De juridische legitimiteit en de effectiviteit van het Joegoslavië-tribunaal

Tekst door: Hein Blaauwendraad

LEES VERDER

Het Joegoslavië-tribunaal, veelal afgekort als de “ICTY” – International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia -, was een tribunaal voor de vervolging van oorlogsmisdadigers die verdacht werden van het schenden van internationaal humanitair recht tijdens de Joegoslavische burgeroorlog van 1991-1995.1 Het voormalig Joegoslavië bevond zich onder een communistisch regime, waarbinnen veel verdeeldheid bestond. De Joegoslavische burgeroorlog was één in de reeks van meerdere militaire conflicten die ervoor zorgden dat het land uiteen viel in een aantal nieuwe onafhankelijke staten. De oorlog ging gepaard met militaire campagnes, hevige repressie, zware criminaliteit als moord, afpersing en stelselmatige verkrachting.2 Met name door de val van de enclave Srebrenica en de daarop volgende deportatie en genocide van meer dan zevenduizend moslimjongens en -mannen door Bosnisch-Servische troepen, raakte Nederland ook bij de gruweldaden betrokken. Door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd twee jaar na het beginnen van de oorlog het in Den Haag gevestigde Joegoslavië-tribunaal opgericht.3

In dit artikel zal eerst een kort overzicht worden gegeven van de Joegoslavische oorlog. Vervolgens wordt besproken hoe het tribunaal is ontstaan en wat zijn jurisdictie is. Daarna zal worden ingegaan op de legitimiteit van het bestaan van het tribunaal en zal worden belicht of het tribunaal wel daadwerkelijk zijn legitimiteit en effect heeft gehad.

De Joegoslavische oorlog: een korte geschiedenis
Het tribunaal is opgericht om de conflicten op de Balkan een halt toe te roepen. De oorlogsmisdaden mochten niet ongestraft doorgaan. Joegoslavië was oorspronkelijk opgebouwd uit zes deelrepublieken en verschillende bevolkingsgroepen. De in 1980 overleden maarschalk Tito probeerde elke vorm van nationalisme de kop in te drukken om te voorkomen dat er een burgeroorlog zou ontstaan. Met name de Serviërs waren een nationalistische bevolkingsgroep en probeerden zo veel mogelijk macht uit te oefenen binnen de andere deelrepublieken. Zij stonden onder leiding van communistisch leider Slobodan Milošević. Ondanks de roep vanuit het buitenland om eenheid te bewaren, scheidden steeds meer deelrepublieken zich af van Joegoslavië. Als eerste verklaarde de deelrepubliek Slovenië zich onafhankelijk. Het Joegoslavische volksleger, ofwel de JNA, probeerde het gebied in een vergeefse poging weer aan het centrale regime te onderwerpen. De deelrepubliek Kroatië riep de zelfstandigheid dezelfde dag uit als Slovenië. Dit leidde tot veel jarenlange conflicten omdat veel etnische Serviërs de deelstaat bewoonden. Het verlangen naar een onafhankelijk staat door de Bosniakken van deelrepubliek Bosnië-Herzegovina leidde eveneens tot veel conflicten met buurland Servië. Hoewel de Europese Unie trachtte te bemiddelen, werd het ene na het andere vredesvoorstel verworpen. De VN probeerde ook ‘veilige gebieden’ in te stellen om het aantal burgerslachtoffers te beperken. De Nederlandse afdeling Dutchbat van de internationale vredesmacht UNPROFOR beveiligde bijvoorbeeld de Bosnische stad Srebrenica. De Serviërs onder leiding van Ratko Mladić hadden daar geen boodschap aan. Zij namen in 1995 Srebrenica in en vermoorden ruim achtduizend islamitische Bosniakken. In vervolg op Slovenië en Bosnië-Herzegovina, scheidden deelrepublieken Macedonië, Montenegro en Kosovo zich van Joegoslavië af.5

