COVERINTERVIEW

Adriana van Dooijeweert

Voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens

11 maart 2020

Tekst door: Nevengi Dankerlui
Fotograaf: Bas de Meijer

LEES VERDER

Zou u zich allereerst even willen voorstellen?

Mijn naam is Adriana van Dooijeweert. Sinds 1 september 2015 ben ik voorzitter van dit College. Daarvoor ben ik voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken geweest. Dat was een functie voor 50% die ik combineerde met mijn werkzaamheden als rechter. Ook ben ik werkzaam geweest bij de rechtbank Den Haag en de rechtbank in Den Bosch. Helemaal aan het begin van mijn carrière ben ik begonnen in het commerciële bedrijfsleven, namelijk bij een juridische uitgeverij. Over anderhalf jaar eindigt mijn eerste termijn als voorzitter van het College.

Dus een termijn is 5 jaar?

Zes jaar met een mogelijkheid tot verlenging van nog drie jaar. Je kan twee keer zo een functie doen. We zijn nu in totaal met z’n tienen. De collegeleden hebben allemaal een parttime aanstelling. Die hebben daarnaast relevante andere functies, zoals hoogleraar mensenrechten in Tilburg. Er werkt ook nog iemand bij de Universiteit van Leiden. Daar hebben wij bewust voor gekozen, omdat wij het belangrijk vinden dat onze collegeleden, naast het zijn van collegelid, met de voeten in de maatschappij staan en elders ook ervaring opdoen. Er zijn twee ondervoorzitters. Eentje voor de oordelen op grond van de gelijkebehandelingswetgeving en de andere voor het algemene mandaat met betrekking tot de mensenrechten. Naast mijn functie als voorzitter van dit College werk ik ook nog als rechter- plaatsvervanger. In deze rol doe ik nog wel zittingen in Middelburg en in Den Haag.

Zou u kunnen uitleggen wat de werkzaamheden van het College zijn?

Dat is onderverdeeld in twee hoofdpoten: de oordelen op grond van de gelijkebehandelingswetgeving en de andere voor het algemene mandaat met betrekking tot de mensenrechten. Dat heeft te maken met de totstandkoming van het college. Op een gegeven moment is er een politiek besluit gevallen dat ook Nederland een onafhankelijk mensenrechteninstituut zou moeten hebben. Toen is er uiteindelijk voor gekozen om de toen al bestaande Commissie gelijke behandeling – die zich bezighield met oordelen over discriminatie op grond van de gelijkebehandelingswetgeving – uit te bouwen tot een mensenrechteninstituut. Dat betekent dat wij al meer dan 20 jaar ervaring hebben betreffende het oordelen over zaken waarbij wel of geen sprake is van discriminatie op basis van individuele verzoeken van mensen. Vervolgens kregen wij de algemene taak van het bevorderen, belichten en beschermen van de mensenrechten erbij. Dat is een taak die min of meer vanuit de Verenigde Naties en vanuit allerlei verdragen voortvloeit. Zo ook uit de Paris Principles, die zeggen dat zo een instituut onafhankelijk moet zijn en dat betekent dus dat die oordelen die op ons afkomen we gewoon moeten behandelen. Daar kun je niet van zeggen dat doen we maar een tijdje niet. Je mag mensen ook niet te lang laten wachten. Wij moeten die verzoeken om een oordeel behandelen. Met één uitzondering, als we vinden dat ergens onvoldoende belang bij is. De andere hoofdtaak is dus het breder mensenrechten mandaat en daar kiezen we prioriteiten in, omdat we een beperkt budget hebben en niet alles tegelijk kunnen doen. Daar zie je dus dat wij rapporteren over bepaalde verdragen, zoals verdragen over vrouwenrechten, vrijheid van godsdienst of demonstratievrijheid. En dan hebben we nog één – binnen die brede mensenrechten poot – hele belangrijke taak en die hebben we pas sinds een paar jaar. We zijn de nationale toezichthouder van het verdrag van de Verenigde Naties over de rechten van mensen met een handicap. Die brede mensenrechten taak doen wij als onderdeel van een wereldwijde organisatie van mensenrechteninstituten die allemaal moeten voldoen aan die Paris Principles.

