COVERINTERVIEW

 

12 november 2019 – De Militaire Kamer, Rechtbank Gelderland

Tekst door: Paul Breithaupt

LEES VERDER

Kunt u zich kort voorstellen? Hoe bent u precies bij de Militaire Kamer terecht gekomen?

Perry Quak – senior rechter en voorzitter van de Militaire Kamer

In 1987 ben ik afgestudeerd aan de VU in Amsterdam in Nederlands recht, afstudeerrichtingen civiel recht en internationaal recht. Daarna moest ik nog in militaire dienst en als dienstplichtig luitenant bij de Militair Juridische Dienst ben ik toen medewerker bij de hoogleraar militair recht, prof.mr. Coolen, geweest aan de Universiteit van Amsterdam. Vervolgens ben ik begin 1989 Rechterlijk Ambtenaar In Opleiding (RAIO) geworden. Deze opleidingsfunctie bestaat tegenwoordig helaas niet meer. Die opleiding duurde 6 jaar, na de gewone rechtenstudie, en tijdens deze periode heb ik gemerkt dat ik het werk van Officier van Justitie ontzettend leuk vond. Uiteindelijk heb ik toen ook gekozen voor het ambt van Officier van Justitie. Dat heb ik in totaal ongeveer 18 jaar gedaan, waaronder enkele jaren als Advocaat-Generaal, en inclusief een aantal internationale werkzaamheden. Negen jaar geleden ben ik overgestapt naar het rechterschap. Als snel werd ik kamervoorzitter en sinds 1 januari 2016 ben ik voorzitter van de Militaire Kamer. Ik heb begrepen dat het als een pré werd beschouwd dat ik een tijd reserve-officier bij de MJD ben geweest.

Cees van de Sande – kolonel bij de Koninklijke Luchtmacht en militair lid in de Militaire Kamer tvs rechter -plaatsvervanger

In 1988 ben ik begonnen bij de luchtmacht als Kort Verband Vrijwilliger (KVV), voor een periode van zes jaar. Na afronding van een avondstudie HEAO ben ik begonnen met de (avond)studie Nederlands recht in Nijmegen. Toen de periode van 6 jaar bijna afgelopen was vonden zowel de Koninklijke luchtmacht als ik het  interessant om te blijven  voor onbepaalde tijd. Kort na mijn aanstelling heb ik mijn studie Nederlands recht afgerond. De jaren daarna heb ik allerlei juridische functies binnen de luchtmacht gehad, zoals het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, het opstellen van wet- en regelgeving (met name het laten opgaan van de Luchtvaart in de Wet Luchtvaart) . Verder ben ik betrokken geweest bij de oprichting van de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA). Vervolgens ben ik werkzaam geweest bij de Directie Juridische Zaken (DJZ) waar ik mede verantwoordelijk was voor het tot stand brengen van verdragen en memorandums of understandings (mou’s). Tevens was ik daar plaatsvervangend Legal Advisor (Legad) bij de Directie Operaties van de Defensiestaf (DOPS). Hier kreeg ik ook te maken met het internationale recht en het humanitaire  oorlogsrecht. Daarna ben ik weer terug gegaan naar de Stafgroep Juridische Zaken van de Koninklijke Luchtmacht waar ik in aanraking ben gekomen met het (militaire) strafrecht- en tuchtrecht. Vervolgens werd mij gevraagd of ik interesse had in de functie als militair lid van de meervoudige militaire kamer. In 2014 ben ik uiteindelijk hier in Arnhem terecht gekomen en in 2015 ben ik begonnen aan de opleiding tot rechter (RIO). In 2015 ben ik benoemd voor een periode van 4 jaar als militair lid en op dit moment zit ik in mijn eerste verlenging. Tussendoor ben ik ook nog een aantal keren uitgezonden geweest naar Bosnië, Afghanistan en Zuid-Sudan.

Kunt u ons vertellen wat het militaire recht ongeveer inhoudt? Waarom is er eigenlijk een aparte militaire kamer? En wat zijn de verschillen met het commune strafrecht?

