Mensenrechten onder de loep:
een weg naar meer inclusiviteit

Tekst door: Hein Blaauwendraad

LEES VERDER

De mensenrechten die in internationale verdragen zijn vastgelegd worden geacht universeel te zijn. Antropologen en mensenrechtendeskundigen beginnen de laatste twintig jaar tot de consensus te komen dat bij het samenstellen van de verdragen onvoldoende rekening is gehouden met de regels en gewoontes van verschillende culturen.1 Het vraagstuk omtrent de universele mensenrechten is steeds vaker onderwerp van het publieke debat. De globalisering heeft ervoor gezorgd dat de internationalisering van de mensenrechten in grote mate is versneld. Het westerse dogma, de westerse kijk op de wereld, wordt geacht zijn stempel te hebben gedrukt op de huidige internationale mensenrechten. Het valt daarom te betwisten of deze regels uniformiteit bevorderen en de internationale cohesie ten goede komen.

Dit artikel werpt een blik op de vraag in hoeverre de huidige mensenrechtenverdragen met oog op de verschillende culturen voldoende inclusiviteit bieden en rekening gehouden wordt met de verschillende visies die per regio en per cultuur bestaan. Er wordt uitgelegd wat cultuurrelativisme precies inhoudt, hoe de mensenrechten in de huidige internationale wetgeving zijn verdisconteerd en er wordt een contrast geschetst tussen deze wetgeving en recente internationale conflicten. Tot slot bespreek ik de visie van een vooraanstaande wetenschapper op het gebied van mensenrechten en cultuurrelativisme. Het stuk zal worden afgesloten met een conclusie.

Cultuurrelativisme

Het grootste probleem van een universeel mensenrechtenverdrag is dat het bijna onmogelijk is om rekening te houden met verschillen tussen culturen. De verschillen tussen gemeenschappen zijn afhankelijk van tijd, plaats, volk en cultuur. Culturele gemeenschappen of groeperingen hebben bepaalde regels of gewoonten die van groot belang zijn voor de individuen die tot deze groep behoren, omdat ze een uiting zijn van hun cultuur en identiteit.2

Binnen de discussie omtrent de mensenrechten zijn er over het algemeen twee verschillende groepen: de cultuurrelativisten en de universalisten. Het uitgangspunt van het cultuurrelativisme is de empirische vaststelling dat er oneindig veel culturele verschillen bestaan.3 Er is een gebrek aan een universaliteit van waarden. Elke cultuur heeft verschillende normen en waarden die voor hen als geldend worden gezien. Cultuurrelativisten menen dat mensenrechten geen uitvinding zijn van het Westen. Zij kunnen deze rechten niet zomaar opleggen aan culturen die er misschien heel anders over nadenken. Er kan derhalve geen universeel mensenrechtenverdrag bestaan, omdat elke cultuur een ander begrip heeft van wat deze mensenrechten inhouden. Dit staat haaks op wat universalisten, verdedigers van wereldwijd uniforme mensenrechten, geloven. Zij menen dat de mensenrechten voortkomen uit het geloof in een gemeenschappelijke menselijke natuur en universele menselijk behoeften. Dit staat boven de culturele verschillen en zou op elke cultuur van toepassing moeten zijn. Eva Brems, hoogleraar in de Mensenrechten en voorheen voorzitter van Amnesty Vlaanderen, zegt dat het verschil tussen universalisten en cultuurrelativisten niet zo groot is als hier wordt omschreven. De meeste antropologen zijn er onderhand van overtuigd dat mensenrechten kunnen worden opgesteld, maar dat rekening moet worden gehouden met de verschillende culturen.4

De universaliteit van het UVRM

De bakermat van de mensenrechten en meest gezaghebbende mensenrechtentekst is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (hierna: UVRM).5 De benaming alleen al wijst op de hieraan verbonden universaliteitsgedachte. In formeel juridische zin kan het verdrag als universeel worden gezien. Bij de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties was het UVRM aangenomen zonder dat er één tegenstem was. Er waren wel acht staten die niet meestemden, te weten van Wit-Rusland, Tsjecho-Slowakije, Polen, Saoedi-Arabië, Zuid-Afrika, Oekraïne, de Sovjet-Unie en Joegoslavië. In totaal waren er 56 staten die mee stemden, wat niet de gehele wereld behelst, maar wel een groot deel daarvan vertegenwoordigde gezien de meeste staten die mee stemden toentertijd een groot aantal kolonies had.6

