Ebay vs. L’Oréal

Welke weerslag heeft de zaak L’Oréal/Ebay op navolgende rechtspraak met betrekking tot het intellectueel eigendom?

Tekst door: Kees Bulder (JSVU Redactiecommissie)

‘Het is vooral onduidelijk of Ebay deze producten mag aanbieden op haar virtuele marktplaats en of zij hiervoor zelfs aansprakelijk gesteld kan worden.’

De feiten in L’Oréal/Ebay

Ebay is een elektronische marktplaats die het voor zowel particulieren als bedrijven mogelijk maakt producten op de openbare markt aan te bieden. Aanbieders moeten zich hierbij wel aan de gebruiksvoorwaarden houden, die onder meer de verkoop van namaakproducten en merkinbreuken verbieden. Toch houden lang niet alle verkopers zich hieraan. Het Franse cosmeticabedrijf L’Oréal meent dat Ebay onvoldoende actie onderneemt om een grootschalige inbreuk op haar eigendomsrechten te voorkomen. Hierdoor zou een grootschalige inbreuk ontstaan op haar intellectuele eigendomsrechten.

Hierop besluit L’Oréal in 2007 Ebay juridisch aansprakelijk te stellen in verschillende Europese lidstaten. Dit doet zij op basis van bepalingen in meerdere richtlijnen en verordeningen.1 De zaak wordt in Engeland uiteindelijk voor de ‘High Court of Justice’ gebracht. Hierbij is niet in geschil in welke specifieke gevallen er wel of niet inbreuk is gemaakt op de merkrechten van L’Oréal.2 Ebay erkent namelijk dat er in meerdere gevallen sprake is van een inbreuk op L’Oréals merkrechten. Het is vooral onduidelijk of Ebay deze producten mag aanbieden op haar virtuele marktplaats en of zij hiervoor zelfs aansprakelijk gesteld kan worden. De ‘High Court of Justice’ legt hierop tien prejudiciële vragen voor aan het Europese Hof van Justitie(hierna: HvJ). De antwoorden van het HvJ zijn van belang voor de handel en het economisch verkeer, met name met betrekking tot de werking van intellectuele eigendomsrechten binnen Europa.

Het economisch verkeer met betrekking tot natuurlijke personen

Voordat het Hof de vragen behandelt stelt zij ten eerste vast of er sprake is van ‘gebruik in het economisch verkeer’.3 Het is onduidelijk of hiervan sprake is, aangezien de producten op Ebay in verhandeling zijn gebracht door natuurlijke personen. Mocht hier geen sprake van zijn, dan valt deze zaak niet binnen de werkingssfeer van verschillende richtlijnen en verordeningen.  Ten tijde van de zaak was het nog niet helemaal duidelijk in welke gevallen er nou wel of niet sprake was van gebruik in het economisch verkeer. Het Hof beantwoordt het vraagstuk aan de hand van de arresten Anheuser-Busch en een eerdere zaak van L’Oréal.4

Het Hof bepaalt dat er geen sprake kan zijn van gebruik in het economisch verkeer wanneer het een simpele privé verkoop betreft. Hiermee doelt het Hof bijvoorbeeld op consumenten die één of twee potjes crème hebben aangeschaft en zich bedacht hebben, of ontevreden zijn met het product. Echter, volgens het Hof kunnen er toch gevallen zijn waar er wel degelijk sprake is van gebruik in het economisch verkeer door natuurlijke personen. Dit is namelijk het geval wanneer de verkopen die op een marktplaats zoals die van Ebay worden gerealiseerd, wegens hun volume, frequentie of andere kenmerken, die buiten de sfeer vallen van een privéactiviteit.5

Ten eerste benoemt het Hof dus volume. Hiermee bedoelt het Hof dat er een limiet zit aan het aantal producten dat een natuurlijke persoon in één keer  kan verkopen voordat het wordt aangemerkt als gebruik in het economisch verkeer. Neem het voorbeeld van de consument die één of twee potjes crème verkocht op Ebay. Stel dat deze consument honderd van deze potjes had verkocht, dan zou er sprake zijn geweest van een handelsactiviteit. Hetzelfde geldt voor de frequentie. Stel dat deze consument honderd dagen lang elke dag één potje crème te koop zet, dan kan er ook gesproken worden van een grootschalige handelspraktijk. Het grootste onderscheid zit hem dus in de intentie die de consument aanvankelijk heeft met het product: is deze gekocht of verkregen met het oogmerk om te verhandelen, of voor privégebruik? In het laatste geval is er geen sprake gebruik in het economisch verkeer, in het eerste geval wel.

