De genaturaliseerde rechter

Het  belang van de aanwezigheid van minderheden binnen de rechterlijke macht

Tekst door: Dennis kok

LEES VERDER

Vrijdag 8 maart was het Internationale Vrouwendag. Ook in de juridische wereld bleef niet onopgemerkt. Het Amsterdamse advocatenkantoor Jebbink Soetemin riep bijvoorbeeld de Hoge Raad op om in uitspraken voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken. Immers, zo stelde zij: “Zo’n 45% van de advocaten is vrouw, maar zij worden in de juridische taal consequent verzwegen.”1

Niet alleen de inclusiviteit van de vrouw, maar ook van de rechter met een migratieachtergrond mag beter, stelt Saniye Çelik.2 Van de 2300 Nederlandse rechters hebben er namelijk slechts 50 een migratieachtergrond. Dat is iets meer dan twee procent. Voor het perspectief: van de Nederlandse bevolking als geheel heeft twaalf procent een migratieachtergrond.

In dit artikel zal ik nader ingaan op de kwesties omtrent diversiteit en inclusiviteit. De hoofdvraag luidt: wat is het belang van de aanwezigheid van minderheden binnen de rechterlijke macht? Allereerst zal bekeken worden waarom dit onderwerp ter discussie staat. Vervolgens zal gekeken worden naar de achtergrond van deze discussie. Hoe komt het dat wij zijn waar wij zijn beland? Verder zal er een vergelijking met het buitenland gemaakt worden en gekeken worden hoe daar wordt omgegaan met diversiteits- en inclusiviteitsproblemen. Tot slot kijken wij naar Nederland.

Probleem?

Binnen de rechterlijke macht wordt het geringe aantal allochtone collega’s in toenemende mate als probleem gezien. Al in 2003 werd in een gehouden enquête onder rechters vastgesteld dat 57 procent vond dat er meer diversiteit – in het bijzonder met betrekking tot de nationaliteiten – in de rechtspraak moet komen.3 De argumentatie bleef achterwege, maar valt in te vullen. Het vertrouwen van het publiek in de rechterlijke macht moet gewaarborgd blijven. Dat wordt lastig wanneer rechters op weinig begrip in de samenleving kunnen rekenen.4 Het wordt dan ook steeds meer wenselijk gezien dat de etnische diversiteit van de bevolking ook terug te vinden is in de rechterlijke macht, wegens de mate van representativiteit van het volk.

Waar ligt dan de basis voor deze ‘scheve’ verhouding? Daarvoor moeten wij terug naar de joods-christelijke wortels van Nederland. Nederland is altijd een land van minderheden geweest.5 Tegenstellingen worden ofwel op zijn ‘calvinistisch’ principieel uitgevochten, ofwel gepacificeerd door te polderen. Deze twee manieren van probleemoplossing zijn vervlochten in onze samenleving en ook terug te vinden in onze dagelijkse gang van zaken. Denk bijvoorbeeld aan het befaamde ‘gedogen’, denk aan het gedogen van drugs.. Een typisch voorbeeld van de middenweg zoeken en vinden. De genoemde ‘normen’ zijn dusdanig doordrenkt in onze cultuur, dat zij geworden zijn tot (in)formele sociale codes.6 En juist deze normen kunnen het voor zowel allochtone als autochtone studenten die als eerste generatie in hun familie studeren moeilijker maken om zich deze normen eigen te maken. Enkele juridische voorbeelden die dit duiden.

  • Vrouwelijke advocaten dienen zich niet ‘te’ opvallend te kleden of extravagant op te maken. Wat houdt deze norm in voor de Hindoestaanse vrouw met een voorkeur voor haar traditionele kledij en de bekende rode stip op het voorhoofd?
  • Rechters stellen fatsoenlijken mooi taalgebruik vaak op prijs, welke de standaard van de hogere middenklasse in middelbare leeftijd blijkt te zijn. Maar wat als men van huis uit niet met deze taal vertrouwd is?

Rechtspraak kan op deze manier een vervreemdende werking hebben. Uiteraard kan men zich aanpassen, de taal valt te leren, maar leidt dat dan niet ook tot verlies van een eigen stukje identiteit?

Na de Nederlandse cultuur kort besproken te hebben, zal ik nu een vergelijking maken met enkele omliggende landen. Dit zal gedaan worden door te kijken naar Duitsland en Frankrijk. Er zal gekeken worden naar de mate waarin diversiteit en inclusiviteit een onderwerp op de ‘juridische’ agenda is en naar  de maatregelen die worden genomen om dit probleem op te lossen.

Duitsland

Allereerst is van belang te vermelden dat in Duitsland naast beroepsrechters ook lekenrechters bij de rechtspraak betrokken zijn.7 Verplicht is dat in de lekenrechtspraak alle groepen van de bevolking vertegenwoordigd worden.8 Deze lekenrechters worden meestal benaderd via de maatschappelijke organisaties waar zij zich voor inzetten.

