Hoe kan de Wcam verbeterd worden door middel van het Amerikaanse recht, zodat deze wet minder bijdraagt aan de claimcultuur in Nederland?

 

 

Tekst door: Nina van Klooster

‘’Een historisch moment’’.

Zo noemt de directeur belangenbehartiging van de Consumentenbond Olof King het aannemen van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (hierna: Wamca). Deze wet is door de Tweede Kamer aangenomen op 19 januari 2019. Olof King is samen met vele anderen blij dat na een lange strijd van dertig jaren de rechter eindelijk de collectieve schade aan alle gedupeerden kan toewijzen.1 Deze toewijzing is mogelijk geworden, doordat het neergelegde ‘verbod’ uit artikel 3:305a BW geschrapt is. Dit verbod zag toe op het feit dat het vorderen van een collectieve schadevergoeding in geld niet mogelijk gemaakt kon worden. In Nederland bestond sinds 2005 al wel de mogelijkheid om bij de rechter collectieve aansprakelijkheid vast te laten stellen via de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (hierna: Wcam). Daarnaast was er ook al een mogelijkheid om bij de rechter een collectieve schikking tussen een belangenorganisatie en een afgesproken partij algemeen verbindend te verklaren voor alle gedupeerden op grond van de Wcam.2 Op grond van de Wcam konden de gedupeerden alleen individueel schade verhalen bij de rechter of een gezamenlijke regeling treffen.3 De Wamca heeft hier dus verandering in gebracht.

De Wamca komt voort uit een motie van Sharon Dijksma van 3 november 2011. Daarin verzocht de Tweede Kamer de minister om ‘een stappenplan om te komen tot de toekenning van het recht voor representatieve belangenorganisaties om schade collectief te verhalen’.4 In de jaren daarna organiseerde het ministerie ‘stakeholdersbijeenkomsten’ en liet het zich adviseren door een groep van praktijkjuristen uit de massaschade-praktijk. Ook was het succes van de Des-dochters bij de Hoge Raad (NJ 1994/535) van belang. Na de uitspraak stonden de schikkingsonderhandelingen onder druk, omdat de aansprakelijke partijen behoefte hadden aan ‘finale kwijting’. Dit houdt in dat beide partijen kunnen zeggen dat er ze niets meer van elkaar te claimen hebben, met andere woorden er moet sprake zijn van een definitieve afwikkeling van schade. Op basis van een aantal concrete aanbevelingen van praktijkjuristen en de behoefte aan finale kwijting van partijen stelde het ministerie op 7 december 20155 een volledig nieuw wetsvoorstel op dat op 15 november 2016 aan de Tweede kamer werd aangeboden.6 Op 1 januari 2020 is de Wamca dan ook daadwerkelijk in werking getreden. Met de komst van deze wet zijn de mogelijkheden van een collectieve actie, die deels al was neergelegd in de Wcam, uitgebreid.

De Wcam uit 2005 en de Wamca uit 2020 maakt het dus mogelijk om op een efficiënte en effectieve manier massaschades[1]  af te wikkelen. Maar, wat is massaschade eigenlijk? Massaschade is schade die door een omvangrijke groep gedupeerden geleden wordt en dat sinds de komst van de Wcam voor alle gedupeerden op collectieve wijze kan worden afgewikkeld. De gedupeerden hebben schade geleden door handelingen van één of een beperkt aantal schadeveroorzaker(s). Het moet gaan om een geschil waar dezelfde of soortgelijke feitelijke en juridische vragen ten grondslag liggen voor alle benadeelden.7 Bij massaschade kan het gaan om uiteenlopende zaken. Een voorbeeld is schade die het gevolg is van een reeks gebeurtenissen waarbij de schade pas achteraf bekend wordt, zoals in het eerder aangehaalde Des-dochters arrest. Het ging hier om het gebruik van medicijnen die achteraf schadelijk blijken te zijn.8 Daarnaast biedt de Wcam en de Wamca de mogelijkheid om een overeenkomst die voorziet in de afwikkeling van een massaschade door de rechter verbindend te laten verklaren voor de gehele groep van gedupeerden. De overeenkomst moet dan gesloten zijn tussen een organisatie die de belangen van de gedupeerden behartigt of de belangen van de aansprakelijke partij(en). Deze gedupeerden kunnen vervolgens krachtens deze overeenkomst hun schade vergoed krijgen.9

Om verwarring te voorkomen, ga ik in dit artikel alleen in op de Wcam, omdat deze wet de ‘hoofdwet’ is betreffende de mogelijkheid om over de overeenkomsten die partijen hebben gesloten schadevergoeding of compensatie algemeen verbindend te laten verklaren. De Wamca bevat een toevoeging op de Wcam. Deze toevoeging brengt met zich mee dat er anno 2020 ook een schadevergoeding in geld gevorderd kan worden en dat dit in de vorm van een collectieve schadevergoeding aan alle gedupeerden toegewezen kan worden.