Sindsdien zijn er nog vele mensenrechtenverdragen gesloten en zijn deze nagenoeg allemaal universeel geaccepteerd. Kritiek op het UVRM is dat het verdrag voornamelijk westerse gedachten en idealen vertegenwoordigt.7 Dat is niet vreemd als wordt gekeken naar wie het verdrag heeft opgesteld. Het verdrag is grotendeels opgesteld door zeven personen, waarvan twee uit Noord-Amerika, twee uit Europa, één uit Zuid-Amerika, één uit het Midden Oosten en één uit Oost-Azië kwam. Zo merkt Brems op dat enkel de laatste niet uit de joods-christelijke traditie komt.8 De ideeën van deze stroming zijn dus oververtegenwoordigd in het verdrag, terwijl normen en waarden van andere culturen er onvoldoende dan wel niet in voorkomen. Het verdrag is grotendeels opgesteld door oude blanke mannen met een bepaalde opvatting die voor het merendeel aansluit bij het gedachtegoed wat door de eeuwen heen in de westerse samenleving is gegroeid.9 Het woord ‘universeel’ in het verdrag is in die zin accuraat dat wereldwijd een groot aantal staten hebben ingestemd met de inwerkingtreding van het verdrag, maar de regels in het verdrag zijn in die zin niet universeel dat heel veel culturen er andere normen en waarden op na houden dan zoals deze in het verdrag staan.

Kritiek op de universele mensenrechten

Het kritiek op de mensenrechtenverdragen komt met name uit Zuidoost-Azië, Afrika en vanuit een groot deel van de islamitische landen. De kritiek die met name uit Azië en Afrika komt is dat de mensenrechten in de verdragen veel te individualistisch georiënteerd zijn. De verdragen hebben enkel betrekking op het individu en dragen te weinig of niet bij aan de gemeenschapszin. Daarnaast vinden zij dat er naast rechten, ook plichten in de verdragen moeten worden vastgelegd. Een plicht zou bijvoorbeeld het actief bijdragen aan de gemeenschap kunnen zijn. De kritiek uit Azië is erg verschillend gezien de regio op cultureel gebied niet homogeen is. De culturele waarden in Afrika komen grotendeels voort uit het Afrikaans Handvest voor de Rechten van Mensen en Volkeren.10

Zowel Aziaten als Afrikanen willen zich met name op economisch gebied ontwikkelen. Er is daarom heel wat discussie wat betreft de verhouding tussen de mensenrechten en deze ontwikkeling. Ook willen ze het belang van de basisbehoeften van de mens benadrukken. Dit is logisch, gezien een deel van de landen in Azië en een groot deel in Afrika ontwikkelingslanden zijn die zich proberen op de kaart te zetten door bijvoorbeeld de verbetering van het onderwijs. De islamitische landen verschillen daarin met Azië en Afrika dat hun visie op de mensenrechten voorkomt uit hun religie.11 Het is daarom lastig om de mensenrechten zoals die in andere landen wordt aangehangen te conformeren met de islamitische cultuur.

Internationale interventies

Het is een niet onbekend fenomeen dat Westerse culturen hun blauwdruk willen leggen op andere landen. Kijk naar de interventies in Irak, Afghanistan, Syrië en Vietnam. Deze interventies hebben niet altijd het gewenst resultaat gebracht. In een interview in de Volkskrant zijn Rory Stewart, lid van het Lagerhuis en oud-assist-gouverneur in Irak, enkele vragen gesteld omtrent de ingrepen van westerse landen in andere culturen. Hier geeft hij antwoord op de vraag of er universele waarden zijn die wij – het Westen – moeten beschermen: “Natuurlijk zijn er universele waarden. We willen dat Afghanistan meer op Zweden gaat lijken en minder op Congo. Maar de manier waarop je daar moet komen is niet universeel. Die is erg afhankelijk van de plaatselijke cultuur en geschiedenis. De internationale gemeenschap is daar helemaal niet in geïnteresseerd. Ze werken met universele blauwdrukken. In de plannen voor Afghanistan zou je net zo goed Botswana kunnen invullen. Dat is een valse vorm van universalisme.”12 Dit antwoord strookt met de gedachtegang van het cultuurrelativisme. Elke cultuur is anders en moet op een andere manier worden benaderd.