Inzake de etnische diversiteit in de rechterlijke macht  bestaat in Duitsland weinig discussie. Er is mij slechts één geval bekend van een discussie naar aanleiding van een voorstel van een rechter om het nationaliteitsvereiste voor lekenrechters af te schaffen. Dit voorstel kreeg weinig steun. Als er al discussie is lijkt die zich aldus te beperken tot de lekenrechtspraak.

Dit is terug te zien in het beleid dat de Duitsers hanteren om de rechtspraak ‘inclusiever’ te maken. Op het gebied van etnische afkomst is er geen beleid om deze diversiteit te vergroten. De gelijke behandeling van vrouwen en mannen is daarentegen uitgebreid ontwikkeld. Een in 2001 aangenomen wet bepaalt dat bij federale rechtbanken bij bezetting van posten waarop vrouwen ondervertegenwoordigd zijn, evenveel vrouwelijke als mannelijke kandidaten op sollicitatiegesprek uitgenodigd moeten worden.9 Daarnaast zijn in verschillende deelgebieden plannen om ervoor te zorgen dat het percentage vrouwelijke rechters in eerste aanleg rond de 50% ligt.

Al met al valt te concluderen dat Duitsland stappen maakt op het gebied van vrouwelijke inclusiviteit. Dat op het gebied van inclusiviteit omtrent etnische afkomst geen beleid is, is niet opmerkelijk nu dit niet als probleem gezien wordt.

Frankrijk

De vertegenwoordiging van Fransen met een migratieachtergrond in de rechterlijke macht is – net als in Duitsland – niet of nauwelijks een issue. De Franse Raad voor de Rechtspraak (CSM) maakt zich echter wel zorgen over de rechtspraak in de overzeese departementen en gebiedsdelen.10 De meeste rechters zijn afkomstig uit het Europese deel van Frankrijk, wat de acceptatie van de rechtspraak in de overzeese gebieden niet ten goede komt.

Voor de positie van vrouwen binnen de rechterlijke macht bestaat al wel langere tijd aandacht, er wordt gestreefd naar een meer evenwichtige verdeling binnen de rechtspraak.11 Echter, dit uit zich niet in beleid. Er is momenteel geen beleid om meer vrouwen of Fransen met een migratieachtergrond in de rechterlijke macht te krijgen. Opvallend is dat, anders dan in Duitsland en Nederland, in Frankrijk relatief weinig studenten uit immigrantengroepen voor een rechtenstudie kiezen.12

‘Rechtspraak kan op deze manier een vervreemdende werking hebben. Uiteraard kan men zich aanpassen, de taal valt te leren, maar leidt dat dan niet ook tot verlies van een eigen stukje identiteit?’

Nederland

De gedachte in Nederland dat de rechterlijke macht een weerspiegeling van de diversiteit in de samenleving zou moeten zien is al een oude.12 In de grondwet van 1814 was al bepaald dat raadsheren diende te worden gekomen uit ‘alle provinciën en landschappen’. Hoewel dit artikel inmiddels is vervallen, blijkt hieruit wel het historische streven naar diversiteit. Vanaf 1980 is er meer en meer aandacht voor de vertegenwoordiging van vrouwen in de rechterlijke macht, en sinds kort ook voor de etnische achtergrond van rechters. Zo sprak de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak herhaaldelijk zijn zorgen uit over het geringe aantal rechters van migratieachtergrond.13

De Raad voor de Rechtspraak heeft de afgelopen jaren enkele maatregelen genomen om meer rechters met een migratieachtergrond te werven. Op posters staan vaker foto’s van rechters in spe van wie gedacht zou kunnen worden dat zij niet van Nederlandse afkomst zijn. Daarnaast wordt raio (Rechterlijk ambtenaar in opleiding)-kandidaten de mogelijkheid geboden om, wanneer Nederlands niet de moedertaal is, de analytische vaardigheden op een niet-talige manier getest te krijgen. In de selectiecommissies worden meer en meer leden benoemd met een migratieachtergrond.

Conclusie

Te concluderen valt dat de vraag of diversiteit en inclusiviteit in de rechterlijke macht van belang is zowel met ja als met nee te beantwoorden valt. Enerzijds moet deze vraag bevestigend worden beantwoord vanwege de symboliek: de rechtspraak is van en voor iedereen. Het vertrouwen in de rechtspraak groeit met de mate van diversiteit binnen de rechterlijke macht. Daarmee is het belang van diversiteit gegeven. Wanneer het vertrouwen in de rechters wegvalt, kan de trias politica niet meer correct fungeren. Anderzijds kan het antwoord ook nee luiden, Immers, voor feitelijke rechtspleging zal het niet uit (moeten) maken wat de achtergrond van de rechter is die u voor u ziet.

Dennis Kok (21) is derdejaars rechtenstudent met passie voor het privaatrecht. Naast zijn studie is hij lid bij Pleitgenootschap Eggens en bij Navigators Studentenvereniging Utrecht.


Reageren? Mail naar: Dennis.kok@live.nl

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up