Oprichting van het Joegoslavië-tribunaal
De Joegoslavische oorlog heeft veel ophef veroorzaakt binnen de internationale gemeenschap. Oorzaak hiervan waren de continuerende misdaden tegen de menselijkheid die in het gebied werden gepleegd. Op 25 september 1991 nam de VN-Veiligheidsraad de eerste resolutie, resolutie 713, ten aanzien van het conflict aan.6 In een latere resolutie sprak de Veiligheidsraad zich uit over de schendingen van het oorlogsrecht en liet de daders van de oorlogsmisdaden weten dat zij elk aansprakelijk waren voor hun misdaden.7 Ook werd er een onafhankelijk commissie van experts opgesteld, die belast werd met het onderzoeken van de schendingen van het oorlogsrecht.8 De experts deden in hun rapport aanbevelingen om een internationaal tribunaal op te richten die de oorlogsmisdaden in het Balkangebied zou bestraffen.9 In resolutie 808 heeft de VN-Veiligheidsraad naar aanleiding van dit rapport het Joegoslavië-tribunaal opgericht.10 Er werd door de secretaris-generaal een voorstel opgesteld voor het statuut van het tribunaal.11 Deze werd in resolutie 827 bekrachtigd, waarmee het tribunaal officieel was opgericht.12 Carl-August Fleischhauer, onder Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor juridische aangelegen, stelde dat het tribunaal drie doelen diende: het beëindigen van oorlogsmisdaden, het ter verantwoording roepen van de daders, en het doorbreken van de eindeloze cyclus van etnisch geweld.13

Het tribunaal was actief tot 2017 en bestond uit drie kamers en één kamer voor hoger beroep. In 24 jaar heeft het tribunaal 161 mensen aangeklaagd, waarvan er uiteindelijk 91 veroordeeld zijn.14 Het tribunaal is gevestigd in het Aegongebouw aan het Churchillplein in Den Haag. De voertalen zijn Engels en Frans, maar er was uiteraard veel hulp van tolken nodig voor getuigen en verdachten, met name in het Bosnisch, Servisch en Kroatisch.

Het tribunaal kent overeenkomsten met het later opgerichte Rwanda Tribunaal.15 Dit tribunaal hield zich eveneens bezig met de vervolging van internationale misdaden. De aangeklaagden werden vervolgd voor hun misdaden gepleegd gedurende het kalenderjaar 1994 in Rwanda. Het betrof eveneens het vervolgen van oorlogsmisdadigers voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

Jurisdictie

In artikel 1, overweging 33, van de Statuten van het tribunaal staat tot welke soort misdrijven de jurisdictie van het tribunaal strekt. Het tribunaal heeft als doel ‘het vervolgens van personen die verantwoordelijk zijn voor grove schendingen van het internationaal humanitair recht dat is begaan in Joegoslavië sinds 1991’.16 Berechting vond zowel plaats op basis van het gewoonterecht als op basis van het materiële recht. De Statuten zien op grove schendingen van de Geneefse Conventies van 1949, schendingen van de wetten en gebruiken van de oorlog, genocide en misdaden tegen de menselijkheid.17 Joegoslavië was partij bij de Geneefse Conventies en dus verbonden aan de daarin gestelde regels. De Vierde Haagse Conventie van 1907 inzake de ‘the Laws and Customs of War on Land’, het Genocide-Verdrag en het Handvest voor het Neurenberg-tribunaal van 1945, werden toegepast omdat zij behoren tot het internationale gewoonterecht.18

De legitimiteit van het tribunaal

Als men kijkt vanuit het perspectief van het volkenrecht kan worden betwist dat de manier waarop het Joegoslavië-tribunaal is opgericht wel legitiem is geweest. Het volkenrecht houdt in dat er een aantal soevereine staten zijn, die tezamen een gemeenschap vormen. In het Handvest van de Verenigde Naties is opgenomen dat staten enkel mogen inmengen in zaken van een andere staat, indien die zaken wezenlijk niet onder de nationale rechtsmacht van die staat vallen. Er bestaat in het Handvest een spanning tussen het aanpakken van schendingen van fundamentele mensenrechten en het recht van staten om soeverein te handelen. Het oprichten van een internationaal tribunaal werd door veel staten gezien als een te grote inbreuk van de soevereiniteit van staten. Door de jaren heen is wel langzamerhand steeds meer de consensus gekomen dat mensenrechten niet behoren tot binnenlandse aangelegenheden, maar de gemeenschap ook aangaan. Dit blijkt mede uit het Slotdocument van de Weense Wereldconferentie Mensenrechten van 1993: de bescherming van de mensenrecht is ‘a legitimate concern of the international community’.19

De rechtsgrondslag van het oprichten van het Joegoslavië-tribunaal is veel bekritiseerd. Op grond van Hoofdstuk VII van het Handvest is de Raad bevoegd maatregelen nemen ter handhaving en herstel van de internationale vrede en veiligheid. Een specifieke grondslag voor het oprichten van een straftribunaal is niet in het hoofdstuk genoemd, noch in de toelichting op het handvest, noch in jurisprudentie van het Internationaal Gerechtshof. De vraag is derhalve of het instrumentarium zo erg mag worden opgerekt dat de maatregel in kwestie redelijkerwijs kan worden gerekend tot het instrumentarium van de Raad. Wél kan worden gezegd dat deze rekkelijke opvatting ervoor zorgt dat het instellen van een tribunaal op grond van Hoofdstuk VII een snelle weg is om een dergelijke instantie op te richten. Het voordeel hieraan is dat er bewijsverlies kan worden voorkomen. Het Rwanda-tribunaal is op eenzelfde wijze als het Joegoslavië-tribunaal tot stand gekomen.20

