Op de rem:

Kunnen grondrechten de digitalisering bijbenen?

Tekst door: Dennis kok

LEES VERDER

Tegenwoordig kan belastingaangifte gedaan worden door achtereenvolgens in te loggen met DigID, het belastingaangifteformulier digitaal in te vullen en deze aan te leveren via mijnoverheid.nl. De zogenaamde ‘blauwe envelop’ is verleden tijd geworden. De manier waarop tegenwoordig aangifte van belasting wordt gedaan, is een voorbeeld van het gegeven dat de overheid digitaliseert. Ook de overheid doet een duit in het ‘digitalé zakje. Corresponderen met de burger gaat tegenwoordig digitaal, een papieren belastingaangifte is verleden tijd en tegenwoordig is onze identiteit ook al digitaal.1

In dit artikel wordt onderzocht of de digitaliserende overheid in strijd handelt met grondrechten die ons als burgers op basis van de grondwet toekomen. Allereerst zal worden gekeken waar de digitalisering bij de overheid naar voren komt.  Vervolgens wordt de manier waarop de overheid te werk gaat, getoetst aan de grondwet, en worden enkele mogelijke knelpunten aangestipt.

Digitaliserende overheid

Eind 1998 presenteerde minister van Boxtel het Actieprogramma ‘Elektronische Overheid’.2 Dit bleek het startschot te zijn voor de digitalisering zoals die vandaag de dag bij de overheid zichtbaar is. Inmiddels heeft dit zich gemanifesteerd in digitalisering op heel veel beleidsterreinen. Het voert voor deze bijdrage te ver om al deze gebieden te bespreken. Ik beperk mij tot de drie – mijns inziens – meest relevante beleidsterreinen. Beleidsterreinen zijn naar mijn mening relevant wanneer zij de burger het meest raken en waar door de overheid de meeste terughoudendheid wegens mogelijke inbreuk op grondrechten zou moeten worden betracht.

Identiteit
De doorbraak was groots. De DigiD: een digitale identiteit die het mogelijk maakt om in te loggen op websites van de overheid. Medio 2004 werd door het Bureau Keteninformatisering Werk & Inkomen (BKWI) een eerste versie van authenticatievoorziening ontwikkeld, om te gebruiken in het domein van belastingen, werk en inkomen. Kort daarna werd het beheer van deze voorziening een taak van de Belastingdienst, vervolgens van GBO Overheid. DigiD wordt nu beheerd door Logius, een onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.3 Inmiddels heeft de Tweede Kamer ingestemd met een motie over een online-identiteit voor iedere Nederlander.4

Met behulp van het  DigiD, wordt het digitale identiteits-terrein uitgebreid. Met DigiD kunnen inmiddels bijvoorbeeld machtigingen worden afgegeven,5 en is ook het zogenaamde ‘eHerkenning’ gestart. eHerkenning richt zich op ondernemers en bedrijven die zich online identificeren om vertrouwelijke gegevens met elkaar en de overheid te kunnen delen.

Basisregistratie en stelselafspraken
Een basisregistratie is een door de overheid officieel aangewezen registratie, bestaande uit gegevens die door overheidsinstellingen verplicht worden gebruikt bij de uitvoering van publiekrechtelijke taken.6 De tien basisregistraties vormen samen met stelseldiensten het ‘Stelsel van Basisregistraties’ die de bedoeling hebben gegevensuitwisseling te vergemakkelijken.

Het Stelsel van Basisregistraties is volledig digitaal. Het werkt met ‘Digikoppeling’, dat zorg draagt voor elektronische verzending. Voor vermeende fouten wordt de ‘Digimelding’ ingezet. ‘Digilevering’ is de voorziening voor het leveren van gebeurtenissen omtrent de aangesloten basisregistraties.

Dienstverlening aan burgers en ondernemers
In de dienstverlening van overheid naar burgers is de grootste verandering het verdwijnen van de papieren correspondentie. Inmiddels vindt de correspondentie volledig plaats via MijnOverheid.nl. Naast berichtgeving staan hier ook de persoonlijke gegevens en lopende zaken tussen burger en overheid. Ook DUO is een voorbeeld van een online dienstverlening van de overheid.

Voor ondernemingen valt onder deze dienstverlenende digitale functies het ondernemingsplein en het E-factureren. De bron blijft data.7

Hoe gebruikt de overheid deze informatie?
Overheden blijken volop te experimenteren met de grote hoeveelheden persoonsgegevens die ze tot hun beschikking hebben.8 Dit blijkt bijvoorbeeld uit het systeem Risico Indicatie. Met dit systeem kunnen de politie, Belastingdienst, bureaus voor sociale zekerheid, de gezondheidszorg en andere instanties hun gegevens bundelen. Dit kan echter de vrijheid van individuen bedreigen.8 Hierover zijn al meerdere rechtszaken gestart, waarvan de uitkomsten binnen enkele maanden worden verwacht.