Perry Quak

Om te begrijpen waarom dingen zo geworden zijn als ze nu zijn, is het goed om te kijken naar het historisch perspectief. Nederland heeft heel lang een krijgsraad gehad, zoals de meeste landen dat hebben of hadden. Ik ken geen land ter wereld waar legers bestaan zonder ooit een krijgsraad te hebben gehad. Krijgsmachten hebben vanouds een bijzondere taak, namelijk om het land en de bevolking te beschermen. Daartoe hebben militairen ook de bevoegdheid om geweld te gebruiken. Dit kan heel ver gaan, het leger of de krijgsmacht mag doden en dat vinden wij als samenleving onder bepaalde omstandigheden goed. Dit en de gevolgen daarvan betekenen dat de beoordeling van bepaald gedrag van militairen volgens andere normen gaat dan bij burgers, alleen al vanwege dit geweldsaspect. Daar komt nog iets anders bij. De krijgsmacht opereert als één geheel. Die kan niet goed functioneren als het een ongecoördineerde toestand wordt. Om een krijgsmacht goed te laten functioneren is een commandostructuur heel erg belangrijk. Dit betekent dat binnen zo’n krijgsmacht zaken zoals discipline, bevellijnen en afspraken over geweldgebruik en over samenwerking zeer belangrijk zijn. Deze aspecten zie je terugkomen in bijzondere strafbare feiten, zoals ongeoorloofde afwezigheid, wachtdelicten of het niet opvolgen van een dienstbevel. Maar ook kunnen gewone delicten invloed hebben op het functioneren van de krijgsmacht als geheel. Ten slotte is het zo dat militairen andere situaties meemaken dan gewone burgers; denk maar aan gevechtsomstandigheden en de ervaring om je maten te zien sneuvelen. Dat alles maakt dat het beoordelen van het gedrag van militairen een aparte beoordeling vergt, in het licht van hun bijzondere positie, bijzondere taken en bijzondere verantwoordelijkheden.

De Nederlandse krijgsraad heeft heel lang bestaan maar is uiteindelijk in 1991 opgeheven. De discussie omtrent de krijgsraden begon in de jaren 70 van de 20e eeuw, een periode waarin veel in de samenleving met een hernieuwde blik werd bekeken en waarin een sterke democratiseringsgedachte opkwam. Dit was vermoedelijk de reden waarom er in de tweede helft van de jaren 70 in de politiek vragen werden gesteld over het bestaan van de krijgsraad. Er was al eerder een bepaalde concessie gedaan in Nederland, doordat de toenmalige president van de krijgsraad een burgerrechter was, maar de overige rechters waren allemaal militair. Uiteindelijk is besloten om het fenomeen ‘de krijgsraad’, als rechtspraak voor militairen door militairen, te doorbreken. Men wilde meer aansluiting zoeken bij de gewone reguliere samenleving. De politiek zag echter nog steeds in dat militairen niet op gelijke voet beoordeeld kunnen worden met burger. Dit is de reden dat er een soort mengelmoes is ontstaan: de Militaire Kamer. Hierbij is de rechtspraak van militairen, dat wil zeggen strafrechtspraak en tuchtrechtspraak, op één centrale plek samengebracht in de rechtbank in Arnhem, dit omdat de krijgsraad vroeger ook in Arnhem zat.

De Militaire Kamer zelf is een gespecialiseerde eenheid binnen de rechtbank Gelderland en bestaat uit 10 mensen, te weten drie kolonels als militaire leden, drie burgerrechters, waaronder de voorzitter, en vier griffiers. Dat is een relatief kleine club. Met z’n tienen doen wij alle militaire zaken af. Dat gebeurt tijdens meervoudige militaire-kamerzittingen, militaire politierechterzittingen, militaire kantonzittingen en militaire raadkamerzittingen. Het bijzondere is alleen wel dat zodra er een militaire unus-zitting is, politierechter of kantonrechter, dan zit een burgerrechter in toga die de rol van de militaire rechter vervult. Het militaire lid mag dat volgens de wet niet doen. Dat is het gevolg van die democratiseringsdiscussie uit de jaren 70. De toenmalige regering wilde immers voorkomen dat militairen uitsluitend door militairen berecht zouden worden. Ze mogen dus wel mee berechten, maar niet als enige rechter optreden.

