De uitleg van smart contracts

Systemen die zelfstandig kunnen contracteren en vervolgens ook deze contracten kunnen uitvoeren. Het lijkt een nachtmerrie voor menig advocaat. Toch bestaat momenteel nog dusdanig veel onduidelijkheid dat de toepassing van dit soort overeenkomst vooralsnog advocaten meer werk oplevert dan het kost. Eén van de onderwerpen die daarbij nog nadere bespreking verdient, is de uitleg van dit deze ‘smart contracts’. Want hoewel een computer in principe precies doet wat een persoon hem opdraagt, kan dit ook misgaan. Een rechter zal dan vaak als eerste moeten bepalen wat er precies is overeengekomen.

Tekst door: Bas van Voorst

LEES VERDER

DE UITLEG VAN SMART CONTRACTS

In dit artikel zal ik mij richten op de uitleg van smart contracts.1 Prevaleert daarbij de subjectieve haviltex-norm? Of is de automatische exacte uitvoering van de overeenkomst door een computer per definitie een correcte nakoming, en geldt dus een letterlijke en tekstuele uitleg? Aan de hand van de uitlegjurisprudentie en met gebruik van een recent praktijkvoorbeeld zal ik deze vraag beantwoorden.

Toepassing

Pas in de afgelopen jaren is in de juridische literatuur meer aandacht ontstaan voor smart contracts. Toch dateert de term al uit de jaren ’90.2 In principe is een smart contract een computerprogramma, dus geschreven in “computertaal”, dat nagaat of bepaalde voorwaarden zijn vervuld en vervolgens automatisch de vooraf bepaalde handelingen uitvoert. Denk bijvoorbeeld aan een frisdrankautomaat dat zelf nieuwe blikjes koopt wanneer de voorraad daalt onder een bepaald niveau.

In dit voorbeeld van de frisdrankmachine is het smart contract meer een geautomatiseerde uitvoeringshandeling van een eerder gesloten overeenkomst tussen de frisdrank verkoper en diens leverancier. Er zijn echter ook gevallen waarbij het computerprogramma een bredere ‘handelingsvrijheid’ heeft gekregen, waardoor die ook zelf aanbiedingen of aanvaardingen kan verrichten. In het voorbeeld van de frisdrankautomaat kan dan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarbij de automaat zelf zoekt naar de goedkoopste leverancier en vervolgens daaraan een aanbod tot het sluiten van een koopovereenkomst doet.

In de praktijk komen smart contracts ook voor als toepassing van blockchain-technologie. Blockchain is in essentie niet meer dan een netwerk (chain) van computers (blocks) waarbij de informatie over de handelingen niet centraal wordt opgeslagen, maar op elke computer afzonderlijk. Deze computers controleren elkaars informatie, waardoor het niet mogelijk is om een met blockchain uitgevoerde transactie terug te draaien. Om deze reden genieten cryptomunten, zoals bitcoins, vertrouwen en kunnen zij een zekere waarde vertegenwoordigen. Ook zijn op deze wijze trusted third parties, zoals notarissen of banken, niet altijd meer nodig.3

Een voorbeeld van smart contracts met blockchain is het systeem Ethereum, waarop de cryptomunt ether wordt gebruikt. Een van de toepassingen binnen dit systeem is The DAO; een digitaal investeringsplatform waarop nieuwe projecten aan investeerders worden aangeboden. Deze aanbieding gebeurt met een smart contract; de aanbieder schrijft een aanbod in computertaal en plaatst dat op het platform. Geïnteresseerde beleggers kunnen zich voor een project aanmelden door aanvaarding van dit smart contract, waarna het systeem automatisch conform het smart contract een kleine betaling incasseert. Vervolgens kunnen de gezamenlijke investeerders samen de strategie van een project bepalen.4 Hierna zal blijken dat het met dit soort smart contracts ook mis kan gaan.

‘Onvoorziene omstandigheden kunnen daarbij dus niet worden meegewogen, en smart contracts zullen ook geen oog voor de context van de overeenkomst hebben.’

Verschillen

Eerst zal ik echter de verschillen tussen smart contracts en normale overeenkomsten duiden. Dit is immers belangrijk voor de beantwoording van de vraag of deze anders moeten worden uitgelegd dan normale overeenkomsten. Ik zie drie belangrijke verschillen tussen smart contracts en overeenkomsten. Allereerst zijn smart contracts, wanneer van blockchain gebruik wordt gemaakt, onveranderlijk. Deze kunnen dus niet meer worden aangepast. Nieuwe afspraken zullen in een nieuwe smart contract moeten worden overeengekomen.

