Cryptovaluta: waar staan ze in ons rechtssysteem?

Tekst door: Martin Kauffmann

Nieuw en veelbelovend: de blockchain is de techniek, die in veel gebieden van de samenleving vooruitgang moet brengen. Hoewel de technische ontwikkelingen rondom blockchain elkaar snel opvolgen en inmiddels meer dan duizend verschillende cryptovaluta in omloop zijn, aarzelen overheden een definitief standpunt in te nemen en cryptovaluta wettelijk te reguleren. In de literatuur is echter wel een debat ontstaan over de goederenrechtelijke positie van de bitcoin. Ook verschillende rechters hebben zich inmiddels hierover uitgelaten.

In februari van vorig jaar werd de rechtbank Amsterdam verzocht het faillissement uit te spreken van Koinz Trading B.V., een bedrijf dat aan ‘bitcoin-mining’ deed.1 De vordering die de basis vormde voor het faillissementsverzoek was een vordering van 0,591 bitcoin. De centrale vraag was vervolgens of de vordering van 0,591 bitcoin wel kwalificeerde als een vorderingsrecht in de zin van artikel 6 lid 3 Faillissementswet. Bitcoins zijn een computercode, en om die reden geen zaak. De Rechtbank moest daarom de vraag beantwoorden of de bitcoin een vermogensrecht is in de zin van artikel 6 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Deze vraag heeft de afgelopen jaren al geleid tot veel discussie. Bitcoins lijken wel een aantal eigenschappen van een vermogensrecht te hebben. Ze zijn overdraagbaar en bevatten een bepaalde waarde, en zijn om die reden aan te merken als vermogensrechten, aldus de rechtbank.  Van de verdere discussie onder welk soort vermogensrecht de bitcoin dan geschaard moet worden, onthield de rechtbank zich wijselijk.

De blockchain
Voordat ik verder inga op de juridische aspecten van de bitcoin wil ik eerst kort meer inzicht geven in wat een blockchain is. Een blockchain kan het best worden vergeleken met een lange ketting, waar telkens een nieuw kraaltje aan wordt geregen. Elk kraaltje, een ‘block’ genaamd, past op het vorige kraaltje, net zoals een uniek puzzelstukje in een puzzel past. Zo’n block bevat een bepaalde hoeveelheid informatie, en in het geval van de bitcoin-blockchain bestaat die informatie uit bitcoins of delen daarvan. Een block wordt toegevoegd aan de ketting door een ‘miner’, een computer die een ingewikkelde wiskundige vergelijking oplost.2 Zodra die vergelijking door één computer is opgelost, controleren en accepteren alle andere betrokken computers de nieuwe block. Is een block eenmaal opgevolgd door een nieuwe block, dan ligt hij vast en kan hij niet meer worden vernietigd of ongedaan worden gemaakt. Dat brengt met zich dat rechtshandelingen in de blockchain, zoals het overmaken van vermogen, ook praktisch onvernietigbaar zijn. Een rechtshandeling kan enkel ‘ongedaan’ worden gemaakt door in een nieuwe block een nieuwe rechtshandeling te verrichten, die de gevolgen van de eerste rechtshandeling ongedaan maakt, bijvoorbeeld door het terugboeken van vermogen.3

‘Een blockchain kan het best worden vergeleken met een lange ketting, waar telkens een nieuw kraaltje aan wordt geregen.’

‘Wel moet de patiënt altijd toestemming geven voor het delen van zijn gegevens.’

 

Zoals ik al kort heb aangestipt, is in de afgelopen jaren een breed scala aan verschillende cryptovaluta ontstaan, die naar mijn mening niet allemaal onder dezelfde goederenrechtelijke categorie kunnen worden geschaard. Het containerbegrip ‘cryptovaluta’ bevat grofweg twee soorten valuta: ‘coins’ en ‘tokens’. Het onderscheid tussen de twee is dat coins een eigen blockchain hebben en fungeren als een algemeen betaalmiddel zonder intrinsieke waarde, terwijl tokens via smart contracts functioneren op de blockchain van een coin.4 In deze bijdrage wil ik eerst de discussie rondom de positie van de bitcoin in het goederenrecht toelichten en daarna twee soorten tokens behandelen: ‘utility tokens’ en ‘equity tokens’.

