E-COURT:
Een weg met vallen en opstaan?

Innovatie is essentieel voor het goed functioneren van de samenleving en de economie. Digitalisering is hiermee vaak nauw verbonden. Zo is het ook belangrijk dat de rechtspraak meegaat met zijn tijd. Het was daarom ook voor de meesten geen verrassing toen een digitaal arbitragebedrijf zijn hoofd om de deur stak. E-Court heeft in januari 2010 zijn debuut gemaakt.1 Dit is een initiatief geweest om de rechtspraak weer eenvoudig, begrijpelijk, toegankelijk en betaalbaar te maken. Er waren veel voorstanders, zelfs in de Tweede Kamer, voor het elektronische alternatief op de overheidsrechter en zo werd de robotrechter geboren.

Tekst door: Lotje Merks

LEES VERDER

E-Court: een weg met vallen en opstaan?

In de eerste vijf jaar heeft e-Court veel tegenslagen te verduren gehad. Naast bezwaren van critici, heeft ook de Minister van Justitie zijn twijfels uitgesproken over e-Court. Als gevolg daarvan heeft e-Court al meerdere malen haar reglement moeten aanpassen. In 2018 hebben de bezwaren een hoogtepunt bereikt, waardoor e-Court momenteel stil ligt. E-Court heeft zogezegd een vliegende start gemaakt, maar dit heeft vooralsnog niet al te positief uitgepakt. Heeft e-Court misschien iets te veel haast gemaakt om als eerste de markt voor het geven van digitale adviezen en arbitrage te betreden en is het motto haastige spoed is zelden goed ook nu weer in nadelige zin bewaarheid geworden? In dit artikel zal de situatie van e-Court nader worden toegelicht. Allereerst zullen het concept en de ontwikkeling van e-Court worden besproken. Vervolgens zal de procedure die partijen bij e-Court moeten volgen worden toegelicht. Ten slotte zullen de bezwaren uit 2018 aan bod komen. Het artikel sluit af met een korte conclusie.

Het concept en de ontwikkeling van e-Court

Sinds januari 2010 is e-Court een commercieel particulier bedrijf dat zich ten doel stelt om de rechtspraak weer betaalbaar en toegankelijk te maken. Het bedrijf focust zich op civiele conflicten (voornamelijk incassogeschillen) en de procedure en het bindende advies van de arbitrage vindt geheel op elektronisch wijze plaats. E-Court belooft inhoudelijke kwaliteit, transparantie, hoge snelheid en lage kosten.2 Daarnaast worden de volgende waarborgen nagestreefd: simpele processtappen, begrijpelijke taal, een vonnis in acht weken, alle informatie bij de hand in één dossier en ondersteuning van de afdeling procesbewaking.3

E-Court wordt voornamelijk door verzekeraars en andere grote partijen als bol.com ingezet als middel tegen wanbetalers. De keuze voor deze procedure is vaak in de algemene- of polisvoorwaarden opgenomen. Dit is mogelijk, omdat de nieuwe Arbitragewet niet vereist dat expliciete toestemming wordt gegeven voor het behandelen van de zaak bij e-Court. Voldoende is een maand bedenktijd (zie artikel 6:236 sub n BW) en zwijgen wordt hierna gezien als toestemming.4 Indien de gedaagde naar de overheidsrechter wenst te gaan, moet hij tijdig bij de deurwaarder aangeven niet in te stemmen met de e-Court procedure. Hier schuilt echter het gevaar dat de deurwaarder dit niet aan e-Court meedeelt en dat er toch een vonnis wordt gewezen.5 De hoofdregel blijft echter wel dat de partijen gezamenlijk de keuze moeten maken tot een specifieke vorm van geschilbeslechting.6

E-Court had oorspronkelijk als basis voor de procedure bindend advies gekozen. Het liep hier tegen twee problemen aan: de procedure was zeer breed in te vullen en het was niet meer dan een vaststellingsovereenkomst. Dit leverde geen executoriale titel op. Dit probleem probeerde e-Court te verhelpen door het advies in een notariële akte vast te laten leggen. Hieraan zou een executoriale titel verbonden zijn. Hier werd echter door de Minister van Justitie bezwaar tegen gemaakt.7 De notaris heeft namelijk een Belehrungspflicht (artikel 43 Wet op het Notarisambt). Hij moet de partijen informeren over de rechtsgevolgen van hun keuze, om misbruik van overwicht te voorkomen.