Hoe belangrijk is de onafhankelijkheid bij het functioneren van het College?

Het is heel wezenlijk. Er zijn een aantal organisaties die zich met mensenrechten bezighouden, maar wij zijn wel echt de ‘onafhankelijke waakhond’ van de mensenrechten en het is belangrijk dat die onafhankelijkheid gewaarborgd wordt. Daarom hebben onze collegeleden – ook omdat ze die oordelen doen – een rechtspositie die vergelijkbaar is met die van een rechter. Ze worden door de Koning benoemd en kunnen ook niet zomaar ontslagen worden. Die onafhankelijkheid betekent ook dat er bij de selectie van collegeleden niet gekeken wordt naar politieke voorkeur. Deskundigheid en onafhankelijk gaan hand in hand samen en zijn heel belangrijk.

Wat is uw taak als voorzitter van het College?

Wij werken hier met in totaal zo’n 55 tot 60 mensen. Dit zijn voornamelijk beleidsadviseurs. Zij doen het feitelijke werk, die schrijven de verdrags rapportages en de adviezen. Van mij wordt geacht om dat op hoofdlijnen te besturen. Zo zit ik de collegevergaderingen voor en ben ik ook het boegbeeld voor de hele organisatie. De afspraak is dat wanneer er een interviewverzoek is, ook al is dat niet mijn onderwerp, ik toch wel de woordvoering doe. Dit kan ook samen met andere collegeleden. Ook doe ik wel de grote internationale contacten, dus met het European Network of National Human Rights Institutions en de Global Association. Bij deze bijeenkomsten vertegenwoordig ik het instituut.

U had net kort aangekaart dat het College de mensenrechten belicht, beschermt en bevordert. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Dat varieert van wetgevingsadviezen, ontwikkelen van bepaalde tools voor mensenrechteneducatie op school, tot congressen organiseren. We hebben nu voor de tweede keer op Internationale Mensenrechtendag (red.: 10 december) de MensenrechtenMens-prijs uitgereikt. Dat gaan we volgende jaar weer doen. Daarmee vraag je ook aandacht voor de mensenrechten. Het loopt dus uiteen van heel breed mensenrechten onder de aandacht brengen tot heel concreet bijvoorbeeld een onderzoek doen naar de mensenrechten in verpleging huizen in Nederland, zoals het recht op privacy en het recht op zelfbeschikking.

U bent ook werkzaam geweest als rechter en voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. Wat is volgens u het grootste verschil tussen uw voorgaande functies en uw huidige?

Eigenlijk niet zo heel veel. Wat ik nu doe is een soort combinatie daarvan, want bij de Adviescommissie Vreemdelingenzaken was ik ook bezig met wetgevingsadviezen. Het verschil is wel dat je als rechter – ondanks de sectorwissel – op één gebied bezig bent, terwijl de mensenrechten over zo veel aspecten van het leven gaan. Mensenrechten zijn veel breder en dat is ook juist leuk. Hoewel ik ook bij de rechtbank als persrechter werkzaam ben geweest, ben ik nu veel meer bezig met het onder de aandacht brengen van de mensenrechten, dan dat ik echt in individuele zaken beslissingen neem. Zelf doe ik soms nog wel mee aan de oordelen. Af en toe zit ik dus ook nog een zitting voor, maar ik ben niet zoals een strafrechter continu bezig met zittingen.

In hoeverre kan u die vaardigheden van uw voorgaande posities nu nog gebruiken?