Kritiek op het tribunaal
De eerste jaren van het tribunaal werd de oprichting door de internationale gemeenschap niet bij iedereen als even wenselijk ervaren. Ten eerste zou het partijdig zijn en vooral Serviërs berechten. Ten tweede zou het alleen misdadigers van lagere rangen en standen berechten. Ten derde zou het verzoening in de regio tegenwerken.

De eerste stelling dat het tribunaal partijdig is, omdat het vooral Serviërs zou berechten, is niet merkwaardig, maar alsnog onwaar. Als er wordt gekeken naar etnische afkomst, dan valt inderdaad op dat veel van de aangeklaagden van Bosnisch-Servische achtergrond waren. Dat is echter niet vreemd als er wordt gekeken naar welke etnische groep voornamelijk verantwoordelijk was voor de ernstige misdrijven die werden gepleegd: de Bosnische Serviër of Serviër.21 De tweede stelling dat het Joegoslavië-tribunaal is mislukt omdat het niet in staat was om hoogstverantwoordelijken te berechten, is mijn inziens eveneens onjuist. Uit cijfers van onderzoek van De Vlaming blijkt dat ongeveer 20 procent van de aangeklaagden maar behoorden tot de politieke of militaire top. Het overige deel bestond uit aangeklaagden uit het middenkader (burgemeesters en provinciale bestuurders) en lager gerangschikten.22 Het klopt dat inderdaad een lager percentage aangeklaagden behoorden tot de politieke of militaire top. Dat is echter geen reden om te zeggen dat het tribunaal is mislukt. Zoals reeds genoemd zijn er 91 mensen veroordeeld voor hun misdaden die zij tijdens de oorlog hebben begaan. Ik deel de mening met Van Genugten, professor aan de Universiteit van Tilburg, dat het feit dat er meer personen uit het militaire en politieke middenkader zijn berecht geen reden is om over het algemeen te zeggen dat het tribunaal heeft gefaald. Van Genugten noemt dat het beter is om één tribunaal te hebben dan helemaal geen. Hij noemt ook dat tal van situaties afgelopen decennia zich hebben geleend voor het instellen van een tribunaal, maar dat dit achterwege is gebleven.23 Dit gaat uit van de opvatting van ‘beter iets dan niets’. De derde stelling zegt dat het tribunaal verzoening in de regio zou tegenwerken. Dit kan zeker op waarheid berusten. Vredesonderhandelaars waren bang dat de aanklager hun pogingen om de partijen nader tot elkaar te brengen zou tegenwerken met een actief vervolgingsbeleid.24

‘De eerste jaren van het tribunaal werd de oprichting door de internationale gemeenschap niet bij iedereen als even wenselijk ervaren.’

Conclusie

Het Joegoslavië-tribunaal heeft een uitgebreide bestaansgeschiedenis. Het tribunaal is opgericht om de misdaden die in Joegoslavië zijn gepleegd gedurende de Joegoslavische oorlog te berechten. Het ziet op grove schendingen van de Geneefse Conventies van 1949, schendingen van de wetten en gebruiken van de oorlog, genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Aan de legitimiteit van het tribunaal kan echter worden getwijfeld. De oprichting van het tribunaal heeft plaatsgevonden op grond van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, echter staat hierin geen expliciete bevoegdheid tot het oprichten van een tribunaal. De snelle oprichting van het tribunaal op grond van het Handvest heeft wel voorkomen dat er bewijsmateriaal verloren is gegaan. Naast dat aan de legitimiteit van het tribunaal wordt getornd, is er, met name in de eerste jaren van zijn bestaan, veel kritiek geweest. Beweerd werd dat de aanklagers partijdig waren omdat vooral Bosnische-Serviërs zijn berecht. Dit houdt echter geen steek gezien de meeste misdaden ook waren begaan door deze groep. Daarnaast werd gezegd dat alleen misdadigers van lagere en standen zouden worden berecht. Dat klopt, maar dit doet niet af aan het feit dat het tribunaal alsnog 91 misdadigers heeft vervolgd. Als laatste kritiekpunt werd genoemd dat het tribunaal verzoening in de regio zou tegenwerken. Dit zou mogelijk kunnen zijn. Vredesonderhandelaar hadden hier ook hun bezorgdheid over geuit.
Hoewel over de legitimiteit van het tribunaal valt te twisten en er kanttekeningen te plaatsen zijn bij de oprichting van het tribunaal, denk ik zeker dat het heeft bijgedragen aan de oplossing van de Joegoslavische oorlog. Beter één tribunaal, dan helemaal geen tribunaal.