Het laatste geval dat het Hof noemt is de verkoop van producten met bepaalde kenmerken. Waarschijnlijk doelt het Hof hier op producten die dusdanig speciale kenmerken bevatten dat zij ook verkregen kunnen zijn met de intentie tot verhandeling, ondanks dat dit product maar eenmalig verhandeld zou worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan albumhoezen met een authentieke handtekening van een artiest. Stel dat de artiest zelf een beperkt aantal van deze exemplaren op de markt brengt, dan kan het doorverkopen van deze albumhoezen worden aangemerkt als gebruik in het economisch verkeer vanwege de speciale kenmerken van dit product.

In deze zaak is er in ieder geval sprake van gebruik in het economisch verkeer, aangezien Ebay ook verkopen realiseert met een hoog volume en hoge frequenties.

De aansprakelijkheid van Ebay

Het belangrijkste vraagstuk in deze zaak is of L’Oréal Ebay aansprakelijk kan stellen. Bij het beantwoorden van de achtste prejudiciële vraag bepaalt het Hof dat Ebay niet op basis van merkenrechten aansprakelijk gesteld kan worden.6 Ebay maakt namelijk niet gebruik van de merkenrechten, het biedt slechts de producten aan die onbevoegd gebruik van maken van merkenrechten. Uit de negende prejudiciële vraag blijkt dat het voor de nationale rechter onduidelijk is of Ebay aangemerkt kan worden als een dienstverlener in de zin van artikel 14 lid 1 van de E-Commerce richtlijn 2000/31(hierna: richtlijn). Als het Hof deze vraag positief beantwoordt, dan kan Ebay mogelijk aansprakelijk worden gesteld op grond van de richtlijn.

Volgens artikel 14 van de richtlijn kunnen dienstverleners zoals Ebay niet aansprakelijk worden gesteld als het geen kennis heeft van de inbreuk of prompt actie onderneemt om de inbreuk te stoppen.7 Mocht Ebay aangemerkt worden als dienstverlener, dan rijst de vraag in welke mate Ebay kennis had van de inbreuken en in hoeverre zij hiertegen actie heeft ondernomen. Het Hof stelt vast dat Ebay inderdaad aangemerkt kan worden als dienstverlener, aangezien het een informatiemaatschappij is in de zin van de richtlijn.8 Dit betekent echter niet meteen dat een informatiemaatschappij zoals Ebay onder de werkingssfeer van artikel 14 valt. Om dit vast te stellen moet niet alleen worden gelet op de bewoordingen, maar ook op de context en doelstellingen van de richtlijn.9 Deze houden in dat een dienstverlener zoals Ebay niet meer onder de werkingssfeer van artikel 14 valt wanneer zij een actieve rol aanneemt met betrekking tot de verwerking van en controle over de gegevens die Ebay deelt.10

Volgens het Hof is er in het geval van Ebay wel degelijk sprake van een dergelijke actieve rol, aangezien het de verkoper assisteert bij het verkopen van haar producten door diens aanbiedingen te bevorderen en te optimaliseren.11 De bedrijfsvoering van Ebay valt dus niet onder de werkingssfeer van artikel 14 en geniet daarmee geen bescherming voor aansprakelijkheid. Dit is een grote winst voor merken zoals L’Oréal, aangezien elektronische marktplaatsen zoals Ebay hierdoor actie zullen moeten ondernemen om inbreuken op merkenrechten te voorkomen wanneer zij kennis hebben van een inbreuk. Ze is immers niet beschermd tegen aansprakelijkheid. De verwijzende rechter zal in deze zaak moeten bepalen in hoeverre Ebay ‘kennis heeft gehad van de feiten of omstandigheden waaruit het onwettige karakter van de activiteiten of informatie duidelijk blijkt’.12

De handhaving van inbreuken op het merkenrecht binnen het nationaal recht

Met de tiende prejudiciële vraag wenst de nationale rechter te vernemen of merken zoals L’Oréal wettelijke verplichtingen op kunnen leggen aan internetsites, zoals Ebay, die inbreuk maken op hun merkenrecht. Daarnaast vraagt de nationale rechter ook wat voor maatregelen er genomen kunnen worden. Het Hof antwoordt dat er inderdaad wettelijke verplichtingen kunnen worden opgelegd aan internetsites die een inbreuk maken op het merkenrecht. Het Hof legt meer nadruk op de vraag welke maatregelen toegepast mogen worden.

