Bijbelse moraliteit in de hedendaagse juristerij

Tekst door: Dennis Kok

LEES VERDER

Inleiding

‘We zijn zo christelijk als wat, alleen hebben we dat niet in de gaten.’ Schrijver Tom Holland stelt in een interview door Trouw van 22 februari jongstleden dat onze wereld doordrenkt is van het christendom.1 Ideeën dat mensenrechten van levensbelang zijn, ieder mens gelijk is, de sterken moeten zorgen voor de zwakken en slavernij moet worden uitgebannen, kennen allemaal haar Bijbelse grondslag. Dat reeds verkregen liberale verworvenheden uit het afwerpen van geloof en bijgeloof voortvloeien betwist Holland: ‘Het frame progressief liberalisme versus conservatief christendom is onjuist. Het juiste frame is het ene christelijke idee versus het andere.’ Abortus wordt als voorbeeld genomen. Twee christelijke principes strijden daar om voorrang. Aan de ene kant het principe dat alle levens, ook het ongeborene heilig is. Aan de andere kant het idee dat het lichaam van de vrouw heilig en van haarzelf is.

In dit artikel wordt dieper ingaan op de verworvenheid van het christendom in onze rechtspraktijk. Ten eerste worden overkoepelende waarden besproken welke een Bijbelse grondslag kennen, en deze afgezet tegen het Romeinse recht. Daarna worden enkele praktische voorbeelden van regelgeving en rechtspraak welke zijn oorsprong in de Bijbel kent en tegenwoordig nog steeds zichtbaar zijn besproken worden. Uiteindelijk kan hieruit geconcludeerd worden of ook de wet- en regelgeving de eerder genoemde uitspraken van Tom Holland ondersteund.

De christelijke moraal in Nederland versus de Romeinsrechtelijke beginselen

Het Romeins recht wordt veelal – niet onterecht – tijdens de rechtenstudie aangewezen als de grondlegger van ons hedendaagse rechtsbestel. In de zesde eeuw na Christus gaf keizer Justinianus de opdracht het Corpus Iuris Civilis te creëren. Uit deze in vier delen opgetekende wetgeving vallen nog steeds beginselen af te leiden welke tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn. Een voorbeeld daarvan is het testament. Deze komt rechtstreeks uit het Romeinse recht. De beneificiaire aanvaarding (aanvaarding onder voorrecht van de boedelbeschrijving) komt één op één over uit het Corpus Iuris Civilis.2

Waar het Romeins recht mijns inziens echter tekortschiet, is het toekennen van waarden en waardigheid aan de mens. Het Romeins recht is in die zin pragmatisch. Het stelt ‘gevoelloze’ regels om een samenleving werkbaar te laten zijn. In het strafrecht is dit voorbeeld goed te duiden. Cicero maakte naar woorden van Augustinus3 een indeling binnen de straffen, waaronder de talio. Talio is een straf die aan de schuldige een kwaad van dezelfde aard en zwaarte vergeldt als hetgeen het slachtoffer is aangedaan. Cicero sprak: ‘vandaar dat de wet is: oog om oog, tand om tand.’ Jezus neemt in de Bergrede4 een ander standpunt in. Voortaan luidde de boodschap: vergeld geen kwaad met kwaad. Dit stond haaks op de boodschap van de Romeinse bezetter. Dat deze boodschap echter wortel heeft geschoten in ons hedendaagse recht blijkt uit het verbod op eigenrichting. Dit verbod voorkomt immers dat de vermeende schuldige niet onnodig of onterecht eenzelfde behandeling wordt aangedaan, maar dit na onderzoek door een daartoe bevoegde instantie op een passende manier afgehandeld wordt. Het kwaad dat eigenrichting kan berokkenen, wordt voorkomen.