‘We hoeven ons niet aan de status quo te houden, maar in plaats daarvan moeten we ons open opstellen ten opzichte van andere culturen.’

Een nieuwe weg van inclusiviteit

Brems is van mening dat er tegemoet moet worden gekomen aan een aantal van de eisen van niet-Westerse samenlevingen in een flexibel en dynamische mensenrechtensysteem. We hoeven ons niet aan de status quo te houden, maar in plaats daarvan moeten we ons opstellen ten opzichte van andere culturen. Zij constateert ook dat de verschillen tussen Westerse en niet-Westerse samenleving talrijk zijn. Er moet een daarom een ‘dialogue among civilizations’ worden gehouden, waarin staten elkaar tegemoet komen in het tot stand brengen van universele mensenrechten waarbij alle culturen worden betrokken. De inclusie van alle mensen in het mensenrechtenkader noemt Brems ‘inclusieve universaliteit’. Hoewel dit een nobel streven is blijft men sceptisch.13 De verschillen tussen culturen wordt als een te groot obstakel gezien om tot een gemeenschappelijke consensus te komen wat de mensenrechten precies moeten inhouden. Toch meent Brems dat het mogelijk is tot een overeenstemming te komen, mits er een dialoog wordt aangegaan.14 Hoewel het overeenkomen van universele mensenrechten een uitdaging gaat worden, zou het toch mogelijk moeten zijn.

Hein Blaauwendraad (22) is derdejaars bachelorstudent notarieel recht aan de Universiteit Utrecht. Dit jaar is hij bestuurslid bij notariële studievereniging Vevanos en heeft hij stage gelopen in Amsterdam. Zijn interesses liggen voornamelijk bij het goederenrecht en het ondernemingsrecht. Naast zijn studie is hij lid van U.S.R. Triton en de tennisvereniging. 

Reageren? Mail naar: heinblaauwendraad@hotmail.com

Voetnoten

1) T. Koelé & M. Sommer, Weer werk maken van mensenrechten, Volkskrant 12 januari 2008
2) P.B. Cliteur, De filosofie van mensenrechten, Ars Aqui Lbri, Nijmegen 1999, p.49
3) E. Brems, Inclusieve Universaliteit. Een Theoretisch en Methodologisch Kader om Inzake Mensenrechten Universaliteit te Verzoenen met Diversiteit, 32 R & R 139  (2003), p. 146  
4)  E. Brems & Ellen Desmet, Mensenrechten:  Universaliteit is geen uniformiteit
5) Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, 1948.
6)  Status of ratification: interactive board, https://indicators.ohchr.org/
7)  E. Brems, Inclusieve Universaliteit. Een Theoretisch en Methodologisch Kader om Inzake Mensenrechten Universaliteit te Verzoenen met Diversiteit, 32 R & R 139  (2003), p. 146
8) Drafting committee-members, https://research.un.org/en/undhr/draftingcommittee
9) E. Brems, Inclusieve Universaliteit. Een Theoretisch en Methodologisch Kader om Inzake Mensenrechten Universaliteit te Verzoenen met Diversiteit, 32 R & R 139  (2003), p. 141-149
10)  Afrikaans Handvest voor de Rechten van Mensen en Volkeren, 1981
11)  E. Brems, Inclusieve Universaliteit. Een Theoretisch en Methodologisch Kader om Inzake Mensenrechten Universaliteit te Verzoenen met Diversiteit, 32 R & R 139  (2003), p. 152-153
12)  P. Giesen, Het Westen snapt het niet, Volkskrant 1 december 2012
13) E. Brems, Inclusieve Universaliteit. Een Theoretisch en Methodologisch Kader om Inzake Mensenrechten Universaliteit te Verzoenen met Diversiteit, 32 R & R 139  (2003), p. 159-160
14) E. Brems, Inclusieve Universaliteit. Een Theoretisch en Methodologisch Kader om Inzake Mensenrechten Universaliteit te Verzoenen met Diversiteit, 32 R & R 139  (2003), p. 153-161

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up