Hoe eerlijk is fairtrade?

Over de waarde van een Fairtrade keurmerk

Tekst door: Dennis Kok

LEES VERDER

Inleiding

Verscheidene alledaagse producten zijn tegenwoordig in het bezit van een ‘fairtrade keurmerk’. Deze producten (veelal koffie, bananen of chocola) hopen met dit keurmerk te laten zien dat zij een bijdrage aan een betere wereld leveren. Deze bijdrage kan bestaan uit een eerlijke beloning voor elke leverancier in de keten, of het gebruik van grondstoffen die op een milieuvriendelijke manier zijn gewonnen.

In dit artikel wordt de waarde van deze keurmerken onderzocht. Allereerst worden een aantal keurmerken en hun doel behandeld. Vervolgens zal gekeken worden aan wat voor regelgeving men moet voldoen om zo’n keurmerk te ‘verdienen’. Ook de kritiek op verscheidene keurmerken zal de revue passeren. Dit alles mondt uit in een conclusie omtrent de waarde van een fairtrade keurmerk.

Het ontstaan van fairtrade keurmerken

Voor de oorsprong van fairtrade moet teruggegaan worden naar de jaren vijftig. Na de Tweede Wereldoorlog, ging het uitbouwen van grensoverschrijdende relaties gepaard met een bewustzijn van de wereld als een verbonden geheel. Een gevoel van internationale solidariteit groeide. Dit gevoel is een cruciale voorwaarde gebleken voor de opkomst van een beweging voor eerlijke handel.

Bij veel initiatieven in het kader van internationale solidariteit speelde kerkelijke netwerken een belangrijke rol. In 1958 zette een groep katholieke jongeren uit Kerkrade zich in voor hulpbehoevende geloofsgenoten in Sicilië. Een inzamelingsactie om melkpoeder voor Siciliaanse kinderen te kopen bleek een succes. In 1959 werd het Steun Ontwikkelings Streken (SOS) opgericht. Bij de oprichting had niemand kunnen voorzien dat dit uit zou groeien tot één van de belangrijkste pioniers op het gebied van eerlijke handel.

In de loop van de jaren zestig verschoof het doel van SOS naar het opzetten van projecten die op termijn zichzelf in stand zouden kunnen houden. Dit werd gerealiseerd middels eenmalige leningen. De daaruit voortvloeiende handelswaar bracht SOS in Nederland op de markt. Eventuele winst werd in andere ontwikkelingsprojecten geïnvesteerd.

SOS bleef zich met rasse schreden ontwikkelen. In 1973 opende Prins Claus het nieuwe magazijn en ontstond de nieuwe naam: ‘Fairtrade’. In 1988 vond de grote doorbraak plaats. Het eerste keurmerk, genaamd ‘Max Havelaar’, was geboren. Dit keurmerk werd gebruikt voor eerlijke koffie en werd als baanbrekend beschouwd. DIt bleek het eerste initiatief dat nadruk legde op het welzijn eerder in de keten.  Het initiatief was een groot succes en andere markten volgende. In de daaropvolgende jaren werden soortgelijke Fairtrade Labelling Organizations non-profit opgezet in andere Europese landen en Noord-Amerika. In 1997 ontsproot hieruit de Fairtrade Labelling Organizations International. Deze koepelorganisatie ging zich bezighouden met gelijke fairtrade normen, inspectering en certificering van fairtrade producten. Tegenwoordig zijn steeds meer producten van zo een keurmerk, zoals thee, honing, chocola, maar ook kleding. In 2006 veranderde de stichting SOS  -die dit alles in gang had gezet – de naam voor het laatst: ‘Fairtrade Original’, waarmee het tot op de dag van vandaag herkenbaar is.1

Het verkrijgen van een fairtrade keurmerk

Met de groeiende professionaliteit van de Fairtrade organisaties, kwam ook nadere regelgeving over de verkrijging van verscheidene keurmerken. Leidend hierin is de in 2009 opgestelde ‘Charter of Fairtrade Principles’.2 Hierin worden de algemene principes behandeld waaraan een product moet voldoen om een keurmerk te verdienen. Deze worden onderstaand kort besproken.

Toegang tot de markt voor gemarginaliseerde groepen

Veel producenten hebben enkel toegang tot de markt via lange inefficiënte handelsketens. Fairtrade producten maken mogelijk dat de producenten daarvan gemakkelijker in contact komen met de consument. Daarbij staan deze producten garant dat de producenten een eerlijke prijs voor hun product krijgen.

