementie of een psychiatrische aandoening. Een arts heeft geen verplichting om mee te werken aan een euthanasie. Indien hij hier niet aan wil meewerken, is hij echter wel verplicht om de patiënt naar een andere arts te verwijzen. Op dit moment biedt de wet geen ruimte voor een mogelijkheid tot euthanasie bij mensen die hun leven als ‘voltooid’ beschouwen.3

 

Het wettelijke stelsel en de zorgvuldigheidseisen

Euthanasie en hulp bij zelfdoding zijn op dit moment strafbaar op grond van artikelen 293 en 294 Wetboek van Strafrecht (Sr). Op euthanasie staat een gevangenisstraf van maximaal twaalf jaren en/of een geldboete van de vijfde categorie.4 Hulp bij zelfdoding wordt bestraft met een gevangenisstraf van maximaal drie jaren en/of een geldboete van de derde categorie.5

Het Wetboek van Strafrecht staat euthanasie en hulp bij zelfdoding dus in beginsel niet toe. De tweede leden van artikelen 293 en 294 bevatten echter een bijzondere strafuitsluitingsgrond. De feiten zijn niet strafbaar indien deze, met inachtneming van bepaalde voorwaarden, zijn begaan door een arts. Hiervoor moet een arts aan verschillende zorgvuldigheidseisen voldoen. Deze eisen zijn te vinden in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl).6 Blijkens artikel 2 Wtl bestaan zes eisen die moeten worden doorlopen. Deze zijn voor euthanasie en hulp bij zelfdoding hetzelfde. In het vervolg van dit artikel benoemen we daarom slechts euthanasie.

Ten eerste moet een arts overtuigd zijn dat een patiënt vanuit zichzelf, weloverwogen, tot deze beslissing is gekomen.7 Familie en vrienden mogen een patiënt dus niet hebben gemaand tot deze keuze.8 Verder moet een arts van mening zijn dat sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Deze open norm bestaat uit drie facetten: er moet sprake zijn van lijden, dat tevens ondraaglijk en uitzichtloos is. Over het invullen van ‘lijden’ heeft de Hoge Raad in 2002 een uitspraak gedaan. In het arrest Brongersma nam de Hoge Raad het standpunt in dat het lijden moet zijn ontstaan uit een medische aandoening. Het gaat dus niet om mensen die ‘levensmoe’ zijn.9 Voor de verdere invulling van dit criterium moet een arts altijd alle omstandigheden meewegen in een oordeel over het lijden van een patiënt. Essentieel hierbij is dat het patiënt het lijden zelf ervaart: ieder mens ervaart lijden immers op een verschillende manier. Met betrekking tot uitzichtloosheid ligt de focus vooral op de diagnose en prognose.10

Volgens de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) is sprake van uitzichtloos lijden wanneer “reële, en voor de patiënt redelijke, curatieve of palliatieve behandelopties ontbreken”.11 Daarna kijkt men naar het criterium van ondraaglijkheid.  Hierbij ligt de nadruk op het individu. Een arts moet kijken naar de gehele persoon en ervaringen van een patiënt om hierover een oordeel te kunnen vellen.12

Als derde vereiste stelt de wet dat een patiënt informatie moet krijgen over zijn huidige situatie en de vooruitzichten.13 Ook dit is een belangrijke stap voor de patiënt: deze heeft immers informatie van een arts nodig om een weloverwogen keuze te kunnen maken.

Vervolgens moeten arts en patiënt gezamenlijk constateren dat een redelijke, andere oplossing ontbreekt.14 Deze eis kan men zien in het licht van uitzichtloos lijden. Een arts moet, alvorens vast te stellen of er redelijke andere oplossingen bestaan, kijken naar de huidige diagnose en eventueel advies inwinnen bij andere deskundige artsen. De RTE stelt zich op het standpunt dat sprake is van een alternatief als er een uitweg bestaat om het lijden te verminderen. Het moet gaan om een wezenlijk alternatief dat voor de patiënt binnen afzienbare tijd voordeel biedt. Hier speelt tevens de (extra) belasting voor de patiënt een rol. Ook hier kijkt de arts naar het individu van de patiënt.15

Blijkens artikel 2 sub e van de Wtl, het vijfde vereiste, moet minstens één andere onafhankelijke arts worden geconsulteerd over het euthanasie besluit. De andere arts moet de patiënt zelf gezien hebben. Vervolgens zal hij een oordeel geven over de patiënt en de arts. Daarbij bespreekt hij zijn standpunt met betrekking tot de vier eerder genoemde eisen.16