Daarnaast werd er geklaagd over de termen die gebruikt werden op de website. Termen als ‘rechters’ en ‘vonnis’ zouden sterke associaties met een rechtbank oproepen.8 Naar aanleiding van deze kritiek heeft e-Court zijn terminologie aangepast.9 Hierna heeft e-Court zich gericht op arbitrage in de zin van artikel 1020 e.v. van het Wetboek van Rechtsvordering. Arbitrage is namelijk minder ruim in te vullen en biedt een betere oplossing voor de executoriale titel. Er is alleen een exequatur vereist van de voorzieningenrechter. Echter, bij deze vorm van geschilbeslechting wordt het overwicht in onder andere kennis niet voorkomen. Bedrijven beschikken namelijk over meer mogelijkheden tot het vergaren van kennis en om controle van een eerlijk proces te laten plaatsvinden.10

De procedure van e-Court

De gedaagde wordt in de praktijk vaak opgeroepen per deurwaardersexploot. Deze is al voor de executoriale fase betrokken bij de procedure. De gedaagde krijgt een keuze tussen de e-Court procedure en de overheidsrechter. Indien de gedaagde geen bezwaar maakt, zal de e-Court procedure worden voortgezet. Deze start met het openen van het online procesdossier. Het Procesreglement van e-Court biedt de mogelijkheden van wraking, verzet, hoger beroep, herroeping en vernietiging. De eerste schriftelijke ronde duurt vijf dagen. De verweerder krijgt hier de kans om verweer te voeren, indien hij dit niet doet of het verweer erkent, wordt het vonnis gewezen. Dit vonnis wordt opgesteld door het automatisch systeem en geaccordeerd door een arbiter. Hier komt de benaming ‘robotrechter’ vandaan.

Indien er verweer wordt gevoerd, stelt de arbiter zelf het vonnis op. Het vonnis wordt bij de notaris gedeponeerd en kan door e-Court worden gepubliceerd. Als niet wordt betaald, kan het vonnis naar de rechtbank worden gestuurd voor een exequatur. Een exequatur is een rechterlijke verklaring of een rechterlijk verlof om een buitenlands of arbitraal vonnis ten uitvoer te leggen, zie artikel 430 Rv. Er zijn slechts enkele gronden waarop het exequatur geweigerd kan worden, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de gedaagde niet juist is opgeroepen voor de procedure bij e-Court en artikel 1063 Rv.11 Medio februari 2018 is bekend gemaakt dat de Rechtspraak voorlopig geen exequaturs meer zal verstrekken. De rechtbanken volgen het advies van het Landelijk Overleg Vakgroep Civiel en Kanton en stellen over de manier waarop rechtbanken arbitragevonnissen toetsen eerst prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.12 E-Court heeft daarom alle exequaturverzoeken ingetrokken. Het verstrekken van exequaturs is niet slechts een formaliteit, maar heeft tevens een functie tot rechtsbescherming.13

‘Op dit moment lijkt e-Court ook stil te liggen en het is niet zeker of het bedrijf weer op de rails wordt gezet.’

Recente kritiek op e-Court

Uit een onderzoek gedaan in januari 2018 en uit de media is veel kritiek naar voren gekomen op de procedure van e-Court. Op dit moment lijkt e-Court ook stil te liggen en het is niet zeker of het bedrijf weer op de rails wordt gezet. Een aantal belangrijke bezwaren worden hieronder toegelicht.

Ten eerste is het gebrek aan transparantie van e-Court een probleem. De uitspraken van e-Court werden niet gepubliceerd en tevens waren de ‘rechters’ onbekend. Er is ook sprake van een bepaalde interne geslotenheid. De arbiters zelf zijn ook gebonden aan strenge privacyregels en kunnen tevens elkaars vonnissen niet inzien.14 Sinds februari 2018 heeft e-Court, onder druk van de media, zowel de vonnissen als en een lijst met de arbiters gepubliceerd.15

Ten tweede is er kritiek geuit op het gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de arbiters. E-Court wordt vermeend (indirect) afhankelijk te zijn van cliënten, zoals bol.com, waardoor de schijn van partijdigheid zijn intrede doet. Alleen de bedrijven die deze vorm van procedure in hun Algemene Voorwaarden hebben opgenomen, kunnen een procedure aanhangig maken. E-Court kan echter geen vordering instellen tegen dat bedrijf, bijvoorbeeld over niet-uitgekeerde declaraties in geval van verzekeringen.16 Bovendien zou de procedure niet voldoen aan het recht op een eerlijk proces bedoeld als in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Partijen kunnen wel afstand doen van dit recht, zolang dit ondubbelzinnig en vrijwillig gebeurd. Dit kan alleen indien de partij zich hiervan bewust is. Zoals eerder vermeld is dit echter niet altijd het geval.