Voormalig Theoloog des Vaderlands Stefan Paas stipt in zijn essay een verschil aan met betrekking tot de Romeinse rechtspraak en de onze.5 Opnieuw blijkt de waarde die aan een mens toegeschreven wordt een kernachtige rol te spelen. Paas stelt dat de christelijke moraal in Europa geleid heeft tot een ‘milde’ rechtspraak. Immers, de christelijke mensvisie gaat uit van de gedachte dat men zichzelf niet kan redden. God is de puurste vorm van goedheid, waar de mens hooguit een onvolmaakte afgeleide van kan zijn. De aanwezigheid van misdaad en ander moreel tekort herinnerde de burgers eraan dat zij tegenover God in hetzelfde schuitje zaten. Misdadigers en andere mensen behoorden daardoor niet tot wezenlijk verschillende categorieën. ‘Er is niemand die goed doet’ sprak de apostel Paulus al.6 Deze christelijke mensvisie heeft volgens Paas dan ook geleid tot een gematigde houding ten opzichte van misdadigers. Het feit dat onze strafpraktijk in Europa in vergelijking met de Romeinse veel milder is, valt te danken aan de eeuwenlange invloed van christelijke pleidooien7 voor mildheid en matigheid bij de uitoefening van het recht. Primair is de traditie van milde rechtspraak voortgekomen uit een (christelijk geïnspireerde) visie op humaniteit.8

Rechtvaardige rechtspraak

Naast de bondige vergelijking met Romeins recht zijn er nog tal van (in)directe waarden welke in onze rechtspraak voorkomen, die een Bijbelse grondslag kennen. Graag wil ik stilstaan bij het principe van rechtvaardige rechtspraak. Dit principe wordt nader uitgewerkt met een arbeidsrechtelijk arrest.

Het belang van rechtvaardige rechtspraak wordt in de Bijbel voor het eerst genoemd in het boek Deuteronomium. Dit boek, toegeschreven aan Mozes, is omstreeks 1430 voor Christus geschreven. Deuteronomium betekent letterlijk ‘tweede wet’ en bevat interessante teksten die betrekking hebben op de rechtspraak. De verplichting om rechters aan te stellen en de criteria waaraan hij moet voldoen worden onder meer besproken:

“Stel in alle steden die de HEER, uw God, u in uw stamgebieden zal geven, rechters en griffiers aan, die zorg moeten dragen voor zuivere rechtspraak. U mag de rechtsgang niet beïnvloeden en niet partijdig zijn. U mag geen steekpenningen aannemen, want de steekpenningen maken het oog van de wijze blind en de stem van de rechtvaardige vals. Zoek het recht en niets dan het recht.”9

In de Rechterscode van de Nederlandse vereniging voor Rechtspraak komt een vergelijkbaar gedeelte voor:

“De rechter past het recht toe in iedere individuele zaak die hij behandelt, zonder vrees of dwang van buitenaf. De autonome standpuntbepaling van de rechter staat centraal bij rechterlijke onafhankelijkheid. De rechter moet zijn beslissing kunnen baseren op zijn eigen oordeel zonder enige ongepaste beïnvloeding van de zijde van de procespartijen of het overheidsapparaat en zonder dat zijn oordeel is onderworpen aan een andere (niet in de zelfde zin onafhankelijke) instantie. De rechter laat zich leiden door het recht en zijn eigen geweten en gevoel voor rechtvaardigheid.”10

‘Primair is de traditie van milde rechtspraak voortgekomen uit een (christelijk geïnspireerde) visie op humaniteit.’

Agfa-arrest11

Het recht, in de vorm van een verhaal of beeld, met daarin besloten een impliciet oordeel kan dienen als spiegel.12 Het ware recht moet immers voor ieder tot gerechtigheid dienen. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van de profeet Nathan.13 Nadat koning David zichzelf wederrechtelijk het bezit van een van zijn soldaten toe-eigende werd hij geconfronteerd met de volgende vergelijking door Nathan:

‘Er waren twee mannen in de stad, de één rijk, de ander arm. De rijke man had veel vee, de arme slechts een ooilam. Als er vervolgens een onverwachte reiziger bij de rijke man komt, eigent hij zich het ooilam van de arme man toe om aan de onverwachte reiziger voor te schotelen.’

Koning David reageerde verbolgen en oordeelde direct dat deze schade viervoudig vergoed zou moeten worden. De profeet confronteerde David met zijn woorden, hij is deze man. Zo keert het vonnis zich tegen degene die het uitsprak.