Al met al, kent Nederland echter met de invoering van de Wcam een procedure die volgens Bauw en Fenk de ‘tweezijdige polder class action’ zou kunnen worden genoemd.10 Deze ‘class actions’ worden vaak gelijkgesteld aan de Amerikaanse ‘claimcultuur’.11 Deze cultuur staat bekend om onredelijke vorderingen, hoge schadebedragen die bedrijven op de rand van de afgrond kunnen brengen en advocaten die een kwart tot een derde van het schadebedrag in hun zak steken.12

Het Nederlandse kabinet had in 1999 al angst voor de Amerikaanse claimcultuur.13 Het kabinet verstond in die tijd onder claimcultuur: een toename van het aantal schadeclaims en de omvang van de gevorderde schadevergoeding.14 In dat kader had het kabinet angst dat vorderingen goedkoper in rechte aanhangig kunnen worden gemaakt.15 Daarnaast zag het kabinet een toename van claimbewustheid, verstrekt doordat belangengroeperingen burgers attenderen op de mogelijkheid een juridische claim in te dienen en dit in sommige gevallen te faciliteren.16 De ophef over de beleggingspolissen illustreert dat. Belangenorganisaties als de Vereniging Consument & Geldzaken en de Stichting Woekerpolisclaim brengen die kwestie onder de aandacht van burgers door hun optreden in de media en door hun websites.17 Belangrijk om te benoemen is dat de Stichting Woekerpolisclaim een van de vele organisaties is die onder ‘opkomen van belangen van gedupeerden’ de ‘collectieve rechtsprocedures’ verstaat. Je kan je inderdaad terecht afvragen of het voorstel om gemeenschappelijk voor schade op te komen bij de rechter niet een voorstel is dat in zijn essentie het toenemende beroep op de rechter verlicht? Een argument daarvoor kan zijn dat partijen gezamenlijk de gang naar de rechter vinden onder de Wcam en er dan naar waarschijnlijkheid minder individuele zaken worden aangespannen. Er zijn dan misschien minder individuele zaken, maar dit wordt gecompenseerd, doordat er nu sneller gezamenlijke acties ingesteld worden en dit gebeurt via een gezamenlijke procedure. Zoals bijvoorbeeld hierboven al is aangestipt, attenderen belangengroeperingen burgers op de mogelijkheid om een juridische claim in te dienen. Daarnaast stellen veel belangenorganisaties het opkomen voor belangen van gedupeerden gelijk aan de collectieve rechtsprocedures, zoals de Stichting Woekerpolisclaims ook doet. Zo’n collectieve rechtsprocedure duidt dus op een gezamenlijke procedure.

In dit artikel wordt er gekeken naar het belang van de Wcam. Deze formele wet zorgt er dan wel voor dat de kosten van procederen voor individuele belanghebbenden verlaagd worden, maar de wet draagt toch bij aan de claimbewustheid, doordat het instellen van een gezamenlijke rechtsprocedure makkelijker is geworden. Het is opmerkelijk dat bij de invoering van het voorstel voor de Wcam er niet gedacht is aan eventuele regelingen om de claimcultuur te verkleinen, vooral omdat gedupeerden nu sneller een actie kunnen ondernemen via een gezamenlijke procedure. Het kabinet ziet immers sinds 1999 een toenemend beroep op de rechter al als één van de negatieve aspecten van de claimcultuur.18 Men zou verwachten dat bij de invoering van de Wcam is beoordeeld of de wet het beroep op de rechter niet onnodig doet toenemen.

De vragen die dus gesteld moeten worden zijn: draagt de Wcam echt zo erg bij aan de claimbewustheid door middel van het collectieve actierecht? Of moeten we stellen dat de Wcam procedure in grote mate is geïnspireerd op de Amerikaanse class action-praktijk, zoals Bauw en Fenk ook al aangaven19, waardoor we dus misschien bang moeten worden voor Amerikaanse praktijken in Nederland?
In dit artikel wordt er als eerste gekeken naar de procedure van de Wcam. Er zullen verschillende na- en voordelen worden besproken die de wet met zich meebrengt. Na aanleiding daarvan worden er verscheidene aspecten van de Wcam besproken die verbeterd kunnen worden door ingevingen uit het Amerikaanse rechtsstelsel.