Cees van de Sande

We krijgen als Militaire Kamer regelmatig buitenlandse delegaties op bezoek. Men is zeer geïnteresseerd in ons systeem. Delegaties uit Canada, Turkije en China zijn recentelijk langs geweest om te kijken naar de Nederlandse oplossing, waarbij burgerrechters en militaire leden samen een Kamer vormen, en waarbij de militaire expertise wordt gehandhaafd.

Naast het commune Wetboek van Strafrecht kennen we ook het Wetboek van Militair Strafrecht. Dit is een extra set van regels en strafbare feiten, zoals ongeoorloofde afwezigheid, desertie, schenden dienstbevel, schenden dienstvoorschrift et cetera, die een militair zou kunnen plegen. Ook daarom is er een aparte militaire blik en militaire kennis van zaken nodig in het militaire strafrecht. Dat wil niet zeggen dat mijn burgerrechter-collega’s van toeten noch blazen weten. We nemen hen regelmatig mee op werkbezoek naar eenheden van de luchtmacht, landmacht of de marine om hen kennis te laten maken met, bijvoorbeeld, de werk- en leefsituatie van een militair. Daarnaast nodigen we regelmatig sprekers uit om een bepaalde (militair rechtelijk) leerstuk verder uit te diepen. Op die manier doen we aan kruisbestuiving.

Welk van de drie militaire leden uiteindelijk plaatsneemt in de militaire kamer hangt dus af van het onderwerp van het geschil en de expertise van het betreffende militaire lid: luchtmacht, landmacht of de marine?

Cees van de Sande

Bij voorkeur zit een militair lid van de luchtmacht op een zaak waarvan ook een militair van de luchtmacht verdacht wordt, maar dat wil niet zeggen dat het altijd mogelijk is. Ik ben niet 365 dagen per jaar hier aanwezig op de rechtbank. De wet staat toe dat het ook anders kan. En een militair lid kan bijvoorbeeld ook besmet zijn, de verdachte kennen, en om die reden laat je dan een collega jouw plaats innemen.

Perry Quak

De Wet Militaire Strafrechtspraak bepaalt inderdaad dat het militair lid bij voorkeur zal deelnemen aan de berechting van een militair van het eigen krijgsmachtdeel. Maar dat lukt niet altijd, bijvoorbeeld vanwege agendaproblemen, of bijvoorbeeld om redenen van besmetting. Dat laatste kan zich voordoen bij geruchtmakende zaken, die we ook af en toe hebben. Als het militaire lid de commandant van het desbetreffende krijgsmachtonderdeel of de betrokken militairen persoonlijk kent, geef ik de voorkeur aan een ander militair lid in de zittingscombinatie. In zo’n geval komt het allemaal wel erg dichtbij en dat betekent dat we dan afspreken dat een ander militair lid zal deelnemen aan de zitting. Bovendien is er nog een praktisch probleem. Het gebeurt namelijk regelmatig dat wij op een dagdeel verschillende zaken behandelen, waarbij de ene militaire verdachte van de luchtmacht is en de ander van de landmacht of de marine. Moet ik dan per zaak gaan wisselen van militair lid? Dat is niet erg efficiënt. Militaire leden hebben namelijk ook andere taken, ze zijn niet alleen maar actief als militair lid in de Militaire Kamer. Ze houden ook een deel van hun militaire taken en die moeten ze ook kunnen organiseren. Dit betekent dat we ruim van tevoren een planning maken voor de zittingen. Wie komt wanneer en op welk dagdeel te zitten? Op die manier hebben de militaire leden ook de agenda vrij om een planning te maken voor hun andere werkzaamheden.

U noemde zojuist het belang van kruisbestuiving, dat de burgerrechters kennis op doen van de woon- en leefsituatie van militairen. Kunt u nog een voorbeeld noemen hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat?