Het Hof bepaalt dat deze maatregelen worden overgelaten aan de nationale wet. Het Hof benoemt daarbij echter wel enige beperkingen.13 De regels van nationaal recht moeten bijvoorbeeld wel zo ingericht worden dat zij het doel van de richtlijn wel kunnen bereiken. Dit houdt in dat de maatregelen een afschrikkende en doeltreffende werking moeten hebben.14 Ook moet de nationale rechter maatregelen kiezen die passen in het licht van artikel 11 van richtlijn 2004/48 en in overeenstemming zijn met diens bewoordingen en doelstellingen. Ten derde mogen rechters ook geen algemene surveillanceplicht opleggen, aangezien dit onmogelijk is voor internetsites. Dit zou resulteren in overdreven kosten en disproportionele surveillance die in strijd zijn met artikel 3 van richtlijn 2004/48. Tenslotte zijn ook maatregelen verboden die het handelsverkeer kunnen belemmeren. Hierbij valt te denken aan maatregelen die de verkoop van andere producten op de website beperkt of de website ontoegankelijk maken.

Ondanks deze beperkingen behoudt de rechter toch nog veel keuzemogelijkheden om doeltreffende en afschrikkende maatregelen op te leggen. Zo kan een nationale rechter er bijvoorbeeld voor kiezen om een elektronische marktplaats te verplichten inbreuken op merkenrechten intensiever op te sporen. Ook kan de rechter deze te verplichten om meer informatie te verzamelen over de identiteit van de productverkoper, zodat deze makkelijker opgespoord kan worden.

‘Ten tijde van de zaak was het nog niet helemaal duidelijk in welke gevallen er nou wel of niet sprake was van gebruik in het economisch verkeer.’

‘Volgens artikel 14 van de richtlijn kunnen dienstverleners zoals Ebay niet aansprakelijk worden gesteld als het geen kennis heeft van de inbreuk of prompt actie onderneemt om de inbreuk te stoppen.7

De invloed van L’Oréal/Ebay in navolgende rechtspraak omtrent intellectuele eigendommen

De uitspraak van het Hof in het arrest L’Oréal/Ebay heeft invloed op de definitie van ‘gebruik in het economisch verkeer’. Voorafgaand aan deze zaak was het begrip onduidelijk. Daarom heeft het Hof hier voor opheldering gezorgd, zodat hier in navolgende rechtspraak minder onduidelijk zou bestaan. Het meest invloedrijke aspect van deze zaak is echter de kwestie omtrent aansprakelijkheid. Het Hof heeft bepaald dat elektronische marktplaatsen, vergelijkbaar met Ebay, niet zijn uitgezonderd van aansprakelijkheid. De rechter zal per geval moeten bekijken welke elektronische marktplaatsen wel of niet aansprakelijk kunnen worden gesteld. Door deze beslissing heeft het Hof de bescherming van intellectuele eigendommen verruimd. Hierdoor is het een kernarrest voor veel zaken omtrent het intellectueel eigendomsrecht. Ten slotte heeft het Hof ook nog bepaald of, en in hoeverre, de nationale rechter maatregelen mag opleggen aan partijen die een inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten.  De uitspraak heeft dus een aanzienlijke weerslag op meerdere aspecten van het intellectueel eigendomsrecht.

Kees Bulder (19) is eerstejaars student rechten aan de UU. Hij probeert zijn passie voor muziek en taal zoveel mogelijk te koppelen aan zijn andere passie: rechten. Hij schrijft daarom graag over muziekgerelateerde kwesties binnen het recht. Dit doet hij als voorzitter vanuit de redactiecommissie van de JSVU.

Contact opnemen? Dat kan via:

juncto@jsvu.nl

Voetnoten

1.  HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 3-25 (L’Oréal/Ebay)

2. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 35-36 (L’Oréal/Ebay)

3. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 54 (L’Oréal/Ebay)

4. Bron a; HvJ EU 16 november 2014, C-245/02, ECLI:EU:C:2004:717, (Anheuser-Busch), Bron b; HvJ EU 18 juni 2009. C-487/07, ECLI:EU:C:2009:378, (L’Oréal/Bellure)

5. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 55 (L’Oréal/Ebay)

6. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 105 (L’Oréal/Ebay)

7. Richtlijn 2000/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt, artikel 14 lid 1

8. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 109 (L’Oréal/Ebay)

9. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 111 (L’Oréal/Ebay)

10. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 113 (L’Oréal/Ebay)

11. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 116 (L’Oréal/Ebay)

12. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 120 (L’Oréal/Ebay)

13. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 135 (L’Oréal/Ebay)

14. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474, punt 136 (L’Oréal/Ebay)

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up