‘Op 1 januari 2020 is de Wamca dan ook daadwerkelijk in werking getreden. Met de komst van deze wet zijn de mogelijkheden van een collectieve actie, die deels al was neergelegd in de Wcam, uitgebreid.’

‘Een van de nadelen van de Wcam is dat de claimcultuur faciliteert en het beroep op de rechter daardoor toeneemt.22

 

De procedure van de Wcam
Partijen kunnen gezamenlijk bij het Gerechtshof Amsterdam een verzoekschrift indienen om de vaststellingsovereenkomst verbindend te laten verklaren. Alleen het Gerechtshof in Amsterdam kan de overeenkomst verbindend verklaren, omdat de Ondernemingskamer daar ook reeds gevestigd is en men vanuit daar over de financiële expertise beschikt.20

Het hof beoordeelt over de redelijkheid van de omvang van de schade, de wijze en eenvoud van het verkrijgen van de schadevergoeding, de representativiteit van de belangenorganisatie en andere relevante omstandigheden.21

Nadelige- en positieve gevolgen van de Wcam
Een van de nadelen van de Wcam is dat de claimcultuur faciliteert en het beroep op de rechter daardoor toeneemt.22 [1]

Evengoed kan men zeggen dat het de Wcam ook positieve gevolgen met zich mee brengt. Het leidt namelijk tot een toegang tot de rechter die eerder wellicht niet bestond als gevolg van praktische beletselen, zoals de kosten van procederen.23

Een ander voordeel is dat de Wcam de enige manier momenteel in ons Nederlandse rechtsstelsel is om grote aantallen zaken over hetzelfde onderwerp efficiënt en effectief af te handelen.24

Het is daarbij een feit dat bijkomende nadelige omstandigheden die de Wcam met zich meebrengt, voor lief moet worden genomen. Daarbij hoort dus ook de claimcultuur.25 Het gaat er dan vooral om dat de Wcam zo wordt ingericht dat het beroep op de rechter niet onnodig toeneemt en dat zaken efficiënt en effectief worden afgedaan.26

Daar bijkomend kunnen er wel een aantal aspecten verbeterd worden om de Wcam zo in te richten dat het beroep op de rechter dus niet onnodig toeneemt en dat zaken efficiënt en effectief worden afgedaan. Deze zullen later beschreven worden. Eerst volgt er een korte beschrijving van het Amerikaanse federale recht.

Het Amerikaanse federale recht

Voordat ik in zal gaan op aspecten van de Wcam die verbeterd kunnen worden, is het van belang om een aantal dingen van het Amerikaanse federale recht uit te leggen.

Ten eerste, het Amerikaanse recht kent aan de ‘class action’ geen schorsende werking toe. Dat is ook niet nodig. In het geval van ‘class actions’ op de voet van Rules 23 (b) (1) en (2) zijn alle ‘class’ leden gebonden aan de uitkomst. Een ‘opt out’ is dan ook niet mogelijk, zodat er geen ruimte bestaat voor individuele procedures. Geconcludeerd kan worden dat bij een ‘class action’ op grond van Rule 23 (b) (3) er sprake is van één procedure. Of een individueel ‘class’-lid moet tijdig kenbaar maken dat hij van de ‘class action’ wenst te worden uitgesloten. Zodra hij dat doet, is hij vrij om zelf een procedure te starten.27

Ten tweede, is van belang dat in de ‘class action’ schadevergoeding in geld kan worden gevorderd.28

Ten slotte, benoemt de rechter een ‘class counsel’. Dat is de advocaat die zal optreden voor de eiser of eisers die de ‘class action’ zullen voeren namens alle ‘class members’.29 Dat sluit echter de deelname van andere ‘class members’ niet zonder meer uit. Ingeval van een ’23 (b) (3) class action’ hebben de ‘class members’ in elk geval het recht om, vertegenwoordigd door een advocaat, te verschijnen.30 In de andere typen ‘class actions’ kan de rechter deelname openstellen voor andere ‘class members’.31 De rechter kan daarbij regels stellen, onder meer om herhaling van argumenten te voorkomen.32

Aspecten uit de Wcam verbeteren door ingevingen uit het Amerikaanse recht

Zoals hierboven als reeds gesteld kunnen er wel een aantal aspecten verbeterd worden om de Wcam zo in te richten dat het beroep op de rechter dus niet onnodig toeneemt en dat zaken efficiënt en effectief worden afgedaan. De vraag die gesteld moet worden, is dan ook als volgt: Hoe kunnen aspecten uit de Wcam verbeterdverbetert worden door middel van ingevingen uit het Amerikaanse recht?