Ten tweede zal de uitvoering altijd automatisch plaatsvinden als aan de gecodeerde voorwaarden is voldaan. Onvoorziene omstandigheden kunnen daarbij dus niet worden meegewogen, en smart contracts zullen ook geen oog voor de context van de overeenkomst hebben. Het kan bijvoorbeeld al jaren gebruikelijk zijn dat de frisdrank verkoper blikjes van een bepaald merk afneemt. Als de machine echter slechts is geprogrammeerd de goedkoopste blikjes te zoeken, zonder dat het merk daarin is opgenomen, zal die op dat gebruik geen acht slaan en blikjes van een ander merk kopen.

Een derde verschil is dat de gebruiker (zoals de frisdrank-verkoper) vaak zelf de betreffende computertaal en de gebruikte software en hardware niet kent. Het is dan ook aan de betrokken juristen en programmeurs om duidelijk te maken wat is overeengekomen en wat de haken en ogen van het betreffende systeem zijn. Wordt dit onvoldoende gedaan en voert het systeem een handeling uit die niet was beoogd, dan is sprake van een verklaring die afwijkt van de wil. Zeker gelet op de complexiteit van smart contracts kan dan mogelijk een beroep op dwaling worden gedaan.

Uitlegjurisprudentie

Terug naar het DAO-platform. Beleggers meldden zich aan door aanvaarding van het (middels een smart contract) gedane investeringsaanbod na betaling van een bedrag in ethers. In de code van het smart contract stond echter een ‘verstopte’ regel waardoor dit bedrag niet éénmaal werd afgeschreven, maar continu. Op deze wijze werd de portefeuille van de beleggers dus leeggehaald. De totale uiteindelijke schade van de beleggers betrof 53 miljoen dollar.5

De vervolgvraag hield de gebruikers van het DAO-systeem verdeeld: moeten de transacties worden teruggedraaid omdat dit niet de bedoeling van de beleggers was, of stond dit in de code en geldt het daarom als een juiste nakoming van het smart contract?6 Dit klinkt als een simpele vraag, maar wordt lastiger als men bedenkt dat de blockchain technologie en daaraan gekoppelde cryptocurrencies hun hele waarde ontlenen aan de eerder beschreven onveranderlijkheid.

Indien de beleggers naar de Nederlandse rechter waren gegaan zou de rechter die vraag beantwoorden aan de hand van de uitlegnormen van de Hoge Raad. Als hoofdregel geldt natuurlijk de zogenoemde haviltex-maatstaf.7 Een overeenkomst dient te worden uitgelegd naar de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs daaraan mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De partijbedoeling staat dus centraal.

Vervolgens ‘compliceerde’ de Hoge Raad dit door naast de haviltex-norm de zogenoemde “cao-norm” te introduceren. Deze norm geldt voor overeenkomsten die de rechtsposities van derden beïnvloeden, zoals cao’s.8 Bij toepassing van deze norm wordt gekeken naar objectieve kenmerken, zoals voornamelijk de tekst van de overeenkomst. Deze zijn immers ook voor derden zichtbaar. Ook voor het goederenrechtelijke deel van pand- en hypotheekakten geldt deze norm, omdat deze strekken tot rechtszekerheid voor derden. Voor verbintenissen uit de pand- of hypotheekakte die slechts tussen partijen onderling gelden (het obligatoire deel) geldt wel een uitleg conform de haviltex-norm.9

In het DSM/FOX arrest verduidelijkte de Hoge Raad dat ook een objectieve(re) uitleg mogelijk is binnen de grenzen van de haviltex-norm, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.10 De overeenkomst wordt dan dus ook voornamelijk aan de hand van de tekst en structuur uitgelegd. Zo werd later in het PontMeyer arrest groot gewicht toegekend aan de taalkundige uitleg, als toepassing van de haviltex-norm.11 In die zaak stond een ‘Share Purchase Agreement’ centraal waarin partijen gedetailleerd hun afspraken hadden vastgelegd, na uitgebreide onderhandelingen met bijstand van deskundigen. Daarom mocht worden aangenomen dat zij beoogden precies overeen te komen wat zij in de overeenkomst hadden opgenomen, naar de gebruikelijke taalkundige betekenis daarvan.

Dat ook in een dergelijk geval, waarbij sprake is van deskundige partijen en een weldoordachte overeenkomst, een rechter wél de vrijheid heeft om aan de hand van alle omstandigheden van het geval een passende toepassing van de haviltex-norm te hanteren, bleek uit het latere arrest Lundiform/Mexx.12 Hierin benadrukte de Hoge Raad dat de partijbedoeling in principe centraal staat, maar dat een taalkundige uitleg kan worden toegepast als daartoe voldoende aanknopingspunten zijn. Enerzijds bestaat dus de cao-norm, en anderzijds de haviltex-norm die, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zowel in een subjectieve als een objectieve uitleg kan resulteren.

