De geschiedenis van handel:
van prehistorie tot heden

Tekst door: Juliette Wassenberg

LEES VERDER

Handel heeft in de loop van de tijd een grote verandering doorgemaakt. Dat kan ook niet anders, gezien de mens al circa 10.000 jaar aan handel doet en er aanwijzingen zijn dat de eerste vormen van handel nog verder terug de tijd ingaan.1 Maar wat was in welke periode de precieze invulling van handel? Wanneer stortte de handel in en wanneer bereikte de handel een hoogtepunt? Ga in vogelvlucht mee door de de tien tijdvakken en de daarbij horende manieren van handel.

Prehistorie
(– 3000 v.Chr.)

Wanneer het over handel in de prehistorie gaat, is het ten eerste van belang om vast te stellen welke definitie aan het woord ‘handel’ moet worden toegekend. Professionele handel was zeer waarschijnlijk afwezig in de meeste prehistorische gemeenschappen. ‘Handel’ moet daardoor gezien worden in de breedste betekenis van het woord: het wederzijdse verkeer, de uitwisseling of verplaatsing van producten door vreedzaam menselijk handelen. Cruciaal hierbij is dat het eigendom van goederen overgaat naar een ander.2 3

De prehistorie staat ook wel bekend als de tijd van jagers en boeren. De jagers en verzamelaars waren geen handelaars, maar de boeren wel. De boeren bleven, in tegenstelling tot de jagers en verzamelaars, op één plek wonen. Doordat de boeren betere technieken ontwikkelden, konden ze steeds meer produceren. Dit leidde ertoe dat het overschot verhandeld werd en dat boeren zich konden gaan specialiseren in een bepaald product. Hierdoor ontstonden ambachten en steden.4

Oudheid
(3000 v.Chr. – 500 n.Chr.)

In de tijd van de Grieken en Romeinen floreerde de handel. Doordat de Griekse landbouwgrond niet van goede kwaliteit was, moesten Griekse steden graan importeren uit andere gebieden, zoals Sicilië. Op deze manier ontstond de overzeese handel. Op hun beurt exporteerden de Grieken in de overzeese handel olijfolie en wijn. Het hart van de Griekse stad was de agora. Hier werden de geëxporteerde goederen verkocht. De geïmporteerde, overzeese goederen werden verkocht op één locatie in de handelsstad, het zogeheten emporium.5

Al sinds de oudheid worden muntstukken gebruikt om de handel te bevorderen. In de oudheid werden namelijk rond 700 v.Chr. de eerste muntstukken geïntroduceerd.6

Vroege middeleeuwen
(500-1000)

De vroege middeleeuwen, ook wel de tijd van monniken en ridders, waren een slechte periode voor de handel, die bijna helemaal verdween. De val van het Romeinse Rijk was hier de oorzaak van: West-Europa ging ten onder aan chaos en geweld. Doordat de steden verdwenen verdween ook de handel en nijverheid. De landbouwstedelijke cultuur werd vervangen door een zelfvoorzienende landbouw cultuur.7

Deze zelfvoorzienendheid, de teruggelopen handel en een gebrek aan veiligheid hebben ertoe geleid dat het economische hofstelsel ontstond. Doordat boeren zichzelf niet konden beschermen zochten zij bescherming bij adel. Zij kregen dan als horigen een stuk grond in bruikleen, bescherming en een deel van de opbrengsten in ruil voor het betalen van belasting en het doen van klusjes voor de heer.8

Hoge en late middeleeuwen
(1000-1500)

In de tijd van steden en staten maakte de handel vergelijkbare ontwikkelingen door als in de prehistorie en oudheid: betere technieken leidden tot een overschot aan producten dat verhandeld werd. Er ontstonden weer ambachten en sommige Romeinse steden bloeiden weer op. Hierdoor kwam de landbouwstedelijke samenleving weer tot leven.9

In de middeleeuwen werd geld steeds belangrijker. In de 12e eeuw werden in Europa grote zilvervoorraden gevonden, waardoor het mogelijk werd om zilveren munten te slaan. De ruilhandel werd langzaamaan ingeruild voor geld: horigen betaalden steeds meer met munten in plaats van goederen aan de landheer. Ook het krediet maakte in de middeleeuwen zijn introductie: kooplieden beloofden elkaar, middels een jaarmarktbrief, op de volgende jaarmarkt te zullen betalen. Muntgeld en krediet werden onmisbaar voor de handel.10

16e eeuw: Renaissancetijd
(1500-1600)

Deze tijd staat ook wel bekend als de tijd van ontdekkers en hervormers. Door de ontdekkingsreizen ontstond er veel overzeese handel. In de renaissance werd er vooral veel gehandeld in luxe goederen zoals kunst. Italië was daarin koploper. Extra opvallend is dat, ondanks een drastische bevolkingsafname (door o.a. een pestpandemie) en een toename in arbeidskosten, er een toename was in deze consumptie.11

‘Als gevolg van de coronacrisis krimpt de handel echter momenteel.’ 