Ten eerste, de collectieve acties zijn dagvaardingsprocedures.33 De concurrerende belangenorganisaties kunnen zich in beginsel voegen aan de zijde van eiser of in de collectieve actie tussenkomen.34 Dit is echter nog niet eenvoudig. De Hoge Raad stelt namelijk de eis dat er alleen een voeging plaats kan vinden als een beslissing ten nadele van de partij naast wie men zich wil voegen, nadeel dreigt te hebben voor de eigen rechten of rechtspositie.35 Voor tussenkomst eist de Hoge Raad dat benadeling of verlies dreigt van een recht dreigt dat toekomt aan de partij die wil tussenkomen.

De efficiënte afwikkeling van massaschade is erbij gebaat dat het processuele debat zoveel mogelijk plaatsheeft in één procedure.36 Dit zal de kwaliteit van de beslissing ten goede komen als één rechterlijk college alle argumenten meeweegt.37

Het Amerikaanse recht kan aan dit punt invulling geven. Het Amerikaanse recht kent namelijk een dergelijke regeling dat het processuele debat plaatsvindt in één procedure[2] . Deze regeling is neergelegd in Rule 23 (d) (1). Zo’n soort regeling zou toegevoegd kunnen worden aan de Wcam. Aan de hand van dit voorbeeld stel ik dat ons Nederlandse rechtssysteem makkelijker ingedeeld kan worden door simpelweg een samenvoeging van het processuele debat te realiseren.

Daarnaast kent de Wcam een ‘opt out’. Nadat de beschikking tot verbindendverklaring van een overeenkomst tot collectieve schadeafwikkeling onherroepelijk is geworden, wordt hiervan aankondiging gedaan in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen.38 Na die aankondiging gaat een termijn lopen waarbinnen een gerechtigde tot vergoeding zich kan onttrekken aan gebondenheid aan de overeenkomst.39 MaarDe vraag is: waarom is de ‘opt out’ pas mogelijk na verbindendverklaring van een afwikkelingsovereenkomst?40

Het Amerikaanse recht kan ook dit punt invullen. Het Amerikaanse recht kent namelijk de rule 23 (b) (3) jo. Rule 23 (e)(3). Waarom zouden gelaedeerde moeten wachten tot het moment van verbindendverklaring of zij mee willen doen met de collectieve schikking?41 Dit kan juist een nuttige aanwijzing zijn voor de rechter om partijen in de gelegenheid te stellen de afwikkelingsovereenkomst aan te passen.42

Conclusie
De vragen die centraal stonden in dit artikel luidden als volgt: draagt de Wcam echt zo erg bij aan de claimbewustheid door middel van het collectieve actierecht? Of moeten we stellen dat de Wcam procedure in grote mate is geïnspireerd op de Amerikaanse class action-praktijk, waardoor we dus misschien bang moeten worden voor Amerikaanse praktijken in Nederland?

Vooropgesteld moet worden dat het Nederlandse rechtssysteem met haar Wcam wetgeving veel waarde heeft toegevoegd aan onze rechtspraktijk met betrekking tot massa schadevergoeding. Het is echter opmerkelijk dat het kabinet zich in het kader van het wetsontwerp voor de Wcam niet druk heeft gemaakt over de invloed van de claimcultuur die de Wcam met zich mee brengt. Het kabinet was hier vanaf 1999 juist al zó bezorgd om. Het kabinet zag een toenemend beroep op de rechter als een zeer negatief aspect van de claimcultuur. Door middel van de Wcam zijn de individuele proceskosten misschien verlaagd, maar zijn tegelijkertijd de gezamenlijke procedures toegenomen, doordat dit makkelijker is in te stellen met behulp van het collectieve actierecht. Met dit gezegd te hebben, kan de eerste vraag uit dit artikel beantwoord worden: Ja, de Wcam draagt bij aan de claimbewustheid.