Perry Quak

We hebben bijvoorbeeld een bezoek gebracht aan het Nederlandse detachement van de toenmalige missie in Mali. Dat betekent dus dat je ook als Militaire Kamer ervaart hoe kwetsbaar men is in dergelijke gebieden. Je wordt opgehaald met een gepantserd voertuig in een zwaar bewapend konvooi. Alle militairen die er rondlopen om jou en elkaar te beschermen hebben kogelvrije vesten aan. We zullen, denk ik, niet snel vergeten dat op het moment dat we aankwamen bij het internationale Kamp Castor, een van de eerste dingen die we zagen een grote, zwaar beschadigde Russische helikopter was die de week ervoor net getroffen was door een aanslag met een autobom. Op dat moment word je wel geconfronteerd met een “oorlogssituatie”. Op die manier kunnen ook wij als burgerrechters en griffiers ervaren onder welke dagelijkse spanning en stress militairen moeten opereren.

Om hier nog een voorbeeld van te geven: kortgeleden is de militaire kamer weer mee geweest met de marine om twee dagen te varen. Dat klinkt geweldig, en dat is het ook natuurlijk, maar het is vooral heel functioneel. Ten eerste ervaar je hoe klein de beschikbare ruimte op zo’n marineschip eigenlijk is. Zo’n schip is weliswaar een groot gevaarte, maar als je op die oneindige zee zit met alleen maar water en grauwe luchten om je heen, dan ervaar je hoe klein het schip is. Op zo’n schip werken een paar honderd mensen en die moeten het soms maanden met elkaar uithouden. Dat betekent dat je je gaat realiseren dat wanneer er onenigheid ontstaat, tussen de bemanning onderling, dat ook gevaren kan opleveren voor de inzetbaarheid van het hele schip. Ik heb als militaire politierechter een zaak gehad van een matroos die een portemonnee van een collega had gestolen aan boord van zo’n schip. De onrust en het wantrouwen die dit kleine delict met zich meebrengt, brengt uiteindelijk ook de inzetbaarheid van het schip in gevaar. De bemanning raakt afgeleid en vertrouwt elkaar niet meer, en als mensen die met elkaar het schip op koers moeten houden elkaar niet meer vertrouwen ontstaat er frictie en een gebrek aan samenwerking. In zo’n geval kan een commandant nog zoveel bevelen geven, maar als puntje bij paaltje komt worden die misschien niet meer opgevolgd. Dat kan gevolgen hebben voor het functioneren van het schip en misschien zelfs voor de veiligheid van heel Nederland. Dit is dan ook de motivering geweest waarom ik aan die matroos een veel zwaardere straf heb opgelegd dan ik voor een vergelijkbare diefstal aan een burger zou hebben opgelegd. En de matroos begreep dat ook, trouwens.

Cees van de Sande

Een collega burgerrechter en ik hebben aan boord geslapen in een ruimte van 3 bij 4 meter waarin 6 bedden stonden. Dat is voor één nachtje prima te doen, maar als je daar 6 maanden zit, zeker op zo’n kleine ruimte, vergt dat nogal wat van je, met name van je aanpassingsvermogen. Je moet rekening houden met elkaar. Het is goed om dat besef te hebben.

Perry Quak

Een ander voorbeeld ziet op een eerdere vaartocht met de marine. Het schip waar we toen op voeren was zich aan het voorbereiden voor een missie naar Somalië, voor de bestrijding van piraterij. De commandant liet ons zien, op heel inzichtelijke wijze, hoe de situatie is voor hem als commandant en voor de bemanning wanneer er een klein bootje op een marineschip komt afvaren. De commandant vroeg toen aan ons, de leden van de Militaire Kamer: “Wanneer mag ik nou schieten?” Dat is een interessante vraag. Wij stonden daar, met onze kennis van de regels en het geweldsmandaat, en we beseften dat de daadwerkelijke beoordeling op zo’n kort moment moet gebeuren door mensen die niet over alle informatie beschikken. Er moet snel, maar niet té snel, een inschatting gemaakt worden. Want bij te lang wachten kan het marineschip met man en muis tot zinken worden gebracht. Wanneer is nou het moment gekomen dat een commandant kan zeggen: “Ja, het zijn piraten en geen vissers die onze hulp nodig hebben of proberen ons een stukje tonijn te verkopen”? Want als het laatste het geval is en er wordt geschoten, dan krijgt die commandant misschien wel een strafzaak aan zijn broek. En dan komt hij of zij als verdachte van ernstige delicten terecht bij de meervoudige militaire kamer. Van de Militaire Kamer mag dan verwacht worden dat niet alleen de regels, maar ook de situationele omstandigheden bekend zijn. Want zo’n zaak kan voor die militair leiden tot een veroordeling, en daardoor misschien wel tot het verliezen van baan of gezin. Maar het kan ook betekenen dat de Krijgsmacht of de Nederlandse politiek besluit niet meer deel te nemen aan dergelijke acties.