17e eeuw: Gouden Eeuw
(1600-1700)

In de Gouden Eeuw, de tijd van regenten en vorsten, kwam de handel op een ongekend hoogtepunt. Er was sprake van wereldwijde handel. Dat de handel door de Staten-Generaal in de Nederlandse Republiek werd ondersteund droeg hieraan bij. De welvaart was te danken aan de scheepvaart en aan de goed georganiseerde Amsterdamse stapelmarkt.12 Een stapelmarkt is een plek waar goederen vanuit de hele wereld naartoe gebracht en opgeslagen werden, om vervolgens door te worden verhandeld.

Amsterdam werd namelijk de belangrijkste stapelmarkt van Europa, mede doordat veel rijke protestanten tijdens de Tachtigjarige Oorlog na de Val van Antwerpen in 1585 hier naartoe vluchtten. Een Aziatische belangrijke stapelmarkt was Batavia, waar het hoofdkwartier van de VOC in Nederlands-Indië was gevestigd.13

De welvaart was daarnaast dus te danken aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie, die handelde in specerijen als zout, peper, nootmuskaat, kruidnagels en kaneel uit India. Daarnaast handelde de VOC ook in luxe goederen zoals zijde en gedecoreerde katoenen stoffen, thee, goud, zilver, koper en porselein uit India, Japan en China.14

De VOC had binnen Nederland een monopolie op Azië, waardoor alleen zij handel mochten drijven met Azië. De WIC (West-Indische Compagnie) dreef handel met Afrika en Amerika.15

Steden hadden vaak een specifiek product dat de grootste bron van inkomsten vormde. Zo was Dordrecht het middelpunt van de wijnhandel en waren in Gorinchem en Hoorn landbouw en veeteelt de grootste bronnen van inkomsten. In Schiedam was touwslagerij belangrijk voor de handel, net zoals visserij, die ook belangrijk was voor de Scheveningse handel. Edam was belangrijk in de scheepsbouw en voor zuivelproducten zoals kazen. Voor Valkenburg was de paardenmarkt belangrijk.16

Kunstenaars profiteerden ook van de bloeiende economie. De bourgeoisie (gegoede burgerij) investeerde namelijk steeds meer in kunst, want aanschaffing van kunst leverde een statussymbool op: kwantiteit ging zelfs boven kwaliteit. Naast de rijke kooplieden kochten ook de minderbedeelden kunst, in de vorm van kopieën, prenten en werk van minder beroemde kunstenaars. Er ontstond een heuse kunsthandel.17

18e eeuw: Verlichting
(1700-1800)

Tijdens de tijd van pruiken en revoluties maakten Europese handelaren verre reizen. Een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis is de slavenhandel uit deze tijd. Voor de Nederlandse economie was tijdens de verlichting de slavenhandel erg belangrijk.18 De trans-Atlantische slavenhandel was een onderdeel van de driehoekshandel tussen Europa, Afrika en Amerika. De in Afrika door Europese handelaren gekochte slaven werden naar Amerika gebracht en geruild voor daar verbouwde producten. De Amerikaanse producten werden vervolgens naar Europa vervoerd.19

19e eeuw: Industrialisatie
(1800-1900)

Deze tijd staat ook wel bekend als de tijd van burgers en stoommachines. De tot dan toe landbouwstedelijke samenleving veranderde tijdens de industrialisatie in een industriële samenleving. Veel mensen trokken vanuit het platteland naar de stad om hier in fabrieken te gaan werken.20 Massaproductie werd mogelijk door het gebruik van machines. Ook door de komst van stoomtreinen en stoomboten kreeg de (overzeese) handel een flinke impuls.

Eerste helft 20e eeuw
(1900-1950)

Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw was de tijd van wereldoorlogen. De (nasleep van de) Eerste Wereldoorlog zorgde voor een grote economische crisis. Hitlers aanpak bracht de economie in Duitsland weer op de rails, waardoor hij veel aanhang kreeg. Dit gebeurde vooral doordat Hitler voor banen in fabrieken zorgde, waar producten gemaakt werden voor de oorlog.21 Ook de Tweede Wereldoorlog leidde tot een economische crisis. Handel stond eigenlijk de hele eerste helft van de 20e eeuw op een vrij laag pitje.