Indien u meer omtrent dit onderwerp wenst te weten, is het aangeraden de dissertatie te lezen van Frederiek de Vlaming, criminologie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.4

Hein Blaauwendraad (22) is derdejaars bachelorstudent notarieel recht aan de Universiteit Utrecht. Dit jaar is hij bestuurslid bij notariële studievereniging Vevanos en heeft hij stage gelopen in Amsterdam. Zijn interesses liggen voornamelijk bij het goederenrecht en het ondernemingsrecht. Naast zijn studie is hij lid van U.S.R. Triton en de tennisvereniging. 

Reageren? Mail naar: heinblaauwendraad@hotmail.com

Voetnoten

1) ‘About the ICTY’, URL: www.icty.org (voor het laatst geraadpleegd op 16 oktober 2019).
2) G. Meershoek, ‘Strafrechtelijke vervolging van Joegoslavische oorlogsmisdadigers’, Tijdschrift voor Criminologie 2011 (54) 4, p.1.
3) Srebrenica Reconstruction, background, consequences and analyses of the fall off a ‘safe’ area (NIOD-rapport)
4) F. de Vlaming, De aanklager. Het Joegoslavië-tribunaal en de selectie van verdachten (diss. UVA), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010.
5) T. Zwaan, ‘Crisis en genocide in Joegoslavië, 1985-1995: nationalisme, staatsmacht en massamoord’, Amsterdam: Contact 2005.
6) Resolutie 713 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (25 september 1991), UN Doc S/RES/713.
7) Resolutie 764 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (13 juli 1992), UN Doc S/RES/764, paragraaf 10.
8) Resolutie 780 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (6 oktober 1992), UN Doc S/RES/780, paragraaf 2.
9) Rapport van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (10 februari 1993), UN Doc S/25724.
10) Resolutie 808 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (22 februari 1993), UN Doc S/RES/808, paragraaf 1-2. 
11) Rapport van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (3 mei 1993), UN Doc S/25704.
12) Resolutie 827 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (3 mei 1993), UN Doc S/RES/827, paragraaf 1-3.
13) W.J.M. van Genugten,‘Het Joegoslavië-tribunaal: pervertering van het internationale recht?’, R&R 1995 JRG. 24, afl. 1, p.55.
14) M. Wiegman, ‘Joegoslavië-tribunaal sluit deuren, erfenis ligt nu weer op de Balkan’ (NOS), 21 december 2017. URL: https://nos.nl/artikel/2208638-joegoslavietribunaal-sluit-deuren-erfenis-ligt-nu-weer-op-de-balkan.html (voor het laatst geraadpleegd op 4 november 2019).
15) Resolutie 955 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (8 november 1994), UN Doc S/RES/955.
16) Rapport van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (3 mei 1993), UN Doc S/25704, artikel 1, overweging 33.
17) Rapport van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (3 mei 1993), UN Doc S/25704, artikel 2-5.
18) Rapport van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (3 mei 1993), UN Doc S/25704, overweging 35.
19) World Conference on Human Rights: Vienna Declaration and Programme of Action (12 juli 1993), UN Doc A/Conf.157/23, p.4; W.J.M. van Genugten,‘Het Joegoslavië-tribunaal: pervertering van het internationale recht?’ R&R 1995 JRG. 24, afl. 1, p.50.
20) W.J.M. van Genugten,‘Het Joegoslavië-tribunaal: pervertering van het internationale recht?’ R&R 1995 JRG. 24, afl. 1, p.52-53.
21) R. Baas, ‘De strijd van de aanklager van het Joegoslavië-tribunaal’, Recht der Werkelijkheid 2011 (32), afl. 2.
22) F. de Vlaming, De aanklager. Het Joegoslavië-tribunaal en de selectie van verdachten (diss. UvA), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010
23) W.J.M. van Genugten,‘Het Joegoslavië-tribunaal: pervertering van het internationale recht?’ R&R 1995 JRG. 24, afl. 1, p.54.
24) R. Baas, ‘De strijd van de aanklager van het Joegoslavië-tribunaal’, Recht der Werkelijkheid 2011 (32), afl. 2, p. 104.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up