Het is onze meerwaarde dat wij daadwerkelijk meekijken met hoe het precies werkt bij Defensie.

Verder halen we sprekers binnen. Eén van de sprekers die langs gekomen is, was een overste die namens Defensie belast is met de behandeling van problematiek bij veteranen. Hij vertelde verhalen waardoor je je opeens realiseert dat wat sommige militairen meegemaakt hebben ervaringen zijn die een gewone burger in 20 levens nog niet gaat meemaken. Deze mensen en hun gedrag moeten met een andere blik worden bekeken dan dat van burgers die een normaal huisje-tuintje-boompje-beestje leven leiden. Je krijgt bijvoorbeeld verhalen van veteranen die voor hun ogen hebben gezien hoe een kameraad op een bermbom is gestapt, waarbij de lichaamsdelen in de rondte vlogen. Zij hebben meegemaakt, op missie namens Nederland, hoe een vriend zijn been verliest of nog erger. Zij hebben recht op begrip, ook door de militaire rechter als zij nog militair zijn.

Komen veteranen ook voor de militaire kamer?

Cees van de Sande

De vraag is of de desbetreffende veteraan ten tijde van het plegen van  strafbare feit militair was. Dat is het criterium om bij de militaire rechter te komen.

Perry Quak

Correct. Als een veteraan, die nog steeds militair is, een winkeldiefstal pleegt komt hij voor de militaire politierechter. Niet iedere veteraan is inmiddels een burger. Sommige veteranen komen in de Ziektewet vanwege de ervaringen die ze hebben opgedaan of vanwege PTSS, maar niet allemaal verlaten ze daarmee ook de krijgsmacht. Er zijn gevallen dat zij niet meer normaal in de samenleving kunnen functioneren ten gevolge van de ervaringen die ze hebben opgedaan. Ze krijgen weliswaar professionele begeleiding, psychologisch, psychiatrisch of in sommige gevallen maatschappelijk werk, maar ze blijven erg kwetsbare mensen die hypergevoelig kunnen zijn voor prikkels van buitenaf. Ter verduidelijking nog een voorbeeld van een zaak waar ik optrad als politierechter. De zaak ging om een veteraan, nog steeds militair, die bewust achteraf was gaan wonen omdat hij wist dat hij niet meer goed tegen groepen mensen kon. Hij was argwanend, zodra hij een groep mensen zag kon hij agressief worden. Hij voelde zich constant bedreigd. Hij koos er dan ook voor om zijn boodschappen bij de supermarkt pas aan het eind van de dag te doen als er bijna geen mensen meer zouden zijn. Op een bepaalde dag kwam hij weer tegen sluitingstijd bij de supermarkt om zijn boodschappen te doen toen bleek dat het nog wel druk was. Kinderen begonnen te krijsen en er liepen, voor hem, teveel mensen bij de kassa. Hier werd hij helemaal raar van in zijn hoofd en hij begon iemand te slaan. Hij is vervolgens vervolgd wegens mishandeling. Op zo’n moment realiseer ik mij wat er verteld is door de overste van het Veteranenloket en dan probeer ik daarmee rekening te houden bij de beoordeling van de totale zaak. De beoordeling van een strafzaak gaat, zoals jullie weten, niet alleen maar over de feiten maar ook over de persoon van de verdachte en eventueel zelfs over de rol van het slachtoffer indien dit aan de orde is. Ik heb bij mijn beoordeling van de zaak en bij de strafmaat rekening gehouden met wat ik had geleerd over de gevolgen voor sommige veteranen en ik heb ervoor gezorgd dat die man geen straf heeft gekregen. Wel moest hij van mij met maatschappelijk werk gaan praten en contact opnemen met het Veteranenloket, om zoveel mogelijk herhaling te voorkomen.