Toepassing op smart contracts

Hoe moet een rechter dan omgaan met een overeenkomst zoals het smart contract in de DAO oplichting? Enerzijds betogen gebruikers van het systeem dat, omdat bewust voor het onveranderlijke blockchain is gekozen, de code exact aangeeft wat er is afgesproken en moet worden uitgevoerd. In de tekst van het smart contract stond dat het steeds opnieuw zou worden afgeschreven en daar zijn de betreffende beleggers mee akkoord gegaan. Gelet op de onveranderlijkheid en automatische toepassing lag het op hun weg om zich ervan te verzekeren dat in het smart contract precies stond wat zij bedoelden. Anderzijds betoogden beleggers natuurlijk dat het evident de bedoeling was dat maar eenmalig werd afgeschreven.

In het algemeen is een smart contract geen overeenkomst die de rechtspositie van derden beïnvloed, dus geldt de haviltex-maatstaf. Vervolgens dient te worden bepaald welke uitlegnorm binnen de kaders van de haviltex-maatstaf dient te worden gebruikt. Staat de (subjectieve) partijbedoeling centraal, of hebben de partijen juist bedoeld een (objectieve) taalkundige uitleg te hanteren? In het boek Commerciële contracten onderscheidt Tjittes een aantal omstandigheden die bij de beantwoording van die vraag vaak centraal staan.13 Ik zal hieronder de belangrijkste omstandigheden voor smart contracts bespreken.

Allereerst speelt de aard van de overeenkomst een belangrijke rol bij het bepalen van de uitlegnorm. Zo is bijvoorbeeld de aard van een vaststellingsovereenkomst om rechtszekerheid te verkrijgen, vaak over een geschil of beëindigde overeenkomst, waardoor die taalkundig moet worden uitgelegd.14 In lijn hiermee kan worden gesteld dat partijen die kiezen voor smart contracts met gebruik van blockchain technologie ook een tekstuele uitleg beogen. Immers kiezen zij dan bewust voor een onveranderlijke overeenkomst die automatisch wordt uitgevoerd, zonder oog voor de context van de afspraken.

Een tweede omstandigheid die vaak centraal staat is de partijhoedanigheid.15 Zo mag van professionele partijen worden aangenomen dat die alles wat zij wensen af te spreken op papier zetten in bewoordingen waarvan zij de betekenis kennen. Dit blijkt ook duidelijk uit het eerder genoemde Pontmeyer-arrest.16 Bij smart contracts kan deze omstandigheid in zowel een objectieve als een subjectieve haviltex-norm resulteren. Enerzijds mag van een ‘DAO-belegger’ worden aangenomen dat die bekend is met de uitleg van het smart contract en het gebruikte systeem. Een taalkundige uitleg ligt dan voor de hand. De eigenaar van een frisdrankautomaat zal vaak minder kennis hebben van het gebruikte smart contract. In zo’n geval zal bij het bepalen van de uitlegnorm de subjectieve partijbedoeling prevaleren.

Overige omstandigheden die een rol spelen in het geval van de DAO oplichting zijn de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van beide uitlegnormen, het commerciële doel van de overeenkomst, de ernst van de gevolgen en de verhouding tot andere contracten in soortgelijke context. Anders dan de voornoemde aard van de overeenkomst (onveranderlijk en automatische nakoming) en de hoedanigheid van de partijen (deskundig), pleiten deze omstandigheden juist voor een subjectieve uitleg.

Conclusie
Concluderend meen ik dan ook dat bij het gebruik van smart contracts vaak een objectievere haviltex maatstaf dient te worden toegepast. Er wordt bewust gekozen voor een systeem waarbij de overeenkomst letterlijk door een systeem wordt uitgevoerd, zonder oog voor de context en zonder de mogelijkheid deze later aan te passen. Daarnaast zijn de contractspartijen vaak deskundigen. Gelet op de voornoemde omstandigheden is echter in de DAO zaak denkbaar dat een rechter toch gaat ‘haviltexen’, in de (dus onterechte) betekenis van dit woord dat hij veel waarde hecht aan de subjectieve partijbedoeling. De partijen beoogden natuurlijk dat éénmalig werd afgeschreven, dus dat is wat is overeengekomen. De overige afschrijvingen zijn dan onverschuldigd verricht.

Overigens zijn bij de DAO oplichting na een stemming onder de beleggers de transacties teruggedraaid. Aangezien de informatie in de blockchain onveranderlijk was, is dit gedaan door middel van een nieuw stuk code (een ‘fork’) dat werd toegevoegd.17 Daarmee nam wel het vertrouwen in de onveranderlijkheid van het Ethereum en de daarbij horende ether aanzienlijk af, en daarmee ook diens waarde.18

‘In de code van het smart contract stond echter een ‘verstopte’ regel waardoor dit bedrag niet éénmaal werd afgeschreven, maar continu.’

Bas van Voorst (24) heeft vorig jaar zijn studie rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht afgerond met de master Recht en Onderneming. Momenteel loopt hij een aantal student-stages en voert hij zijn eigen juristenpraktijk in Amsterdam. Daarnaast is hij actief lid bij pleitvereniging CICERO en als juridisch adviseur onderdeel van de board of advisors van Everyday Refugees.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up