Bitcoin
De bitcoin wordt met name gebruikt als betaalmiddel, en is qua functie vergelijkbaar met giraal geld.5 Goederenrechtelijk bezien is giraal geld een vorderingsrecht op de bank waar het geld op een rekening is ondergebracht.6 Het probleem met bitcoin is echter dat er geen instantie is die bitcoins uitgeeft, en dus ontbreekt de wederpartij op wie het vorderingsrecht eventueel van toepassing zou kunnen zijn.7 Om die reden wordt de bitcoin in de literatuur als vorderingsrecht veelal afgewezen en ziet men de bitcoin meer als een apart, op zichzelf staand vermogensrecht of zelfs als een zaak.8

Snijders en Tonino hebben nog een andere interessante optie: zij vergelijken bitcoin met het barteringssysteem.9 Het barteringsstelsel komt neer op een ruilhandel in goederen en/of diensten waarbij in barteringseenheden kan worden betaald in plaats van gewoon geld. Transacties in barteringseenheden tussen leden worden geadministreerd door een centrale organisatie. Het saldo barteringseenheden is overigens niet opeisbaar bij die organisatie, noch bij de leden. De Hoge Raad merkte in de jaren ’90 barteringseenheden al aan als vermogensrechten, meer specifiek als niet in geld afdwingbare vorderingsrechten, die vatbaar zijn voor verhaal, beslag of executie.10 Mijns inziens wringt het laatste: bitcoins zijn niet vatbaar voor beslag en slechts vatbaar voor verhaal of executie onder medewerking van de wederpartij.11

Hoewel het precieze karakter en de precieze inhoud van het bewuste recht alsmede welke wetsartikelen erop van toepassing zijn, onduidelijk blijven en aanleiding zijn tot een voortdurende discussie, lijkt er al met al – afgaand op Tweehuyzen en Snijders en Tonino – in de literatuur wel consensus te zijn ontstaan dat de bitcoin wel degelijk voldoet aan de wettelijke omschrijving van vermogensrechten, zoals die is gegeven in art. 3:6 BW.

Utility Tokens
Met utility tokens kan toegang worden verkregen tot of worden betaald voor bepaalde diensten of producten van de uitgever van de token.12 Grote cryptobeurzen hanteren bijvoorbeeld hun eigen utility token, waar commissie voor het kopen of verkopen van cryptovaluta mee kan worden voldaan. Vaak kan door het gebruik van die token een bepaalde korting worden verkregen. Het product of de dienst waarvoor wordt betaald met deze tokens hoeft niets met de blockchain te maken te hebben. Zo kunnen met sommige tokens attributen in bepaalde games worden gekocht.

Utility tokens vertonen in hun aard en werking veel gelijkenissen met een (kortings)coupon.13 Door een utility token in te leveren kan immers, net als door het verzilveren van een tegoedbon, een bepaalde prestatie worden afgedwongen. Een verschil met een coupon is echter dat het aantal utility tokens in beginsel vaststaat en dat de waarde van de token varieert. De grootte van de tegenprestatie kan bij een token dus variëren, terwijl die prestatie bij een coupon in beginsel is vastgesteld. In de jurisprudentie worden tegoedbonnen als vrij overdraagbare vorderingsrechten beschouwd.14 Is het dan logisch utility tokens ook als vorderingsrechten te betitelen? Naar mijn mening ligt dat wel het meest voor de hand, omdat in tegenstelling tot bitcoins er duidelijk sprake is van een uitgevende partij, van wie een tegenprestatie kan worden afgedwongen met een utility coin.

‘Zo werd in Manhattan enkele maanden geleden een heel gebouw ter waarde van 36.5 miljoen ondergebracht in een equity token.’

‘Voor zover de tokens zijn gekoppeld aan onroerend goed of andere onderliggende waarden, kunnen ze mogelijk andere bestaande financiële producten navolgen.’

Equity Tokens
De tweede groep tokens die ik kort wil bespreken zijn equity tokens, een in zijn aard geheel ander soort cryptovaluta. Equity tokens geven de houders daarvan namelijk bepaalde rechten jegens de uitgevende onderneming, zoals stemrechten of een aanspraak op toekomstige winsten.15 Het kapitaal dat via een Initial Coin Offering (ICO) met equity tokens is opgehaald, wordt in beginsel geïnvesteerd in één of meerdere projecten, waardoor de waarde van de token meestijgt met de waarde van hetgeen waarin het kapitaal is geïnvesteerd. Sommige equity tokens zijn zodoende gekoppeld aan goud, zilver, de dollarkoers of bijvoorbeeld onroerend goed. Zo werd in Manhattan enkele maanden geleden een heel gebouw ter waarde van 36.5 miljoen ondergebracht in een equity token.16 Via een ICO konden geïnteresseerden tokens kopen, waarna met de tokenopbrengst het gebouw werd aangekocht. De houders van de tokens bezitten dus gezamenlijk het gebouw en de waarde van de token stijgt mee met de waardestijging van het gebouw.