De vaardigheden die ik heb geleerd heb je hier echt wel nodig. In de omschrijving van de functie van de voorzitter staat niet met zoveel woorden dat je rechter moet zijn of zijn geweest, maar eigenlijk moet je wel voldoen aan de functie- en ervaringseisen van een rechter. Dat geldt ook voor de andere collegeleden. Of in ieder geval de collegeleden die meedoen aan die oordelen. Om collegelid te zijn hoef je niet perse jurist te zijn, maar dus wel als je die oordelen doet. Iedere dag gebruik ik mijn rechterlijke vaardigheden en rechterlijke ervaring hier dus wel. Als voorzitter moet je natuurlijk ook wel iets weten van hoe je een organisatie aanstuurt. Daar heb ik via bestuursfuncties bij twee grote rechtbanken ervaring mee.

Het thema van deze editie is: Recht en Moraal. De moraal kun je overal in de maatschappij vinden. Je hebt bijvoorbeeld de dubbele moraal en de morele rechten van het Auteursrecht. Met wat voor ‘type’ moraal heeft het College te maken?

Dat is best een hele lastige vraag. Moraal en recht verhouden zich natuurlijk tot elkaar, maar in de praktijk zie je dat de afgelopen tientallen jaren er niet meer een eenduidig moraal is zoals in het verleden. Die eenduidigheid is er niet meer zo. De overheid heeft natuurlijk ook een andere positie ingenomen de afgelopen jaren. Zij heeft meer een terughoudende houding aangenomen, terwijl de afgelopen decennia meer nadruk is gelegd op hoe mensen willen leven en wat goed en kwaad is. Dat betekent dus dat de moraal toch wel iets anders is dan recht, want het recht loopt altijd achter op de moraal. Om een voorbeeld te noemen: mensen hebben morele standpunten over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Het recht daarover verandert pas op het moment dat er in de maatschappij draagvlak is om die veranderende morele standpunten ook echt in wetgeving neer te leggen. Een heel duidelijk voorbeeld is dat in Nederland tot nog niet zo heel lang geleden homoseksualiteit strafbaar was. De moraal was toen ‘je mag het zijn, maar je mag het niet doen. Als je het wel in de praktijk brengt, dan doe je iets strafbaars’. Inmiddels is dat uit het Wetboek van Strafrecht gehaald. Sterker nog, je ziet een beweging die steeds verder gaat in de gelijkschakeling van allerlei genderbeleving en -expressie. Het recht volgt de moraal op en tegelijkertijd dient het recht er ook toe, dat met name bij botsende mensenrechten en grondrechten er schade optreedt bij anderen. Jouw mensenrecht eindigt daar, waar jij bij de uitoefening van jouw mensenrecht een ander schade toebrengt. Het loopt in elkaar over. Wij hebben hier binnen het College veel discussies die op het snijvlak van moraal en recht zijn. Natuurlijk kun je ze onderscheiden, want het zijn gewoon wetenschappelijke definities. Recht is echt iets anders dan moraal, maar als het goed is heeft het recht wel een morele basis: een grondidee over wat in ieder geval acceptabel is. Als je dan bij het voorbeeld van discriminatie blijft wat botst met het recht van vrijheid van meningsuiting: je mag zeggen wat je wilt, je mag zeggen wat je vindt, maar je mag geen dingen zeggen die oproepen tot haat of geweld jegens andere groepen waardoor je discrimineert. Dat is soms een heel lastig spanningsveld.

Is dat volgens u ook de reden waarom ethische regels, zoals genetische manipulatie wel gecodificeerd worden en de morele regels vaak aan het individu worden overgelaten?

Dat vind ik ook een lastige vraag. Het heeft echt ook te maken met de terugtredende overheid die dingen alleen regelt als het nodig is. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar euthanasie dan is daar op een gegeven moment – vooral ook door rechtspraak – ruimte ontstaan voor een veranderende ethiek/moraal. Niet alleen bij de bevolking maar ook bij artsen. Er zijn soms situaties waarin de wetgever bewust wacht met iets regelen om, ook door rechtsspraak, te zien wat er gebeurt in de maatschappij. Het voorbeeld van genetische manipulatie is toch iets dat grotere groepen treft als je het niet reguleert. Dat kan risico’s hebben voor iedereen, terwijl het recht op euthanasie een persoonlijke afweging is. Het is moeilijk om op die manier een streep te trekken, vind ik.