Als laatste vereiste stelt de wet dat de levensbeëindiging medisch zorgvuldig dient te worden begaan.17 Hiervoor is een richtlijn (Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding) opgesteld door het KNMG en KNMP, respectievelijk een artsen- en apothekersfederatie.18

Melden van euthanasie of hulp bij zelfdoding

Conform artikel 293 lid 2 en 294 lid 2 Sr moet een arts na een euthanasie te hebben uitgevoerd deze melden bij de gemeentelijke lijkschouwer. Dit vereiste blijkt uit artikel 7 lid 2 Wet op lijkbezorging. Naast de melding levert een arts andere informatie aan omtrent de levensbeëindiging, onder andere een verslag over de nageleefde zorgvuldigheidseisen. De lijkschouwer stuurt deze vervolgens door naar een van de regionale toetsingscommissies.19

Indien een arts geen melding maakt, komt hem geen beroep toe op de strafuitsluitingsgrond van art. 293 lid 2 en 294 lid 2 Sr.

Elke regio heeft een eigen toetsingscommissie voor euthanasie. De procedure voor deze commissies is vastgelegd in de Wtl. Bij ontvangst van de melding stelt een secretaris een eerste oordeel op.20 Vervolgens buigt de commissie, bestaande uit een arts, jurist en ethicus, zich over de melding.21 Hierbij kan de commissie nog eventuele vragen stellen aan een arts. Nadat deze zijn beantwoord, volgt een oordeel. Bij het vellen van een oordeel toetst de commissie de derde, vijfde en laatste eis volledig, de overige vereisten marginaal. Er wordt gekeken naar geldende wetgeving, wetshistorie en jurisprudentie. Ook worden richtlijnen, eerdere beoordelingen en beslissingen van het Openbaar Ministerie (OM) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) meegenomen.22

Indien een RTE vaststelt dat een arts aan alle eisen zorgvuldig heeft voldaan, dan is het proces afgerond. Blijkt dit niet het geval, dan wordt de arts, gezamenlijk met het OM en de IGJ op de hoogte gesteld. Het OM en de IGJ kijken vervolgens naar welke verdere stappen ondernomen moeten worden.23 Men kijkt hierbij naar de omstandigheden van het geval. Het OM zal ook beoordelen of een arts strafrechtelijk iets te verwijten valt. Alvorens het OM tot een vervolgingsbeslissing komt, zullen ze een onderzoek instellen naar de desbetreffende zaak. Op basis van het opportuniteitsbeginsel kunnen ze afzien van vervolging, bijvoorbeeld als de IGJ en het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg al afdoende maatregelen treffen.24

Het komt niet vaak voor dat het OM een rechtszaak begint tegen een arts voor onzorgvuldige euthanasie. Sinds de invoering van onze euthanasiewetgeving is dit een keer gebeurd in 2019. Het betrof de euthanasie van een demente vrouw uit een verpleeghuis.25 In april 2020 besloot de Hoge Raad de arts niet te veroordelen.26

 

Nieuwe wetgeving?

De discussie in Nederland over de huidige euthanasiewetgeving leefde afgelopen jaar weer op. Zo diende Pia Dijkstra (D66) afgelopen juli een wetsvoorstel in voor de verruiming van de huidige regelgeving.27 Het ging ‘om ouderen die hun leven voltooid achten, die zelf eigenlijk vinden dat hun lichaam het te lang volhoudt. Dit gaat dus niet om mensen met een ondragelijke medische aandoening, waarvoor de euthanasiewet hebben.’ Voorstanders van dit wetsvoorstel menen dat met de huidige regeling een groep mensen in de steek wordt gelaten.28

Hoewel het wetsvoorstel van D66 alleen ouderen van 75 jaar of ouder betreft, is het huidige debat veel breder. Er komt steeds meer aandacht voor mensen die hun leven voltooid achten of ‘levensmoe’ zijn, van alle leeftijden. Binnen de euthanasiediscussie wordt zelfbeschikking alsmaar een groter woord, waarin de keuze over je eigen levenseinde centraal staat. De meerderheid van de Nederlandse bevolking, namelijk 55%, weerspiegelt deze opvatting. Men vindt dat euthanasie onder bepaalde omstandigheden mogelijk zou moeten zijn voor mensen die ‘levensmoe’ zijn.29

 

