Cyberoorlog: je hoort het wel, maar je ziet het niet

Wanneer oorlog ter sprake komt, wordt er met name gedacht aan de oorlogen die zijn gevoerd met zogenaamde kinetische (reguliere) oorlogspraktijken. Vanaf halverwege de 19de eeuw werden, in onder andere de Geneefse Conventies, oorlogsmisdrijven verboden onder humanitair recht. Hierin staan maatregelen opgenomen om in een gewapend conflict schendingen van mensenrechten en oorlogsmisdrijven te voorkomen en te vervolgen.

Tekst door: Lotje Merks

LEES VERDER

Cyberoorlog: je hoort het wel, maar je ziet het niet

Met de opkomst van het internet zijn de mogelijkheden van verboden oorlogspraktijken verruimd. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het hacken van computers om aan persoonsgegevens te komen. De opkomst van het internet ging gepaard met een toename van cybercrime en cyberterrorisme. Een extreem voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat hackers via computers een compleet veiligheidssysteem aan banden leggen om zo een bankoverval te faciliteren. Door deze ontwikkeling zijn ook nieuwe oorlogspraktijken ontstaan: cyberaanvallen, drones en autonome wapens. Het begrip ‘cyberoorlog’ wordt bij het bespreken van deze praktijken dan ook veelal in de mond genomen. De vraag resteert of dit wel altijd terecht is.

Een interessante vraag in deze context is of deze nieuwe vorm van oorlog voeren onder het internationale rechtssysteem valt. Eerst komt de definitie van het begrip ‘cyberoorlog’ aan bod, hierna wordt het internationaal oorlogsrecht besproken. Vervolgens wordt ingegaan op het feit of cyberoorlog onder het internationale rechtssysteem valt. Indien dit niet het geval is, zal worden belicht uit verschillende standpunten of dit dan juist wenselijk is of niet. Er wordt afgesloten met een conclusie.

Het begrip cyberoorlog

In april 2019 werden vier Russische militaire agenten Nederland uitgezet, vanwege een mislukte hackpoging op het wifinetwerk van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag. Volgens de Britse ambassadeur, Peter Wilson, was dit niet de eerste keer dat de Russen een dergelijke cyberaanval hebben gepleegd. Eerder hebben de Russen bijvoorbeeld ook al geprobeerd het onderzoek naar MH17 te frustreren. Minister Bijleveld heeft naar aanleiding van het incident in Den Haag in het televisieprogramma WNL op Zondag gezegd dat Nederland in een cyberoorlog met Rusland is verwikkeld.1 Dit heeft geleid tot een grote onrust in de media en onder de burgers. Later heeft een woordvoerder van het ministerie van Defensie de uitspraak bij de NOS genuanceerd. Er was geen sprake van een oorlog of oorlogsverklaring, maar van cyberaanvallen. De NAVO heeft wel bepaald dat meerdere cyberaanvallen kunnen wel leiden tot een cyberoorlog. Het is alleen niet duidelijk wanneer er dan precies van een cyberoorlog gesproken kan worden.2 De onduidelijkheid omtrent het begrip cyberoorlog is hiermee dus niet opgehelderd.

Momenteel is er geen duidelijke (juridische) definitie voor het begrip ‘cyberoorlog’. Het wordt gebruikt voor praktisch elk incident dat zich in de cyberspace voordoet.3 De belangrijkste criteria om aan het begrip te voldoen zijn:4

  1. Het betreft een militaire operatie met als doel het behalen van politiek en militair voordeel;
  2. Het gaat om het toebrengen van schade aan de digitale infrastructuur van de tegenstander; en
  3. Door middel van het inzetten van digitale middelen.

Cyberoorlog is een ander begrip dan cyberterrorisme. Cyberterrorisme houdt een actie in die bedoeld is om angst te verspreiden of om de organisatie in een land ernstig te ontwrichten.5 Cyberoorlog is het ondersteunen van oorlogshandelingen op een elektronische wijze. De middelen worden hier niet alleen offensief ingezet, bijvoorbeeld door middel van het inzetten van drones. Cyberoorlog kan ook worden ingezet om de defensieve infrastructuur van een ander land plat te leggen.6 Er zijn nog geen duidelijke afspraken gemaakt over de definities en de aanpak van deze digitale dreigingen op internationaal niveau. Zoals eerder met het voorbeeld is duidelijk gemaakt, is er onduidelijkheid over wanneer een cyberoorlog begint dan wel eindigt.7

Het internationale rechtssysteem

In het internationaal recht is afgesproken dat een oorlog alleen is toegestaan in de vorm van verdediging of bevrijding. Een oorlogsverklaring moet worden aangemeld bij de VN Veiligheidsraad. In een oorlog worden niet alleen de soldaten, maar ook de burgers getroffen. Dit geldt ook in het geval van een cyberoorlog. Een voorbeeld is een Trojaans paard. Het virus wordt per ongeluk door meerdere burgers gedownload en kan bijvoorbeeld worden gebruikt om bepaalde signalen af te geven die kunnen bijdragen aan het uitvoeren van een oorlogspraktijk.