Je zou kunnen beargumenteren dat een dergelijke veteraan ook een speciale beoordeling verdient. Het kan zijn dat hij een strafbaar feit pleegt doordat hij bepaalde ervaringen heeft opgedaan en bepaalde dingen heeft meegemaakt.

Perry Quak

Dat is een interessant punt. Als zo iemand, een veteraan die inmiddels burger is, bij een gewone (burger) politierechter terechtkomt, die waarschijnlijk geen affiniteit heeft met het hele militaire verhaal daarachter, loop je het grote risico dat zo’n veteraan verkeerd beoordeeld wordt. Beter gezegd: dat zijn zaak verkeerd beoordeeld gaat worden. In zo’n geval mag je hopen dat het Veteranenloket, een nationale instantie die veteranen bijstaat, zorgt dat de juiste informatie over de achtergrond van de veteraan ook bij de burgerrechter terechtkomt. Zo niet, dan kunnen er mogelijk misstanden ontstaan. Er is best iets voor te zeggen om ook strafzaken van veteranen, met een bepaalde problematiek, bij de militaire kamer aan te brengen. Daar zou ik wel een voorstander van zijn, maar ik denk dat dat politiek gezien heel moeilijk wordt.

Is de militaire kamer alleen bevoegd voor het behandelen van delicten die gepleegd zijn tijdens de uitoefening van het beroep, of worden er ook zaken behandeld die zich in de privésfeer hebben voorgedaan?

Perry Quak

Het criterium is of de verdachte een militair was ten tijde van het vermoedelijke plegen van het feit. Het hoeft dus niet per se een militair delict te zijn geweest. Denk bijvoorbeeld aan het plegen van huiselijk geweld, vermogensdelicten of uitgaansgeweld, met name bij jonge militairen. Maar ook bij dergelijke feiten moet de militaire rechter alert zijn op signalen dat het feit kan worden verklaard uit ervaringen die ze als militair opgedaan hebben. Denk maar aan die veteraan in de supermarkt. Als militaire rechter moet je je wel bewust zijn van de kans dat daar een mogelijke oorzaak zit en dat moet je onderzoeken. Door dat te onderzoeken geef je een verdachte ook een eerlijke kans. Dan kun je bij de manier van afdoening van zo’n strafzaak gaan zoeken naar een oplossing voor de lange termijn, in plaats van over te gaan op afstraffing die alleen op korte termijn enig effect heeft. Als zo iemand er niks aan kan doen, doordat zijn gedrag van binnenuit komt, door een stoornis, dan loop je het grote risico dat hij na afloop van zijn gevangenisstraf gewoon weer zoiets gaat doen. Bij andere oplossingen wordt bijvoorbeeld het maatschappelijk werk, de reclassering of de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ) betrokken. Met name bij het herkennen van deze signalen, ook door de burgerleden van de Militaire Kamer, is er een belangrijke rol weggelegd voor de militaire leden.

De wereld waarin militairen opereren is over het algemeen zeer hiërarchisch. Is het in dat geval niet lastig om aan te wijzen wie er verantwoordelijk gehouden moet worden voor een bepaald delict?

Cees van de Sande

Wij wijzen niemand aan, wij volgen de tenlastelegging. De Officier van Justitie bepaalt, op grond van het opportuniteitsbeginsel, wie wordt gedagvaard. Deze dagvaarding is onze grondslag.