De pijnlijke puntjes van euthanasie

Waarom zou iemand euthanasie willen? De meest voor de hand liggende reden is vanwege een medische aandoening. Iedereen kan zich daar wel enigszins in inleven. Als elke dag een fysieke lijdensweg is, kan het leven geen pretje meer zijn. Daarnaast zijn er echter ook mensen met een psychisch motief voor euthanasie. Hier wordt het wat ingewikkelder en vooral een stuk gevoeliger. Uit onderzoek blijkt dat 0,18% van alle 55-plussers de wens koestert tot levensbeëindiging. Dat klinkt misschien als weinig, maar dat zijn toch nog zo’n 10.000 mensen. Hiervan zou ruim een derde hulp bij zelfdoding willen.30 In gesprekken met de onderzoekscommissie Van Wijngaarden, die op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek deed naar ‘voltooid leven’, echode telkens dezelfde paar klachten: eenzaamheid, er niet meer toe doen, het onvermogen zichzelf te uiten, geestelijke of lichamelijke vermoeidheid en een afkeer tegen afhankelijkheid.31

Echter, het zijn niet alleen ouderen die menen een voltooid leven te hebben gehad. In de documentaire Euthanasie De Movie komen verschillende jongeren aan het woord die vertellen over hun doodswens. Wat veelal naar voren komt, is de moeilijkheidsgraad van de term ‘ondraaglijk lijden’. Om voor de wet te voldoen aan dit vereiste moeten ze hard maken dat ze wilsbekwaam zijn, uitbehandeld zijn en ernstig lijden. ‘Dat is gewoon bijna niet aan te tonen’, vertelt Robin (25) in de documentaire.32

De jongeren voelen zich vaak niet serieus genomen in hun lijden. Zo krijgen ze vaak dingen te horen als: ‘het komt wel goed’ of ‘iedereen heeft het wel eens moeilijk’. Er heerst veelal onbegrip voor mensen die op zo’n jonge leeftijd het leven willen laten: ‘Bij Maud was er sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, maar omdat het psychisch lijden en geen lichamelijk lijden was, en zij erg jong was, werd er vanuit de geestelijke gezondheidszorg niet meegewerkt aan een traject voor euthanasie,’ vertelt de moeder van Maud Hannink, ‘je wordt op zo’n moment niet serieus genomen, krijgt te horen dat je toch wel een ‘nee’ krijgt.’33

‘Waarom zou iemand euthanasie willen? De meest voor de hand liggende reden is vanwege een medische aandoening. Iedereen kan zich daar wel enigszins in inleven.’

Rol van de arts

Aan de andere kant van de tafel zit de arts. Niet alleen voor patiënten kan het euthanasieproces moeilijk zijn, ook voor de arts is het een bezwarende taak. Zo’n 64% van de artsen ervaart druk van de patiënten en hun familie om euthanasie uit te voeren. Artsen lijken voornamelijk tegen de ‘symptomen’ van het traject aan te lopen. Ondanks het emotioneel beladen karakter, meent driekwart van de artsen dat het onderdeel is van het vak. Daarnaast levert het voor velen ook voldoening op, wanneer er sprake is van een succesvol verloop.

Wat vaak een hindernis oplevert binnen de discussie met de patiënt, is dat euthanasie vaak beschouwd wordt als een recht. Hoewel het klopt dat iedereen een verzoek mag indienen, moet men daarbij in het achterhoofd houden dat deze niet per se ingewilligd hoeft te worden. Naar mening van 60% van de artsen zijn veel patiënten en families niet goed geïnformeerd.34 Dit maakt het moeilijk te komen tot wederzijds begrip.

Een ander knelpunt voor artsen, is de invulling van het begrip ‘ondraaglijk lijden’. Voor patiënten moeilijk te bewijzen, voor artsen lastig te beoordelen. Er is geen checklist die men makkelijk af kan lopen. Het uitgangspunt is dat er een medische grondslag moet zijn. Enkele artsen geven bij een onderzoek aan dat er soms zelfs beroep wordt gedaan op een soort medisch ‘alibi’ bij een verzoek: ‘Bij elke 80-plusser is er wel iets.’35