Tweede helft 20e eeuw en daarna
(1950-heden)

Aan het begin van deze tijd, ook wel bekend als de tijd van televisie en computers, vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog, nam de welvaart weer toe. De Nederlandse regering gaf alle ruimte aan de industrie en begon met het opbouwen van sociale zekerheid, zoals de AOW. Dit leidde ertoe dat mensen vrijheid gingen zoeken, nieuwe normen en waarden kregen en steeds meer geld besloten uit te geven, met name in de jaren ‘60 en ‘70.22

In de jaren ‘80 en ‘90 maakt het internet zijn opmars. Het internet heeft een grote stimulerende invloed op de handel.23 Door het internet hebben de consumenten het overwicht gekregen, terwijl de macht eerst bij de producent lag. Door het internet is er zoveel keus, dat consumenten precies kunnen bepalen wat ze willen, kunnen vermijden waar ze niet naar op zoek zijn en op zoek kunnen gaan naar de beste prijs-kwaliteit verhoudingen. Het internet zorgt dus voor een verschuiving van de machtsverhoudingen ten gunste van de consument.24

Conclusie

Handel is dus in de loop van de tijd aan grote veranderingen onderhevig geweest. Tijdens de prehistorie ontstonden langzaam de eerste vormen van handel, waarna het piekte in de oudheid. Tijdens de daaropvolgende periode, de vroege middeleeuwen, verdween de handel echter bijna helemaal. Gedurende de hoge en late middeleeuwen en de renaissance kwam de handel weer op, gevolgd door het ongekende hoogtepunt in de Gouden Eeuw. De bloei van de handel werd voortgezet tijdens de verlichting en industrialisatie, waarna de handel ineenstortte, opkrabbelde, en opnieuw ineenstortte gedurende de eerste helft van de 20e eeuw. Aan het begin van de tweede helft van de 20e eeuw nam de handel weer toe en sindsdien blijft het op een hoogtepunt, onder andere door de introductie van het internet. Als gevolg van de coronacrisis krimpt de handel echter momenteel.25 Het is enkel gissen naar de ontwikkeling van de handel in de (nabije) toekomst, al helemaal nu onduidelijk is hoe het coronavirus zich verder ontwikkelt.

‘In de Gouden Eeuw, de tijd van regenten en vorsten, kwam de handel op een ongekend hoogtepunt.’ 

Juliette Wassenberg (20) is tweedejaars student rechtsgeleerdheid. Naast haar studie is ze lid van studentenvereniging Biton. Ze was vorig jaar lid van de redactiecommissie van de JSVU en is nu ook redacteur bij Biton. Strafrecht en internationaal recht vindt ze erg interessant.  

Reageren?
Mail naar: juncto@jsvu.nl

Voetnoten

1. C. Renfrew, ‘Trade and Culture Process in European Prehistory’, Current Anthropology (10) 1969, afl. 2/3, p. 151-169.

2. C. Renfrew, ‘Trade and Culture Process in European Prehistory’, Current Anthropology (10) 1969, afl. 2/3, p. 152.

3. I.B. Dogan & A. Michailidou, ‘Trade in prehistory and protohistory: Perspectives from the eastern Aegean and beyond’, 2008, p. 19.

4. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

5. ‘Oude Grieken en (overzeese) handel’, isgeschiedenis.nl

6. D. Kagan, ‘The Dates of the Earliest Coins’, American Journal of Archaeology (86) 1982, afl. 3, p. 343-360.

7. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

8. ‘Hofstelsel en leenstelsel: wat is het verschil?’, historiek.net

9. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

10. ‘Handel en economie in de middeleeuwen’, infonu.nl

11. R.A. Goldthwaite, ‘The Economy of Renaissance Italy: The Preconditions for Luxury Consumption’, I Tatti Studies in the Italian Renaissance (2) 1987, p. 15-39

12. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

13. ‘Stapelmarkt en stapelplaats’, historiek.net

14. ‘1602 Handel met de Oost: VOC’, rijksmuseum.nl

15. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

16. ‘Handel in de Gouden Eeuw’, isgeschiedenis.nl

17. ‘Lesbrief kunst en commercie in de Gouden Eeuw’, rembrandthuis.nl

18. ‘De Nederlandse economie was voor vijf procent afhankelijk van slavernij’, nos.nl

19. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

20. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

21. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

22. ‘De tien tijdvakken van geschiedenis’, infonu.nl

23. C.L. Freund & D. Weinhold, ‘The effect of the Internet on international trade’, Journal of International Economics (62) 2004

24. B. Rezabakhsh, D. Bornemann, U. Hansen & U. Schrader, ‘Consumer Power: A Comparison of the Old Economy and the Internet Economy’, Journal of Consumer Policy (29) 2006, p. 3-4

25. ‘Wat zijn de economische gevolgen van corona?’, cbs.nl

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up