Perry Quak

Als strafrechter ben je inderdaad gebonden aan de inhoud van de tenlastelegging. Binnen het Openbaar Ministerie dat hier in Arnhem zit is er een groep gespecialiseerde Officieren van Justitie en parketsecretarissen die zich met militaire zaken bezighouden. Net zoals wij zorgen zij ervoor dat ze op de hoogte zijn van relevante wetgeving en speciale regels en brengen ze ook werkbezoeken aan Defensie. Dat gaat wel gescheiden van wat wij doen, we willen vermijden dat de indruk ontstaat dat de Militaire Kamer en de afdeling Militaire Zaken van het Parket twee handen op één buik zijn. Het gaat allemaal om de schijn van partijdigheid, dat willen we echt vermijden. Zij zijn degenen die militaire zaken moeten beoordelen.

Het OM maakt dus keuzes en aan die keuzes, voor zover die op papier worden gezet in de tenlastelegging, zijn wij gebonden. Als strafrechter controleren wij alleen maar de tenlastelegging. Zo werkt dat in het strafrecht. Naast het militair Wetboek van Strafrecht geldt voor een militair ook het gewone Wetboek van Strafrecht. Een succesvol beroep van de militair op de strafuitsluitingsgrond van het ambtelijk bevel (artikel 43 Wetboek van Strafrecht) zou kunnen leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging (OVAR). De militaire rechter is bij uitstek de rechter om dat bij militairen te kunnen beoordelen. Was het een rechtmatig gegeven bevel? Voldoet het aan de criteria van een dienstbevel? Was de militair in een positie dat hij het gegeven bevel moest opvolgen? Maar het is dus niet zo dat wij moeten beoordelen wie dan wel vervolgd moet worden  voor het gepleegde delict. Dat is aan het OM.

Naast voorzitter van de Militaire Kamer in de rechtbank Gelderland bent u ook docent strafprocesrecht bij onder andere het Studiecentrum Rechtspleging. Bent u van mening dat er meer aandacht besteed moet worden aan het militaire recht op de Nederlandse Universiteiten?

Perry Quak

Er zijn een paar universiteiten in Nederland die aandacht besteden aan het militaire recht. Let wel, dat omvat ook militair tuchtrecht en militair ambtenarenrecht. De Universiteit van Amsterdam heeft echt een leerstoel militair recht en een bijzonder hoogleraarschap, dat is er al vanouds. Ik weet verder dat er bij de Universiteit van Nijmegen een leerstoel is voor bijzonder strafrecht. Daaronder valt een heleboel en er wordt ook aandacht besteed aan het militair recht. Daarnaast wordt militair recht vanzelfsprekend onderwezen aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).

Cees van de Sande

Volgens mij is het ook mogelijk dat als je rechten studeert in Nederland je ook voor bepaalde vakken een uitstapje kan maken naar een andere universiteit. Zo kan bijvoorbeeld in Amsterdam aan de UvA een aantal vakken militair recht worden gevolgd.  Dat is aan te raden als je als student uiteindelijk een carrière ambieert als militair jurist. Als je kunt laten zien dat je een aantal vakken hebt gevolgd die verband houden met het militair recht is dat zeker een pré tijdens een sollicitatie. Ik kan dat iedere student aanbevelen.

Perry Quak

In zijn algemeenheid: het vak militair straf- en tuchtrecht is heel klein. Het is voor een relatief beperkte doelgroep, we praten over nog geen vijftigduizend militairen voor wie dat geldt. Maar je moet je wel realiseren dat de maatschappelijke impact enorm groot kan zijn. Als ik bijvoorbeeld terugkijk naar de zaak die in de media ‘de zaak Schaarsbergen’ werd genoemd, waar jullie waarschijnlijk iets van meegekregen hebben, dan constateer ik dat alleen al zoveel publieke aandacht aangeeft dat er met argusogen gekeken wordt naar het functioneren van de krijgsmacht. Dan zou je de straf- en tuchtrechtzaken gedeeltelijk toch wel kunnen beschouwen als een thermometer die wordt gestoken in het functioneren van de krijgsmacht. En hierbij is nog van belang om je te realiseren dat onze Militaire Kamer de hoogste instantie is om te oordelen in militaire tuchtzaken. Alleen cassatie in het belang der wet is mogelijk in bijzondere gevallen. Dat betekent dat wij in de enkele tuchtzaken die wij behandelen soms heel principiële uitspraken doen. Dat zijn de zaken, hoe onderbelicht die ook zijn, waar wij bepalen wat een dienstbevel is. Dat doen we niet in de strafzaak maar in de tuchtzaak, en die halen de pers vaak niet. De straffen zijn heel laag in deze zaken en daarnaast accepteren de meeste militairen het als ze een fout gemaakt hebben. Het gebeurt zelden dat ze door blijven strijden.