Artsenfederatie KNMG is geen voorstander van een ‘voltooid leven’-wet. Zij beschouwen een dergelijke verruiming als onwenselijk, gezien deze te veel nadelen en risico’s met zich meebrengt. Die nadelen behelzen voornamelijk ongewenste maatschappelijke effecten, onder meer gevoelens van onveiligheid onder ouderen en stigmatisering van ouderdom. Bovendien zijn ze tegen het oordeel van het kabinet over ‘gezonde’ en ‘zieke’ mensen wat betreft de euthanasiewens. Dit onderscheid weerspiegelt niet de werkelijke ervaring van artsen en patiënten. Daarnaast vrezen de artsen dat een andere wet naast de huidige regeling ervoor kan zorgen dat de huidige praktijk wordt uitgehold. Zo zou het onder meer afbreuk doen aan de toetsbaarheid en veiligheid. Al met al zijn ze van mening dat de strekking van de huidige wet breed genoeg is en de regeling fatsoenlijk functioneert.36

 

Conclusie

De euthanasiewetgeving in Nederland is strak bij wet geregeld. Zo vormt euthanasie een bijzondere strafuitsluitingsgrond. Hierdoor zijn artsen, mits ze aan de overige wettelijke vereisten voldoen, niet strafbaar volgens het Wetboek van Strafrecht. De euthanasiewetgeving is al sinds de invoering ervan onderwerp van discussie. Vandaag de dag gaat het maatschappelijke debat veelal om het vraagstuk omtrent een ‘voltooid leven’. Pia Dijkstra wil, met haar wetsvoorstel, deze verandering tot stand brengen in de huidige wetgeving. Voorstanders zijn van mening dat deze wetgeving tegemoet komt aan mensen die zich nu in de steek gelaten voelen. Aan de andere kant kleven er volgens het KNMG risico’s aan een dergelijke ‘voltooid leven’ – wet. Hoe het ook zij, de euthanasiediscussie zal ongetwijfeld de gemoederen van de samenleving blijven bezig houden.

Kiki Schaafsma (18 jaar) zit op dit moment in het eerste jaar van de bachelor Rechtsgeleerdheid. Naast haar studie is ze lid van de studentenroeivereniging “Triton” en geniet ze in haar vrije tijd van sporten, filosofie en muziek.

Reageren?
Mail naar: juncto@jsvu.nl

Eva ten Hoor (19) is eerstejaars rechtenstudent aan de UU. Hiervoor heeft zij tijdens een tussenjaar een half jaar in de VS gezeten. Naast haar studie houdt Eva van zwemmen, lezen en saxofoon spelen.

Reageren?
Mail naar: juncto@jsvu.nl

Voetnoten

1                                  De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, ‘De euthanasiewet.’ https://www.nvve.nl/informatie/euthanasie/de-euthanasiewet (geraadpleegd op 26 februari 2021).

2        Art. 1 sub b Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding

3          Rijksoverheid, ‘Euthanasie en de wet: sterven met hulp van een arts’, https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/levenseinde-en-euthanasie/euthanasie (geraadpleegd op 26 februari 2021).

4        Art. 293 lid 1 Sr.

5        Art. 294 lid 1 Sr.

6          Rijksoverheid, ‘Euthanasie en de wet: sterven met hulp van een arts’, https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/levenseinde-en-euthanasie/euthanasie (geraadpleegd op 26 februari 2021).

7          Artikel 2 sub a Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.

8              Rijksoverheid, ‘De 6 zorgvuldigheidseisen van de euthanasiewet’, https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/levenseinde-en-euthanasie/zorgvuldigheidseisen (geraadpleegd op 26 februari 2021).

9         HR 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772

10              Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, ‘Uitzichtloos en ondraaglijk lijden’, https://www.euthanasiecommissie.nl/uitspraken-en-uitleg/uitzichtloos-en-ondraaglijk-lijden (geraadpleegd op 26 februari 2021).

11              Ibid.

12         Ibid.

13         Art. 2 sub c Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.

14         Art. 2 sub d Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.

15              Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, ‘Geen redelijke andere oplossing’, https://www.euthanasiecommissie.nl/zorgvuldigheidseisen/geen-redelijke-andere-oplossing (geraadpleegd op 27 februari 2021).

16         Regionale Toetsingscommissies Euthanasie ‘Consultatie’, https://www.euthanasiecommissie.nl/zorgvuldigheidseisen/consultatie (geraadpleegd op 27 februari 2021).

17         Art. 2 sub f Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.

18         KNMP, ‘Richtlijn uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding’, https://www.knmp.nl/praktijkvoering/richtlijnen/multidisciplinaire-richtlijnen/richtlijn-uitvoering-euthanasie-en-hulp-bij-zelfdoding (geraadpleegd op 27 februari 2021).

19         Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, ‘Toetsingsprocedure’, https://www.euthanasiecommissie.nl/toetsingsprocedure (geraadpleegd op 28 februari 2021).