Er bestaat geen wettelijk geheel in het oorlogsrecht; de regels zijn opgenomen op verschillende plaatsen. Zoals in de inleiding is gezegd, zijn in de Geneefse Conventies maatregelen opgenomen om in een gewapend conflict schendingen van mensenrechten en oorlogsmisdrijven te voorkomen. Hierin staan onder andere de manieren van behandeling van krijgsgevangenen, burgers, gewonden en zieken van het strijdperk. Later is er in aanvullende protocollen bepaald hoe slachtoffers behandeld moeten worden. Artikel 3 van de vier Geneefse Conventies is gemeenschappelijk. Hierin staan daden opgesomd die altijd verboden zijn bij conflicten, zowel internationaal als nationaal. Deze daden zijn de oorlogsmisdrijven.

De reikwijdte van het internationale rechtssysteem

In de Geneefse Conventies staan geen onderwerpen opgenomen die rechtstreeks te maken hebben met cyberoorlog of de consequenties die een dergelijke oorlog met zich mee kan brengen. In de literatuur wordt over het algemeen wel aangenomen dat de vierde Geneefse Conventie analoog kan worden toegepast op cyberoorlog.8 In dit artikel is bepaald dat er respect moet zijn voor de immuniteit van de burgers, dat er geen gebruik van malicieuze middelen mag worden gemaakt, dat er proportionaliteit van wapens en gevolgen moeten zijn en dat er geen vergelding mag zijn.9 António Guterres heeft op de veiligheidsconferentie in München in 2018 gezegd dat er geen overeenstemming is over de vraag of het internationaal humanitair recht, dus ook de Geneefse Conventies, van toepassing is op een cyberoorlog.10 Na bovengenoemde aanval van de Russen hebben de partijen D66 en CDA minister Stef Blok opgeroepen in het Kamerdebat van 20 december 2018 om bij de Verenigde Naties te pleiten voor het opstellen van rechtsregels over het voeren van digitale oorlog. In 2017 zijn er al eerder onderhandelingen hierover geweest, maar deze zijn stukgelopen op het punt van zelfverdediging.11 De Verenigde Staten wilde  afspreken dat indien een land een cyberaanval ondergaat, gerechtigd is om terug te slaan. Dit voorstel konden China, Cuba en Rusland niet accepteren. Dit had tot gevolg dat de verdere vooruitgang werd gestaakt.12

Een internationaal rechtssysteem?

Op dit moment vallen cyberaanslagen en cyberoorlogen dus niet met zekerheid onder de internationale regelgeving. Het is daarom interessant om te bekijken of dit wel wenselijk zou zijn. In het bovengenoemd Kamerdebat werden argumenten gegeven die pleiten voor een initiatiefwet om regels te stellen voor het gebruik van cyberwapens door de overheid. Ten eerste het argument dat het niet duidelijk is wanneer een digitaal optreden van een staat, ook kan worden gezien als een oorlogsdaad. Bovendien heerst er grote onduidelijkheid over wanneer een cyberoorlog aanvangt dan wel eindigt. Dit houdt concreet in dat er een duidelijke internationale afspraken hierover moeten worden gemaakt om de onduidelijkheid weg te nemen. Ten tweede, wanneer er geen algemeen juridisch kader is, bestaat er het risico dat iedere staat een eigen draai aan de betekenis en het aanpakken van cyberoorlogen en –aanvallen gaat geven. Dit kan tot ongewenste gevolgen leiden, zoals (cyber)oorlogen of het plegen van cyberaanvallen als zelfverdediging. Ten derde moet Nederland moet internationaal weerbaar zijn en zich kunnen verdedigen. NAVO moet dan wel offensief cybersoldaten kunnen inzetten onder nog nader te bepalen voorwaarden. NAVO zal met  de lidstaten snel tot een akkoord moeten komen, aangezien er een reële dreiging bestaat op vervolg van cyberaanvallen van bijvoorbeeld Rusland. Ten slotte heeft de cyberaanval van de Russen in Nederland voor veel onrust gezorgd en zal verduidelijking van de regels een gevoel van veiligheid onder de burgers geven.

