Morele rechten voor artiesten

De interpretatie van verschillende morele rechten die artiesten behouden na overdracht van eigendom.

Tekst door: Kees Bulder (JSVU Redactiecommissie)

‘Bestaan er in het Nederlandse recht juridische mogelijkheden om de artiest te beschermen tegen ongewild gebruik van zijn werk?’

Morele rechten voor artiesten

Het recht is doorgaans niet iets waar de meeste auteurs en artiesten zich graag mee bezighouden. Toch ondervinden zij allen vroeg of laat de impact van het recht naarmate hun carrière vordert. Dit is met name het geval wanneer anderen hun werk gebruiken op een manier die zij niet voor ogen hadden. Gelukkig is het recht er ook voor hen die zich hier liever niet mee bezighouden. Maar in hoeverre weet de Auteurswet artiesten te beschermen tegen schending van morele auteursrechten? Op deze vraag gaan we dieper in aan de hand van een actueel voorbeeld en artikel 25 lid 1 sub d van de Auteurswet.

Neil Young’s Rockin’ In The Free World galmt door de speakers, terwijl fanatieke aanhangers van Donald Trump zich opmaken voor een toespraak van de man die belooft de Verenigde Staten weer groots te maken. De bewondering die Trump heeft voor songwriter Neil Young is niet wederzijds. Dit blijkt wel uit een vernietigende open brief waarin Young zich richt tot Trump en onder meer schrijft dat hij zich totaal niet kan vinden in de politiek van Trump en dat hij desondanks het gebruik van zijn muziek door Trump niet kan voorkomen.1 Young is geen eigenaar van zijn eigen muziek en kan daardoor niet voorkomen dat Trump een licentie krijgt om zijn muziek te gebruiken. In 2021 staan er ook in Nederland weer belangrijke verkiezingen voor de deur waarvoor politieke partijen ongetwijfeld uitvoerig campagne gaan voeren. Bestaan er in het Nederlandse recht juridische mogelijkheden om de artiest te beschermen tegen ongewild gebruik van zijn werk?

Ter beantwoording van de deze vraag zal er in deze bijdrage dieper worden ingegaan op de persoonlijkheidsrechten. In het internationale recht vinden we de uitwerking hiervan voornamelijk terug in artikel 6bis van de Berner Conventie (1886). Nederland treedt pas toe in 1912. Op hetzelfde moment ontwerpt de Nederlandse wetgever een nieuwe Auteurswet om de Auteurswet van 1881 te vervangen. Door deze samenhang tussen toetreding tot het verdrag en het ontwerp van de Auteurswet is het dan ook geen verrassing dat artikel 6bis nog steeds veel gelijkenissen toont met artikel 25 van de Auteurswet waarin in Nederland de persoonlijkheidsrechten geregeld staan.

De morele rechten van de auteur

Artikel 25 Auteurswet beperkt de eigendomsrechten van de eigenaar. In het artikel staat namelijk dat de maker van een werk zelfs na de overdraging van zijn auteursrecht nog enige rechten behoudt. Deze rechten behoudt de artiest op morele gronden. De kernbepaling kan gevonden worden in artikel 25, lid 1 sub d Auteurswet. Het luidt als volgt: ‘De maker van een werk heeft, zelfs nadat hij zijn auteursrecht heeft overgedragen, het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid.’

De interpretatie van waarde

Wat voornamelijk intrigeert is, zoals uit het citaat blijkt, de aanwezigheid van open normen. Het lijkt erop dat de wetgever de rechter ruimte wilt geven om te bepalen in welke gevallen er sprake is van een schending van een moreel recht. Dit is niet onbegrijpelijk, een schending van een moreel recht kan erg afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. Daarom zal de rechter dit per geval moeten bekijken. Echter, dit kan veel onduidelijkheden opleveren. Wanneer is er bijvoorbeeld sprake van een nadeel  aan de eer of de naam? Kan erg afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. Daarom zal de rechter dit per geval moeten bekijken. Wat men in de Berner Conventie niet nodig achtte, maar de Nederlandse wetgever wel, is de toevoeging van ‘nadeel aan de waarde’ aan het artikel.2 De achterliggende reden voor deze toevoeging blijft onduidelijk. Ook de memorie van toelichting schept mijns inziens geen duidelijkheid. Hierin stelt de wetgever dat sub c (inmiddels sub d) van het artikel niet zou volstaan zonder de toevoeging van waarde en dat dit volkomen bij de strekking van het artikel past.3 Echter, het blijft onduidelijk hoe waarde geïnterpreteerd dient te worden.

Enerzijds kun je stellen dat uit de toelichting blijkt dat waarde hier de vermogenswaarde van het werk betreft. Immers, wanneer we waarde interpreteren als een inhoudelijke artistieke waarde komen we nagenoeg op hetzelfde uit als een aantasting van het werk of nadeel aan de naam en eer van de maker. Als het een verkapt synoniem is, waarom zou het artikel dan niet volstaan zonder dit gedeelte?

Anderzijds kun je stellen dat de wetgever hier wel doelt op inhoudelijke artistieke waarde van het werk. In de toelichting meldt de wetgever dat dit onderdeel van het artikel volkomen past bij de strekking van de bepaling.4 In de rest van het lid wordt niet gerept over vermogenswaarde, de functie van dit artikel is dan ook het beschermen van de morele rechten van de auteur. Het zou dus niet bij de strekking van het artikel passen om vermogenswaarde hier aan toe te voegen.