20         Ibid.

21         Art. 3 lid 2 Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.

22         Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, ‘Hoofdlijnen van de wet: melding en toetsing’, https://www.euthanasiecommissie.nl/euthanasiecode-2018/hoofdlijnen-werkwijze-en-betekenis-richtlijnen/melding-en-toetsing (geraadpleegd 28 februari 2021).

23              Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, ‘Toetsingsprocedure’, https://www.euthanasiecommissie.nl/toetsingsprocedure (geraadpleegd op 28 februari 2021).

24              Openbaar Ministerie, ‘Euthanasie/hulp bij zelfdoding’, https://www.om.nl/onderwerpen/euthanasie(geraadpleegd op 28 februari 2021).

25         R. van den Brink & B. de Vries, ‘Eerste rechtszaak ooit tegen arts die euthanasie uitvoerde’, https://nos.nl/artikel/2298997-eerste-rechtszaak-ooit-tegen-arts-die-euthanasie-uitvoerde.html (geraadpleegd op 28 februari 2021).

26         Openbaar Ministerie, ‘Reactie Openbaar Ministerie op arrest Hoge Raad euthanasiezaak’, https://www.om.nl/onderwerpen/euthanasie/nieuws/2020/04/23/reactie-openbaar-ministerie-op-arrest-hoge-raad-euthanasiezaak (geraadpleegd op 28 februari 2021).

27                                B. Dremmer, ‘Pia Dijkstra (D66) dient wet voltooid leven in, zet relatie met CDA en CU op scherp’, https://www.ad.nl/politiek/br-pia-dijkstra-d66-dient-wet-voltooid-leven-in-zet-relatie-met-cda-en-cu-op-scherp~a7f8accb/    (geraadpleegd op 28 februari 2021).

28 D66, ‘D66 dient wetsvoorstel Voltooid Leven in’ https://d66.nl/nieuws/d66-dient-wetsvoorstel-voltooid-leven-in/ (geraadpleegd op 26 februari 2021).

29 R. Wier, ‘Waarom het debat over voltooid leven pas net begint’ https://www.trouw.nl/nieuws/waarom-het-debat-over-voltooid-leven-pas-net-begint~bcdb3660/#:%7E:text=’Voltooid%20leven’%20roept%20het%20beeld,zachts%2C%20iets%20wat%20nastrevenswaardig%20is.&text=Alle%20mensen%20die%20dood%20willen,iets%20wat%20hun%20doodswens%20versterkt.%E2%80%9D (geraadpleegd op 26 februari).

30 NOS. (2020), ‘Rapport “voltooid leven”: ruim tienduizend 55-plussers met doodswens’, https://nos.nl/artikel/2320910-rapport-voltooid-leven-ruim-tienduizend-55-plussers-met-doodswens.html (geraadpleegd op 16 maart 2021).

31 S. Ahli, ‘Achter doodswens van ouderen schuilt zorgvraag’, https://www.skipr.nl/nieuws/tienduizend-ouderen-willen-hulp-bij-sterven-maar-niet-vanwege-voltooid-leven/ (geraadpleegd op 17 maart 2021).

32  BOOS, ‘Euthanasie De Movie’, https://www.youtube.com/watch?v=IXWMIokE10Y  (geraadpleegd op 26 februari 2021 ).

 

33 Metro. ‘Maud pleegde zelfmoord, maar wilde euthanasie’ https://www.metronieuws.nl/in-het-nieuws/good-vibes/2017/03/maud-pleegde-zelfmoord-maar-wilde-euthanasie/ (geraadpleegd op 26 februari 2021).

34 E. van Wijlick & G. van Dijk, ‘Dokters hikken soms tegen euthanasie aan’, https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/dokters-hikken-soms-tegen-euthanasie-aan.htm (geraadpleegd op 16 maart 2021).

 

 

35 Y. Schothorst, SCEN-artsen over verzoeken om levensbeëindiging in het algemeen en bij voltooid leven in het bijzonder, bijlage bij Rapport Adviescommissie Voltooid Leven, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/05/01/scen-artsen-over-verzoeken-om-levensbeeindiging-in-het-algemeen-en-bij-voltooid-leven-in-het-bijzonder (geraadpleegd op 16 maart 2021).

 

 

36  KNMG, ‘Lijden aan het leven (voltooid leven)’, https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/dossiers/lijden-aan-het-leven-voltooid-leven.htm (geraadpleegd op 15 maart 2021).

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up