Ten derde is de arbitrageprocedure niet of nauwelijks goedkoper dan de procedure bij de kantonrechter. Immers moet naar het gehele traject worden gekeken, inclusief de kosten van rechters, advocaten en deurwaarders en de door hen gebruikte infrastructuur.17 De griffierechten bij de rechtbank zijn echter verhoogd. Hierdoor kan e-Court met succes claimen dat hun ‘court fee’ voordeliger is.18

Ten slotte zouden de arbiters eigenlijk ambtshalve moeten toetsen of een contractueel beding binnen de werkingssfeer van de richtlijn oneerlijke bedingen valt. Dit wordt niet gedaan als er sprake is van een louter digitale administratieve afwerking.19

Conclusie

E-Court heeft in de afgelopen negen jaar met een aantal grote uitdagingen te maken gehad. Voornamelijk de bezwaren op het gebrek aan transparantie en partijdigheid en onafhankelijk hebben ervoor gezorgd dat het e-Court nu stil licht . Het is niet zeker of e-Court zijn werkzaamheden zal kunnen voortzetten. Van de positieve visie op het nieuwe initiatief uit 2010 is vrijwel niets meer overgebleven, nu in 2018 de bezwaren een hoogtepunt hebben bereikt. Het gebrek aan de waarborgen roept sterke twijfels op of het plan wel goed is doordacht alvorens het op de markt gebracht is. E-Court heeft de kritiek niet serieus genomen en heeft te dicht bij de zon  gevlogen. Of e-Court de val naar beneden heeft overleefd, moet nog blijken.

Lotje Merks (20) is net begonnen aan haar derde jaar bachelor van rechten. Op dit moment interesseer zij zich vooral voor het ondernemingsrecht, insolventierecht en goederenrecht. Naast haar studie werkt zij op een advocatenkantoor.

Contact opnemen? Dat kan via:

lotje@merks.nu

Voetnoten

1.     H.W. Wefers Bettink, ‘E-Court en de lange weg naar houdbare elektronische geschiloplossing’, TVA 2013/3.

2.     H.W. Wefers Bettink, ‘E-Court en de lange weg naar houdbare elektronische geschiloplossing’, TVA 2013/3.

3.     Zie www.e-court.nl.

4.     K. Kuijpers, T. Muntz & T. Staal, ‘Vonnis te koop’, De Groene Amsterdammer 2018-3.

5.     Rechtbank Amsterdam, 2 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:419.

6.     E. Bauw, ‘Geschillen als handelswaar: over cliffhangers en e-Court-soap’, AA november 2018.

7.     H.W. Wefers Bettink, ‘E-Court en de lange weg naar houdbare elektronische geschiloplossing’, TVA 2013/3.

8.     E. Bauw, ‘Geschillen als handelswaar: over cliffhangers en e-Court-soap’, AA november 2018.

9.     H.W. Wefers Bettink, ‘E-Court en de lange weg naar houdbare elektronische geschiloplossing’, TVA 2013/3.

10.  E. Bauw, ‘Geschillen als handelswaar: over cliffhangers en e-Court-soap’, AA november 2018.

1.     C.N.J. de Vey Mestdagh & A. Kamphorst, ‘e-Court of de moderne Prometheus vs. Het recht, een achterhoedegevecht?’, TvI 2018/3, p. 13

2.     J.M. Veldhuis, ‘e-Court: hetze of gebrekkig alternatief?’, BER 2018/3.

3.     E. Bauw, ‘Geschillen als handelswaar: over cliffhangers en e-Court-soap’, AA november 2018.

4.     K. Kuijpers, T. Muntz & T. Staal, ‘Vonnis te koop’, De Groene Amsterdammer 2018-3.

5.     C.N.J. de Vey Mestdagh & A. Kamphorst, ‘e-Court of de moderne Prometheus vs. Het recht, een achterhoedegevecht?’, TvI 2018/3, p. 14

6.     E. Bauw, ‘Geschillen als handelswaar: over cliffhangers en e-Court-soap’, AA november 2018.

7.     C.N.J. de Vey Mestdagh & A. Kamphorst, ‘e-Court of de moderne Prometheus vs. Het recht, een achterhoedegevecht?’, TvI 2018/3, p. 15 

8.     K. Kuijpers, T. Muntz & T. Staal, ‘Vonnis te koop’, De Groene Amsterdammer 2018-3

9.     E. Bauw, ‘Geschillen als handelswaar: over cliffhangers en e-Court-soap’, AA november 2018.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up