Duurzame en gelijkwaardige handelsrelaties

Bij een Fairtrade product worden zowel de directe als indirecte kosten meegenomen. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de kosten die moeten worden gemaakt om te bewaken dat grondstoffen uitgeput raken. Ook wordt rekening gehouden met de kosten die de producent moet maken om de continuïteit van zijn onderneming te waarborgen. De prijs van een Fairtrade product wordt uiteindelijk onder de streep bepaald aan de hand van bovenstaande factoren, dan bijvoorbeeld aan de huidige marktprijs.

Uitbreiding van capaciteit en slagvaardigheid

Fairtrade relaties moeten de producent assisteren in de kennis die hij heeft over zijn product. Daarbij moet aangeleerd worden hoe ‘de markt’ werkt, om op deze manier kennis, vaardigheden en benodigdheden te verwerven die bijdragen aan zowel het product, als de levensstandaard van de producent.

Klantbewustzijn en voorlichting

Fairtrade relaties moeten de basis vormen waarin producenten in contact kunnen komen met consumenten. Daarbij moeten deze producten bijdragen aan de urgentie van sociale rechtvaardigheid en de kansen die er liggen hier iets aan te doen.

Aldus moet een Fairtrade product gezien worden als een sociaal contract tussen producent en consument. Bovenstaande principes werken enkel indien hier op lange termijn gehoor aan wordt gegeven. De consument weet immers dat hij hetzelfde product wellicht elders goedkoper gaan krijgen. De consument moet geraakt worden door de waarden die daarachter liggen, met een eerlijke prijs voor ieder in de keten. De principes mogen gelezen worden als een toevoeging op regels voortvloeiend uit de conventies van de ‘International Labour Organizations.’

‘Het blijft echter bij principes, nadrukkelijk wordt vermeld dat geen internationaalrechtelijke plichten voortvloeien uit het document.’

Wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving omtrent eerlijke producten ontbreekt in Nederland. Echter zijn er wel (inter)nationale richtlijnen die Fairtrade stimuleren. Twee daarvan worden uitgelicht, zowel een internationale als een nationale.

De Verenigde Naties hebben hun stimulans uitgesproken in de ‘Guiding Principles on Business and Human Rights’. In dit document ligt de nadruk op de rol van bedrijven in het respecteren van mensenrechten. Dit geldt niet alleen voor eigen werknemers, maar ook voor bedrijven waar zij eerder in de productieketen mee samenwerken. Het doel is om met deze standaard eerlijke resultaten te bereiken voor elk individu en bedrijf dat met de Guiding Principles te maken krijgt. Het blijft echter bij principes, nadrukkelijk wordt vermeld dat geen internationaalrechtelijke plichten voortvloeien uit het document.

In Nederland gelden de richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor multinationale ondernemingen. Deze richtlijnen maken duidelijk wat de Nederlandse overheid van bedrijven verwacht bij het internationaal zakendoen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze bieden handvatten voor bedrijven. Behandelt wordt hoe om te gaan met kwesties als ketenverantwoordelijkheid, mensenrechten, kinderarbeid en milieu.

In tegenstelling tot de Guiding Principles van de Verenigde Naties, kan wel een melding worden gedaan bij het Nationaal Contact Punt (NCP) over vermeende schendingen van de OESO-Richtlijnen. Meldingen zijn onder meer ingediend tegen Shell3, Heineken4 en de ING bank.5 In dit soort gevallen helpt het NCP van het vinden van een oplossing waardoor escalatie en reputatieschade kan worden voorkomen.6 Het NCP is echter geenszins een rechtsprekende instantie, welke een bindende uitspraak over het al dan niet overschrijden van een OESO-richtlijn kan geven. Een bemiddelende rol is voor hen weggelegd.