Vervolgens zijn er in dit artikel ook enkele gebeurtenissen benoemd die leiden tot een toenemend beroep op de rechter. Dit toenemende beroep moet zo efficiënt en effectief mogelijk worden afgewikkeld. Om dit na te streven kunnen er enkele aspecten aan de Wcam verbeterd worden, zoals hierboven besproken. Ten eerste, zou het processuele debat voor de afwikkeling van massaschade moeten plaatsvinden in één procedure. Het Nederlandse rechtssysteem zou Rule 23 (d) (1) uit het Amerikaanse systeem kunnen overnemen. Deze wet ziet er op toe dat het processuele debat wel in één proces plaatsvindt. Zo’n samenvoeging van het processuele debat zal ons Nederlandse rechtssysteem makkelijker indelen. Daarnaast, moet de ‘opt out’ pas mogelijk gemaakt worden na de verbindendverklaring van een afwikkelingsovereenkomst. Het Nederlandse rechtssysteem zou voor dit aspect de Amerikaanse Rule 23 (b) (3) jo. Rule 23 ( e ) (3) kunnen overnemen. Gelaedeerde hoeven op grond van dit regel niet te wachten tot het moment van verbindendverklaring om te beslissen of zij mee willen doen met de collectieve schikking.
Hiermee kan ook de tweede vraag uit dit artikel beantwoord worden: Ja, de procedure van de Wcam leidt tot een class-action. Dit wordt gelijkgesteld met de Amerikaanse claimcultuur volgens de Nederlandse literatuur.43 Dit wil echter nog niet zeggen dat wij een claimcultuur, zoals deze zich afspeelt in Amerika, in Nederland hebben of kunnen verwachten. De claimcultuur in Amerika is zeer extreem en dit zal dan ook waarschijnlijk niet snel te vergelijken zijn met de claimcultuur die Nederland kent of zal gaan kennen. Dit neemt niet weg dat Nederland wel degelijk een (milde) verschijningsvorm kent van een claimcultuur, die gemeenschappelijke aspecten deelt met Amerika.

Als laatste voeg ik graag een extra opmerking toe aan mijn conclusie. Ik vind dat de nadelige gevolgen die de Wcam vertoond in Nederland verholpen kunnen worden door eenzelfde systematiek toe te passen zoals gebeurt in het rechtstelsel van Amerika. Daarbij moet natuurlijk niet buiten beschouwing gelaten worden dat juist Amerika een ontzettend grote claim cultuur heeft. Ik wil dus nadrukkelijk niet beargumenteren dat Amerika haar recht over het algemeen beter systematisch geregeld heeft, maar ik vind dat zij haar recht op een aantal fronten wel béter systematisch geregeld heeft. Nederland kan daar op het gebied van de Wcam procedure nog iets van kan leren.

‘Vooropgesteld moet worden dat het Nederlandse rechtssysteem met haar Wcam wetgeving veel waarde heeft toegevoegd aan onze rechtspraktijk met betrekking tot massa schadevergoeding.’

Nina van Klooster (20) is een rechtenstudente aan de UU. Haar interesse ligt vooral in het privaatrecht, daarom heeft zij ook voor het notariële traject gekozen. Momenteel volgt zij de minor ‘Recht, Innovatie en Technologie’ aan de UU en loopt zij stage bij Boumanjal & Vingerling Advocaten.

Reageren? Stuur een mail naar: juncto@jsvu.nl

Voetnoten

1: Bendert Zevenbergen, ‘Wet massaschade komt met gebreken’ in: Advocatenblad, 5 maart 2019.

2: Daan Baas, ‘Massaschade & Verzekering’. URL: https://www.dirkzwager.nl/expertises-sectoren/massaschade-verzekering/ (voor het laatst geraadpleegd 13 december 2020).

3: Redactie Advocatenblad, ‘Collectieve afwikkeling massaschade vanaf 1 januari’, in: Advocatenblad, 12 december 2019.

4: Kamerstukken II 2011/12, 33000 XIII, 14.

5: Kamerstukken II 2016/17, 34608, 4.

6: Kamerstukken II 2016/17, 34608, 2.

7: W.D.H. Asser, H.A. Groen & J.B.M. Vranken, m.m.v. I.N. Tzankova, Een nieuwe balans. Interimrapport Fundamentele herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2003.

8: Hof Amsterdam 1 juni 2006, NJ 2006, 461.

9: Rijksoverheid, De Nederlandse Wet collectieve afwikkeling massaschade.

10: E. Bauw en N. Frenk, ‘Het verhaal van schade ten behoeve van grote groepen slachtoffers’, in: A. Akkermans en E. Brans, Aansprakelijkheid en schadeverhaal bij rampen, Nijmegen 2002, p. 86.

11: R.H. Maatman en A.F.A. Coemans, ‘Class actions made easy’, TvOB 2007-2, p. 43.