Hoe moeten we dit soort tokens juridisch kwalificeren? Voor zover de tokens deelnemingen in rechtspersonen bezitten lijken ze sterk op traditionele effecten, zoals fondsbeleggingen of aandelen.17 Voor zover de tokens zijn gekoppeld aan onroerend goed of andere onderliggende waarden, kunnen ze mogelijk andere bestaande financiële producten navolgen. Hoe equity tokens precies moeten worden geduid, voert naar mijn mening te ver voor deze bijdrage en vereist een diepgaander analyse.

Conclusie
Al met al moet worden gezegd dat achter de bitcoin een divers landschap aan cryptovaluta is ontstaan, dat als geheel niet kan worden gekwalificeerd als een bepaald soort vermogensrecht. Zoals ik heb toegelicht is deze kwalificatievraag rondom de bitcoin erg lastig, omdat er geen centrale instantie is die bitcoins uitgeeft. Tokens hebben die partij echter wel, wat hun goederenrechtelijke kwalificatie mijns inziens veel gemakkelijker maakt. Toch is ook rondom de kwalificatie van tokens veel discussie en blijft het debat hoe we cryptomunten moeten inpassen in ons rechtssysteem complex en fascinerend.

Martin (20) is derdejaars bachelor student, met een brede interesse voor het privaatrecht. Hoewel hij bestuursrecht en strafrecht wel heeft uitgesloten, volgt hij een breed privaatrechtelijk vakkenpakket om zodoende in veel rechtsgebieden inzicht te ontwikkelen. Naast Rechten volgt hij ook vakken Arabisch. Zijn juridische interesse gaat dan ook verder naar internationaal privaatrecht en shariarecht.

Reageren? Stuur een mail naar: martin@kauffmann.nl

Voetnoten

1.  Rb. Amsterdam, 14 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:869

2. J.L. Snijders & Y.C. Tonino, ‘Goederenrechtelijke status van bitcoin (kapitaalkracht)’, in: Tijdschrift Financiering, Zekerheden en Insolventierechtpraktijk nr. 6, p. 47.

3.  Corien Prins, ‘De Blockchain: Uitdaging voor het recht’, NJB 2016/1941

4.  T.W. Beenen & L.B.G. Hillen, ‘Cryptoproducten en zorgplicht beleggingsdienstverleners – een verkenning’ in:      Tijdschrift voor Financieel Recht 2018 nr. 12.

5.  F.H.J. Mijnssen, Verbintenissen tot betaling van een geldsom (Monografieën BW B39), Deventer: Kluwer 2017, nr. 1.6, p. 5.

6. P. Rank, ‘Betaling in Bitcoins: geld of ruilmiddel, betaling of inbetalinggeving?’, in: AA, maart 2015, p. 180.

7. J.L. Snijders & Y.C. Tonino, ‘Goederenrechtelijke status van bitcoin (kapitaalkracht)’, in: Tijdschrift Financiering, Zekerheden en Insolventierechtpraktijk nr. 6, p. 52.

8. V. Tweehuyzen, ‘Goederenrechtelijk puzzelen met Bitcoins’ in: AA juli/augustus 2018, p. 607; P. Rank, ‘Betaling in bitcoins: geld of ruilmiddel, betaling of inbetalinggeving?’, in: AA, maart 2015, p. 183.

9. J.L. Snijders & Y.C. Tonino, ‘Goederenrechtelijke status van bitcoin (kapitaalkracht)’, in: Tijdschrift Financiering, Zekerheden en Insolventierechtpraktijk nr. 6, p. 52.

10. HR, 5 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1128

11. T.J. de Graaf & H.B. Krans, ‘Verhaal op bitcoins door gedwongen medewerking van de schuldenaar’, in: WPNR 2018, afl. 2717, p. 943

12. J.P. Boer, ‘Enkele fiscale aspecten van een Initial Coin Offering in het Nederlands belastingrecht’ in: NTFR 2018/2049

13. J. Baukema, ‘Initial Coin Offerings (ICO’s): crowdfunding 2.0?’ in: Tijdschrift voor Financieel Recht, nr. 3 maart 2018, p. 116.

14. Ktr. Maastricht, 30 juni 1999, ECLI:NL:KTGMAA:1999:AI9924

15. J. Baukema, ‘Initial Coin Offerings (ICO’s): crowdfunding 2.0?’ in: Tijdschrift voor Financieel Recht, nr. 3 maart 2018, p. 116.

16. R. Wolfson, ‘A First For Manhattan: $30M Real Estate Property Tokenized With Blockchain’, https://www.forbes.com/sites/rachelwolfson/2018/10/03/a-first-for-manhattan-30m-real-estate-property-tokenized-with-blockchain/#2d847e144895 [geraadpleegd op 3 januari 2019]

17. J.P. Boer, ‘Enkele fiscale aspecten van een Initial Coin Offering in het Nederlands belastingrecht’ in: NTFR 2018/2049

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up