 

Kritiek op keurmerken

Uit verscheidene hoeken is echter ook kritiek op deze keurmerken. Onder andere een rapport van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (hierna: “SOMO”) liet in 2018 zien dat verschillen tussen gewone en gecertificeerde plantages klein zijn. Dat bleek uit het rapport ‘Looking good on paper’.7

Onderzoeksorganisatie 3IE schreef in haar studie dat er ‘geen garantie is dat leefomstandigheden verbeteren door een keurmerk’.8 De door Fairtrade opgelegde principes en de daaruit volgende (inter)nationale regelgeving blijkt nog niet de gewenste impact te hebben. Het verbeteren van leefomstandigheden lijkt daarmee als doel nog niet (overal) bereikt te worden. Daarbij ligt een nog groter gevaar op de loer: misbruik. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat door een keurmerk de verkoopprijzen over het algemeen stegen, maar de werkers en producenten daar niet van profiteerden. De zwakke onderhandelingspositie van de boer maakt dat zij alsnog aan het kortste eind trekken.

Tot slot moeten “supermarkten en levensmiddelenproducenten de waarde van een keurmerk niet voor lief nemen. Zij moeten er zelf voor zorgen dat de voorwaarden in de toeleveringsketen verbeteren. Het gaat om betere prijzen, maar ook om een stabiele en fatsoenlijke handelsrelatie” aldus SOMO-onderzoeker Sanne van der Wal in Trouw.9 Juist de basisprincipes waar Fairtrade waarde aan hecht worden op deze manier niet vervuld.

 

Conclusie

Fairtrade producten hebben als doel sociale rechtvaardigheid te creëren voor zij die eerder in de productieketen staan en een ongelijke kans op de markt hebben. Aan de hand van de basisprincipes van Fairtrade Original, de Guiding Principles van de Verenigde Naties en de OESO-richtlijnen is een kader geschetst waarbinnen dit plaats kan vinden. Een hiaat ligt in de slagkracht van deze regels en principes, daar deze niet afdwingbaar zijn. Door deze niet-afdwingbaarheid ligt misbruik op de loer, wat blijkt uit de aangehaalde rapporten die tonen dat de leefomstandigheden van de werknemers er niet altijd op vooruit gaan. Ook op de daadwerkelijke uitwerking van deze principes valt een en ander aan te merken. Het waardeoordeel omtrent Fairtrade keurmerken is mijns inziens dan ook tweeledig. De maatschappelijke waarde ligt hoog. Fairtrade zet zich in voor rechtvaardige omstandigheden voor eenieder in de keten. Het recht moet mijns inziens zoeken naar rechtvaardigheid, dus daarin is de waarde hoog. De juridische waarde is echter laag, nu handhaving vrijwel onmogelijk is, daar Fairtrade en zijn normen en waarden geen (afdwingbare) verplichting is.

Dennis Kok (21) vervult dit jaar fulltime de rol van Ab Actis bij Navigators Studentenvereniging Utrecht, na vorig jaar zijn bachelor te hebben afgerond. Volgend jaar zal hij starten met de master Onderneming & Recht, wegens zijn grote interesse in handels- en ondernemingsrecht.

Reageren?
Mail naar: juncto@jsvu.nl

Voetnoten

1. Peter van Dam, Wereldverbeteraars – Een geschiedenis van Fairtrade, Amsterdam University Press.

2. World Fairtrade Organization and Fairtrade Labelling Organizations, A CHARTER OF FAIRTRADE PRINCIPLES, 2009. Te raadplegen op: https://wfto.com/sites/default/files/Charter-of-Fair-Trade-Principles-Final%20(EN).PDF.

3. Eindverklaring Obelle Concern Citizens (OCC) vs. Shell Petroleum Development Company of Nigeria Limited (SPDC) en Royal Dutch Shell (RDS), 27 februari 2020.

4. Initial Assessment Kajangu, Bankulikire, Ntumba and Masumboko vs. Bralima (Bukavu, DRC) and Heineken N.V, 30 maart 2020.

5. NCP Eindverklaring melding NGO’s versus ING, 19 april 2019.

6. Aldus de doelstelling van het NCP. Te raadplegen via: https://www.oesorichtlijnen.nl/ncp

7. Sanne van der Wal (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen), ‘Looking good on paper’ – Review of recent research on the impact of sustainability certification on working conditions on large farms. Amsterdam, oktober 2018. Te raadplegen via: https://www.somo.nl/nl/wp-content/uploads/sites/2/2018/10/Report-looking-good-on-paper.pdf

8.  Birte Snilstveit (3ie – International Initiative for Impact Evaluation), ‘Fair and square: better market share, more benefits through Fairtrade.

9.  Hans Nauta, Keurmerk helpt arme boeren nauwelijks, Trouw 22 oktober 2018.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up