12: F.C. Schirmeister, Amerikaanse toestanden in het aansprakelijkheidsrecht, Lelystad 1996.

13: Handelingen II 1998/99, 26 630, nr. 1; zie ook: M. Faure en T. Hartlief, ‘Het kabinet en de claimcultuur’, NJB 1999, p. 2007 e.v. (afl. 43).

14: Kamerstukken II 1998/99, 26 630, nr. 1, p. 1.

15: Kamerstukken II 1998/99, 26 630, nr. 1, p. 3.

16: Kamerstukken II 1998/99, 26 630, nr. 1, p. 4.

17: URL: https://www.beleggingspolisclaim.nl.

18: Kamerstukken II 1998/99, 26 630, nr. 1, p. 6.

19: E. Bauw en N. Frenk, ‘Het verhaal van schade ten behoeve van grote groepen slachtoffers’, in: A. Akkermans en E. Brans, Aansprakelijkheid en schadeverhaal bij rampen, Nijmegen 2002, p. 86.

20: Kamerstukken II 2003/04, 29 414, nr. 3, p. 25.

21: C. van Uchelen, ‘De verbindendverklaring volgens de WCAM als procesvorm’, in: Aansprakelijkheid, Verzekering en Schade, Aflevering 5/6 (24) 2014.

22: F. Kroes, ‘The beauty and the beast? Over ‘class actions’, de claimcultuur en het toenemend beroep op de rechter’, in: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, Aflevering 7 (35-40), 01-09-2008.

23: F. Kroes, ‘The beauty and the beast? Over ‘class actions’, de claimcultuur en het toenemend beroep op de rechter’, in: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, Aflevering 7 (35-40), 01-09-2008.

24: H.J. Snijders, ‘Van massaschades naar massaprocedures’, in: Massaclaims, Class Actions op z’n Nederlands, Nijmegen 2007, p. 5.

25: Stolker 1996, p. 48 en R.A. Epstein, ‘Class Actions: The Need for a Hard Second Look’, in: Civil Justice Report, nr. 4, maart 2002, p. 2.

26: F. Kroes, ‘The beauty and the beast? Over ‘class actions’, de claimcultuur en het toenemend beroep op de rechter’, in: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, Aflevering 7 (35-40), 01-09-2008.

27: F. Kroes, ‘The beauty and the beast? Over ‘class actions’, de claimcultuur en het toenemend beroep op de rechter’, in: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, Aflevering 7 (35-40), 01-09-2008.

28: Schirmeister, ‘De afwikkeling van massaschade: the American way’, AA 54 (2005) 10, p. 825.

29: Rule 23 (c) (1) (B) jo. Rule 23 (g).

30: Rule 23 (c) (2) (B).

31: Rule 23 (d) (2).

32: Rule 23 (d) (1).

33: Artikel 3:305a lid 3 BW.

34: Artikel 217 Rv.

35: HR 3 mei 1957, NJ 1959, 62; HR 22 mei 1992, Nj 1992, 512.

36: F. Kroes, ‘The beauty and the beast? Over ‘class actions’, de claimcultuur en het toenemend beroep op de rechter’, in: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, Aflevering 7 (35-40), 01-09-2008.

37: F. Kroes, ‘The beauty and the beast? Over ‘class actions’, de claimcultuur en het toenemend beroep op de rechter’, in: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, Aflevering 7 (35-40), 01-09-2008.

38: Artikel 1017 lid 3 Rv.

39: F. Falkena en M.F.J. Haak, ‘De nieuwe wettelijke regeling afwikkeling massaschade’, AV&S 2004, 37, afl. 5, p. 202.

40: F. Kroes, ‘The beauty and the beast? Over ‘class actions’, de claimcultuur en het toenemend beroep op de rechter’, in: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, Aflevering 7 (35-40), 01-09-2008.

41: A. Croiset van Uchelen, ‘De verbindendverklaring volgens de WCAM als procesvorm’, AV&S 2007, 34, p. 225 die de regeling bevoogdend noemt.

42: F. Kroes, ‘The beauty and the beast? Over ‘class actions’, de claimcultuur en het toenemend beroep op de rechter’, in: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, Aflevering 7 (35-40), 01-09-2008.

43: E. Bauw en N. Frenk, ‘Het verhaal van schade ten behoeve van grote groepen slachtoffers’, in: A. Akkermans en E. Brans, Aansprakelijkheid en schadeverhaal bij rampen, Nijmegen 2002, p. 86.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up