Denkt u ook dat het mogelijk is om mensenrechten na te leven zonder de moraal erbij te betrekken?

Nee, ik denk dat mensenrechten toch wel hun basis vinden in het morele uitgangspunt dat ieder mens in beginsel met gelijke rechten wordt geboren. Ongeacht je nationaliteit, sekse, huidskleur en dergelijke denk ik dat de onderliggende moraal is dat je onder alle omstandigheden recht hebt op de bescherming van jouw fundamentele mensenrechten. Bovendien denk je bij het begrip moraal natuurlijk ook snel aan woorden als draagvlak en loyaliteit. Dat heeft dan weer te maken met de klassieke mensenrechten: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie, zelfbeschikking en gelijkheidsrechten. Die staan op papier al geruime tijd heel goed beschreven, maar om ze te verwezenlijken kun je eigenlijk niet buiten de sociaal- culturele mensenrechten om. Dan heb je het over: heeft iedereen recht op onderdak? Heeft iedereen recht op onderwijs? Heeft iedereen recht op goede voeding? Als je dat allemaal niet hebt dan kun je niet zoveel met je mensenrechten. Die link vind ik zelf ook wel een morele link, want het veronderstelt eigenlijk dat we het daar met ze allen wel over eens zijn. Dat we het niet goed vinden dat er heel veel jongeren in Nederland dakloos zijn. Dat is in mijn opvatting van ‘wat is moraal’ wel een hele belangrijke onderliggende gedachte. Moraal wordt ook omschreven als ‘normen en waarden vrij’, en mensenrechten zijn niet normen en waarden vrij. Het beginsel van gelijkheid is wel heel erg dominant daarin. De brede gedachte is toch eigenlijk wel: je wordt met gelijke rechten geboren. Dat betekent niet dat iedereen in gelijke mate overal recht op heeft, maar dat je wel met hetzelfde ‘beginselenpakket’ op aarde komt om jezelf te ontplooien, om jezelf te zijn, en waarbij de overheid negatieve en positieve verplichtingen heeft.

Wat zou u tot slot aan de lezers voor advies willen meegeven die geïnteresseerd zijn in mensenrechten en/of een carrière bij het College?

We hebben regelmatig stagiaires hier, vaak van de Universiteit van Utrecht. Dit zijn hele leuke stages. Er zijn nogal wat stagiaires die hier een aantal jaar als beleidsmedewerkers blijven werken. Kijk vooral ook op onze website. Daar staan bijvoorbeeld korte stukjes op over onderwerpen die op dat moment in de actualiteit zijn. Als je vragen hebt over de mensenrechten, niet alleen over de gelijke behandeling, maar mensenrechten in zijn algemeenheid, hebben we hier ook een frontoffice zitten die kan beantwoorden voor bijvoorbeeld je scriptie.

‘Als je dan bij het voorbeeld van discriminatie blijft wat botst met het recht van vrijheid van meningsuiting: je mag zeggen wat je wilt, je mag zeggen wat je vindt, maar je mag geen dingen zeggen die oproepen tot haat of geweld jegens andere groepen waardoor je discrimineert.’

Nevengi Dankerlui (20) is tweedejaars bachelorstudent rechtsgeleerdheid. Ze was vorig jaar lid van de redactiecommissie. Dit jaar is zij hoofdredacteur bij de Juncto. Haar interesse ligt bij meerdere gebieden, zoals internationaal recht en privaatrecht. Buiten haar studie om houdt ze van sporten, lezen en films kijken.

Reageren? Stuur dan een mail naar: juncto@jsvu.nl

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up