Ter afsluiting: stel een student leest dit interview in de Juncto en denkt dit is precies wat ik later wil gaan doen, ik wil militair rechter worden. Hebt u tips voor deze student.

Perry Quak

Wat bedoel je met: “ik wil militair rechter worden?” Wil je militair lid worden, dan moet je eerst militair worden. Wil je militair rechter worden, dan moet je eerst rechter worden.

Cees van de Sande

Wat betreft het militaire lid: zorg dat je als militair jurist wordt aangenomen bij een van de krijgsmachtdelen. En wees bereid om dertig jaar lang allerlei leuke juridische functies te gaan vervullen. Zoals ik net al schetste over mijn eigen carrière: ik heb bestuursrecht, strafrecht, civiel recht, internationaal recht en humanitair oorlogsrecht gedaan. Dat is heel breed maar daardoor juist heel afwisselend, en dat allemaal bij één werkgever. Op die manier, samen met de uitzendingen, zorg je ervoor dat je het militaire bedrijf kent en dat je de regels kent. Op dat moment moet je nog steeds geluk hebben dat je als enige van jouw krijgsmachtdeel uiteindelijk als militair lid mag gaan werken bij de Militaire Kamer. Het is dus een lange weg waarbij de kans op uiteindelijk succes klein is. Maar dit is de enige weg. Mocht je het toch niet schoppen tot militair lid, dan heb je nog steeds een fantastische carrière bij de krijgsmacht.

Perry Quak

Ter aanvulling: kort geleden hadden we een stagiaire bij ons die ook voor de Militaire Kamer heel nuttige dingen gedaan heeft. Zij is naast haar rechtenstudie naar Defensity College geweest. Defensity College is een samenwerkingsverband van Defensie en Nederlandse universiteiten. Defensity College biedt allerlei opleidingen op het raakvlak van civiele studierichtingen en militaire praktijk. Voor mensen die geïnteresseerd zijn in een militaire carrière lijkt me dat een ontzettend leuke mogelijkheid om thuis te raken in dat werkveld. Als je van actie en sport houdt en toch ook een academische instelling hebt lijkt me dit een fantastische combinatie. Waar krijg je als academicus nog de kans om door het veld te tijgeren? Hier kan dat, en dat biedt mogelijkheden om je te bekwamen en om te snuffelen aan de militaire wereld en daar heeft onze stagiaire ook gebruik van gemaakt, om heel gericht te solliciteren naar een functie als militair jurist. En het is haar gelukt ook!

Cees van de Sande

Wat ook nog zou kunnen is dat je als reservist bij Defensie gaat werken. We maken bij de krijgsmacht steeds meer gebruik van reservisten, en dat kunnen ook jonge academische collega’s zijn die voor een bepaald aantal dagen of uren per maand bij de krijgsmacht als reservist gaan werken. Zeker met het oog op de toekomst na je studie. Op die manier kun je ook je carrière vormgeven.

‘Het criterium is of de verdachte een militair was ten tijde van het vermoedelijke plegen van het feit. Het hoeft dus niet per se een militair delict te zijn geweest.’

Paul Breithaupt (23) is op dit moment bezig met de master Europees Recht aan de Universiteit Utrecht. Daarnaaast is hij werkzaam als paralegal bij Maverick Advocaten en hoofdredacteur bij de Juncto. Verder besteedt hij zijn vrije tijd graag aan tennis en muziek. Zijn interesses binnen het recht liggen vooral bij het Europese recht en meer specifiek het mededingingsrecht.

Reageren? Stuur dan een mail naar: juncto@jsvu.nl

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up