Misvorming, verminking of een andere aantasting van het werk

Voordat ik inga op de interpretatie van eer of naam dient te worden opgemerkt dat het nadeel moet volgen uit een misvorming, verminking of aantasting. Hetzelfde geldt voor het zojuist besproken nadeel aan waarde. Hier kan een koppeling worden gemaakt naar het voorbeeld van de muzikant wiens muziek ongewild voor politieke doeleinden wordt gebruikt. Stel dat het gebruik van muziek door een omstreden politicus de reputatie van de betreffende muzikant zal schaden, kunnen we hier dan spreken van een misvorming, verminking of een andere aantasting van het werk? Op het eerste oog lijkt dit onwaarschijnlijk. Echter, dit blijkt genuanceerder te liggen. Wat betreft de reputatie van een artiest ligt een andere aantasting hier meer voor de hand dan een misvorming of verminking.

Wat de kwestie zo lastig maakt is dat men het begrip aantasting ontzettend ruim kan opvatten. In werkelijkheid verandert er niets aan het liedje, de woorden en instrumentatie blijven namelijk hetzelfde. Kortom, er is geen sprake van een werkelijke aantasting aan het werk zelf. Echter, men kan de liedtekst verkeerd gaan interpreteren vanwege een politieke associatie. Verder heeft het Hof in 1991 bepaald dat een gebruiksvoorwerp minder gevoelig is voor aantasting dan het werk waarin een artiest zijn ziel en waardigheid blootlegt.5 In wezen lijkt het gebruik van zijn werk dus wel degelijk tot een zekere aantasting te kunnen leiden.

‘Het lijkt erop dat de wetgever de rechter ruimte wilt geven om te bepalen in welke gevallen er sprake is van een schending van een moreel recht.’

‘Wat de kwestie zo lastig maakt is dat men het begrip aantasting ontzettend ruim kan opvatten.’

Nadeel aan de eer of de naam van de maker

Uit het voorbeeld van Trump en Young lijkt voort te vloeien dat een artiest wel degelijk schade aan zijn eer of naam kan ondervinden door het gebruik van zijn muziek door een politieke partij. Immers, als Young een publiek heeft dat zich niet identificeert met de politiek van Trump kan dit zijn reputatie aantasten onder zijn publiek, oftewel schade aanrichten aan zijn naam. Toch zijn er hier ook enkele punten waarop onduidelijkheden rusten. Er zijn bijvoorbeeld gevallen denkbaar waarbij de populariteit van de naam juist toeneemt na gebruik van diens werk door een politieke partij. Zelfs wanneer we aannemen dat de populariteit af zou nemen, kan een associatie met een politieke partij dan een nadeel aan de eer of naam opleveren? Immers, het is niet aan de rechters of wetgever om aan de hand van hun eigen politieke opvattingen te beoordelen welke politieke partijen de eer of naam van de artiest benadelen.

Volgens voormalig hoogleraar Gerbrandy dient de populariteit van de naam overigens helemaal niet mee spelen in de overweging of er sprake is van een nadeel aan de eer of naam.6 Hij zegt dat er sprake moet zijn van een volkomen verkeerde of onaanvaardbare voorstelling over de opvattingen van de artiest voordat de artiest zich op de persoonlijkheidsrechten kan beroepen. Hierin speelt populariteit dus geen rol. Als we van deze visie uitgaan is het niet mogelijk om nadeel aan de eer of de naam van de maker vast te stellen na het gebruik van muziek door een politieke partij, gelet op wat in de vorige alinea is besproken.

Conclusie

Uit het voorgaande blijkt dat artiesten en auteurs middels artikel 25 lid 1 sub d Auteurswet mogelijkheden hebben om zich te beroepen op morele rechten. De wetgever lijkt de rechter ruimte te willen geven om te bepalen of er inderdaad sprake is geweest van een schending van een moreel recht. Hopelijk zullen er binnenkort een paar spraakmakende zaken de revue passeren die artikel 25 van de Auteurswet nader in zullen vullen. Aan de hand van artikel 25 blijft onduidelijk of politieke partijen naar believen gebruik kunnen maken van Nederlandse muziek of andere werken van kunst. We zullen dus moeten afwachten of er in de toekomst beperkingen op eigendom zullen worden gesteld door de wetgever, of wachten op verduidelijking door de rechtsinstanties. Tot die tijd, ‘Keep On Rockin’ In The Free World’.

Kees Bulder (19) is eerstejaars student rechten aan de UU. Hij probeert zijn passie voor muziek en taal zoveel mogelijk te koppelen aan zijn andere passie: rechten. Hij schrijft daarom graag over muziekgerelateerde kwesties binnen het recht. Dit doet hij als voorzitter vanuit de redactiecommissie van de JSVU.

Contact opnemen? Dat kan via:

juncto@jsvu.nl

Voetnoten

1. N. Young, ‘An open letter to Donald J Trump’, neilyoungarchives.com, 18 Februari 2020.

https://neilyoungarchives.com/news/2/article?id=Viewpoint-An-Open-Letter-To-Donald-J-Trump

2. Kamerstukken II, 1964/1965, 7877, nr. 3, p.10 (MvT).

3. Kamerstukken II, 1964/1965, 7877, nr. 3, p.10 (MvT).

4. Kamerstukken II, 1964/1965, 7877, nr. 3, p.10 (MvT).

5. Hof ’s-Gravenhage 11 november 1991, AMI 2000, p. 15.

6. Gerbrandy, Kort commentaar op de Auteurswet 1912, Arnhem: Gouda Quint 1988.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up