Er zijn ook tegenargumenten te bedenken tegen de invoering van een internationaal wetssysteem. Ten eerste is er een constante ontwikkeling te zien in de manier van oorlogvoering, omdat de middelen tot oorlogsvoering steeds geavanceerder worden. Op dit moment is de huidige wetgeving voldoende, maar over een aantal jaar zullen we weer in dezelfde discussie verkeren, omdat er nieuwe oorlogspraktijken zijn ontstaan. Daarnaast zal er hierdoor geen vaste grens kunnen worden aangegeven in de wetgeving. Ten tweede is het vormen van een duidelijke definitie praktisch onmogelijk. Het rappe tempo waarin de digitalisering zich voortzet, zal met zich meebrengen dat niet alles meer aan de definitie zal voldoen. Indien de definitie vrij open en vaag wordt ingevuld, zal de problematiek omtrent de betekenis van het begrip niet zijn opgelost. Ten slotte, de onderhandelingen over rechtsregels op internationaal niveau lopen telkens opnieuw spaak door de verschillende visies die de staten hebben. Onder andere Rusland heeft al meerdere keren aangegeven niet van hun standpunt te willen wijken. Het is dan ook te verwachten dat in de toekomst de onderhandelingen niet gauw een andere wending zullen nemen.

‘Op dit moment vallen cyberaanslagen en cyberoorlogen dus niet met zekerheid onder de internationale regelgeving.’

Kortom, het aannemen van een wettelijk systeem die het voeren van cyberoorlog reguleert, is een onderwerp waar voor en tegen is te pleiten. Mijns inziens is een oorlog zonder regels een ongewenste en gevaarlijke situatie. De dreiging van cyberaanvallen en -oorlogen is reëel. Burgers worden erbij betrokken, ook al merken we er soms niets van. Dit zorgt voor onrust en een gevoel van onveiligheid in een land. Een verheldering op sommige vlakken zoals de definitie en de aanvang en het einde van een cyberoorlog zou daarom in mijn ogen een warm welkom verdienen. Er bestaat in de internationale politiek na veel onderhandelingen nog steeds geen overeenstemming over de reikwijdte van de Conventies. Na het incident in Den Haag is er wel een beweging in de Nederlandse politiek ontstaan van partijen die vragen om het opstellen van duidelijke regels voor het voeren van digitale oorlog. Het is vanaf nu afwachten of er nieuwe onderhandelingen worden opgestart en of deze in de toekomst hun vruchten zullen afwerpen.

Lotje Merks (20) is net begonnen aan haar derde jaar bachelor van rechten. Op dit moment interesseer zij zich vooral voor het ondernemingsrecht, insolventierecht en goederenrecht. Naast haar studie werkt zij op een advocatenkantoor.

Contact opnemen? Dat kan via:

lotje@merks.nu

Voetnoten

1. WNL Op Zondag, 14 oktober 2018, afl. 6.

2. NOS Nieuws, ‘Opmerking cyberoorlog met Rusland is pikant, maar vooral figuurlijk’, 14 oktober 2018. Te raadplegen op: https://nos.nl/artikel/2254781-opmerking-cyberoorlog-met-rusland-is-pikant-maar-vooral-figuurlijk.html.

3.  J.A. Lewis, “Cyberwar Tresholds and Effects”, IEEE Security & Privacy 2011, 23.

4. Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) & Commissie voor Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV), Digitale oorlogsvoering, 2011, 8.

5. Zie artikel 83a WvS.

6. R. van den Hoven van Genderen, ‘Cyberwar of cyberterrorism, waar zijn de schuilkelders?’, Computerrecht 2010, 140.

7. P.W. Singer & A. Friedman, Cybersecurity and Cyberwar: what everyone needs to know, Oxford, Oxford University Press, 2014, 121.

8. P.W. Singer & A. Friedman, Cybersecurity and Cyberwar: what everyone needs to know, Oxford, Oxford University Press, 2014, 121.

9. R. van den Hoven van Genderen, ‘Cyberwar of cyberterrorism, waar zijn de schuilkelders?’, Computerrecht 2010, 140.

10. M. Kerres, “Ook cyberoorlog verdient een plaats in internationaal recht”, NRC 23 februari 2018, te raadplegen op: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/23/ook-cyberoorlog-verdient-een-plaats-in-internationaal-recht-a159330.

11. H. Keultjes, “D66 en CDA: ‘Leg vast wanneer een cyberoorlog een cyberoorlog is’”, AD 20 december 2018, te raadplegen op: https://www.ad.nl/politiek/d66-en-cda-leg-vast-wanneer-een-cyberoorlog-een-cyberoorlog-is~a0b9b5f1/?referrer=https://www.google.com/.

12. Hamer, J., R. van Est, L. Royakkers, met medewerking van N. Alberts (2019). Cyberspace zonder conflict – Op zoek naar de-escalatie van het internationale informatieconflict. Den Haag: Rathenau Instituut, p. 62. 

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up