Dit voorbeeld duidt het belang van een overheid die voorzichtig omgaat met de persoonsgegevens die zij tot hun beschikking hebben. De manier van werken – geleid door algoritmes – kan zorgen voor scheve verhoudingen in de maatschappij.

‘Privacyrechten zijn met name van betekenis als het gaat om de digitale identiteit die burgers tegenwoordig hebben.’

Welke grondrechten zijn in het geding?

Uitvoerig onderzoek van het Rathenau instituut heeft vier grondrechtelijke knelpunten naar voren doen komen.9 Ik zal deze hieronder bespreken.

Privacyrechten
Privacyrechten zijn met name van betekenis als het gaat om de digitale identiteit die burgers tegenwoordig hebben. Deze worden beheerd door algoritmes en Big Data (zie over algoritmes het artikel van Lucas de Vet in deze Juncto).9 Wanneer deze een inbreuk maken door eventuele verwerking van gegevens, fout opgevraagde informatie die aldus onnodig zichtbaar wordt óf door verkeerd verstuurde informatie, zal dit een wettelijke grondslag behoeven die er heden ten dage nog niet is. De problematiek zal nog groter worden, wanneer dit op decentraal niveau gebeurt. Zoals eerdergenoemd maken namelijk ook  gemeenten en provincies gebruik van online overheidsproducten. Ze zullen dit enkel kunnen doen op basis van een regeling die in de beperking voorziet en voldoende gespecificeerd is. Legaliteitsproblematiek kan dan de kop opsteken,9 denk aan artikel 13 Gw (het recht op vertrouwelijke informatie), waarbij steeds moet worden voorzien in een wettelijke basis die aan de in de Grondwet genoemde eisen voldoet.

Overigens kan ook de inzet van kunstmatige intelligentie, bijvoorbeeld in de vorm van robots, in strijd zijn met het recht op relationele privacy. Denk hierbij aan zorgbehoevenden. Tenslotte kan  de eventuele instelling van de robotrechter  inbreukmakend zijn. Zie over de robotrechter het artikel van Lotje Merks in deze Juncto.

Gelijkheidsrechten
Deze rechten zijn voornamelijk in het geding bij het hierboven beschreven onderdeel ‘basisregistratie en stelselafspraken’.

De clustering van persoonsgegevens en data, beschikbaar voor alle overheidsinstanties, kan mogelijk leiden tot een toenemende differentiatie tussen personen door de overheid en private instellingen.9 Dit kan, vanuit grondrechtelijk perspectief bezien, problematisch zijn als het leidt tot ongerechtvaardigd onderscheid. De neutraliteit waarmee algoritmes lijken te werken, blijkt veelal schijn. De zichtbaarheid en het bewijs van ongelijke behandeling wordt bemoeilijkt door de complexiteit van deze algoritmes en de hoeveelheid van data die inmiddels in het systeem te vinden is. De op 6 juli ingediende motie – die om openbaarheid verzoekt van werking en impact van deze algoritmes – blijkt dan ook geen overbodige luxe te zijn. De minister voor Rechtsbescherming heeft hier inmiddels op gereageerd,10 en meer informatie wordt in de loop van 2019 verwacht.

Vrijheidsrechten
De vrijheidsrechten zijn de meest ruime in de categorie grondrechten die in het geding kunnen komen. Denk hierbij aan vrijheid van meningsuiting, demonstratievrijheid en het kiesrecht.

Bij vrijheidsrechten kan gedacht worden aan vrijheid van meningsuiting, demonstratievrijheid en het kiesrecht. Van belang in dit onderwerp is ook dat naast de verplichting van de overheid zich te onthouden van inbreuk, zij ook een positieve verplichting heeft de realisering van deze vrijheidsrechten te verwezenlijken.

Een voorbeeld. Algoritmes die worden ingezet door sociale media en zoekmachines kunnen leiden tot zogenoemde ‘filterbubbels’.11 Deze kunnen de pluriformiteit en diversiteit van online informatievoorziening aantasten. Nu sociale media de belangrijkste bron van nieuws zijn,12 vereist dit een actieve bescherming van de overheid, juist om het pluralisme van de media te beschermen en goede toegang tot informatie te waarborgen.

Conclusie

Een digitaliserende overheid, is een overheid die met de tijd mee gaat. De voordelen van een online, alsmaar toegankelijk platform zijn voor burgers aanwezig. Inzichtelijkheid voor de overheid zal daarbij – hopelijk – zorgen dat ook zij hun taak beter kunnen vervullen. Echter, er zitten grondrechtelijke haken en ogen aan deze manier van werken. De overheid zal zich hier bewust van moeten zijn, om zo niet ingehaald te worden door de techniek. De grondrechten kunnen aldus een remmende werking hebben op de digitalisering van de overheid.

Dennis Kok (21) is derdejaars rechtenstudent met passie voor het privaatrecht. Naast zijn studie is hij lid bij Pleitgenootschap Eggens en bij Navigators Studentenvereniging Utrecht.


Reageren? Mail naar: Dennis.kok@live.nl

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up