De parallel kan getrokken worden met het Agfa-arrest. De vraag was of de gesloten overeenkomst de werkelijke verhoudingen tussen en 1) bedoelingen van partijen adequaat weergaf, of dat het 2) slechts om een gecreëerde fictie ging, die alleen voordelig was voor de sterkste contractspartij.14 De Hoge Raad oordeelde dat het niet alleen uitmaakt wat partijen hebben afgesproken, maar ook hoe hier invulling aan wordt gegeven. Niet de letter geeft de doorslag, maar de feiten. Dat is niet alleen recht, maar ook gerechtigheid. Ieder heeft zo te staan voor de gevolgen die zijn daden teweegbrengen, ongeacht de afspraken die daarvoor zijn gemaakt en wellicht tot een andere uitkomst hadden geleid.

Conclusie

Aan de hand van verscheidene voorbeelden is de verwevenheid van Bijbelse moraliteit in het hedendaagse recht geprobeerd aan te tonen. De waarden die ten grondslag liggen aan onze rechtsregels lijken hier aanleiding toe te geven. Allereerst is aangetoond dat de fundering van ons recht in het Romeinse recht juist is, maar dat de waarden die daaraan ten grondslag liggen veelal terug te leiden zijn tot de Bijbel. Vervolgens is het belang van rechtvaardige rechtspraak aangestipt, welke zo’n 1500 jaar voor Christus al Bijbelse grondslag vond. Mijns inziens valt te concluderen dat ook wat betreft wet- en regelgeving Tom Holland (zie inleiding) het bij het rechte eind had.

Dennis Kok (21) vervult dit jaar fulltime de rol van Ab Actis bij Navigators Studentenvereniging Utrecht, na vorig jaar zijn bachelor te hebben afgerond. Volgend jaar zal hij starten met de master Onderneming & Recht, wegens zijn grote interesse in handels- en ondernemingsrecht.

Reageren?
Mail naar: juncto@jsvu.nl

Voetnoten

1 N. De Fijter, 22 februari 2020, ‘Schrijver Tom Holland: ‘We zijn zo christelijk als wat, alleen hebben we dat niet in de gaten’’, https://www.trouw.nl/religie-filosofie/schrijver-tom-holland-we-zijn-zo-christelijk-als-wat-alleen-hebben-we-dat-niet-in-de-gaten~b82415d6/ (geraadpleegd op 28 februari 2020).

2 N. De Fijter, 16 november 2011, ‘Romeins recht is nog altijd actueel’, https://www.trouw.nl/nieuws/romeins-recht-is-nog-altijd-actueel~bba0dd75/ (geraadpleegd op 17 februari 2020).

3 Augustinus, De civitate Dei 21.11.

4 Mattheus 5:38-41.

5 S. Paas. “Barmhartig recht: Christelijke impulsen aan een mildere rechtspraktijk.” In vertrouwen leven: Tegendraadse beschouwingen over veiligheid. Buijten & Schipperheijn, 2013. P. 116-127.

6 Romeinen 13:1-4.

7 Een voorbeeld daarvan is: pleidooi voor ‘christelijke matiging’ van de Engelse theoloog William Perkins (1558-1602).

8 S. Paas. “Barmhartig recht: Christelijke impulsen aan een mildere rechtspraktijk.” In vertrouwen leven: Tegendraadse beschouwingen over veiligheid. Buijten & Schipperheijn, 2013. P.125

9 Deuteronomium 16:18-20.

10 NvvR Rechterscode, p.3.

11 HR 8 april 1994, NJ 1994/704 (Agfa/Schoolderman): Een uitzendkracht die precies dezelfde taken uitvoerde als het vaste personeel werd daar qua rechten en beloning vervolgens ook mee gelijkgesteld.

12 J.J.H. Post, Gerechtigheid en recht – Bijbelse kernbegrippen juridisch belicht, Utrecht: KokBoekencentrum Uitgevers 2019, p. 145.

13 2 Samuel 12.

14 J.J.H. Post, Gerechtigheid en recht – Bijbelse kernbegrippen juridisch belicht, KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht, 2019, p. 145.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up