De hulplijn voor rechters

Rechters die onvoldoende cybercrime minded zijn, dat kwam in 2010 nog veel voor.1 Dit was net bij de opstart van het Kenniscentrum Cybercrime in Den Haag. Als de doelen die toendertijd gesteld werden verwezenlijkt zijn, zou er nu, 9 jaar na dato, veel verandering zichtbaar moeten zijn. Rechters uit heel Nederland zouden op dit vlak meer kennis moeten hebben opgedaan en bovendien dient de onwetendheid wat betreft cybercrime fors te zijn verminderd. Is dat wel gebeurd? Is het Kenniscentrum echt een dergelijk succes geworden als waar men naar streefde?

Tekst door: Anna Knobbout

‘Dit is van belang, omdat er steeds meer kenniscentra in Nederland opduiken, die allemaal te gemakkelijk worden opgericht.’

De hulplijn voor rechters 

Eerst wordt besproken wat het Kenniscentrum als taak in het rechtssysteem heeft. Daarna worden de doelen die aan start van het kenniscentrum zijn neergezet, besproken en geëvalueerd. Dit artikel steunt op de basis van eerdere artikelen van het Kenniscentrum en een interview met mr. Aldo Kuijer, raadsheer bij het Gerechtshof Den Haag en onderzoeker bij het Kenniscentrum Cybercrime. Met hem werd het succes uit het verleden besproken, de hedendaagse situatie en hoe het in de toekomst beter zou moeten gaan.

Het doel van het artikel is het belichten wat het Kenniscentrum Cybercrime inhoudt en er een kritische blik op te geven. Dit is van belang, omdat er steeds meer kenniscentra in Nederland opduiken, die allemaal te gemakkelijk worden opgericht. Met name nieuwe kenniscentra proberen een brugfunctie te vervullen tussen enerzijds de ontwikkeling van nieuwe kennis en anderzijds de vraag naar in de praktijk toepasbare kennis. Zij vervullen als het ware de rol van kennismakelaar.2 Zo ook het Kenniscentrum Cybercrime.

Het Kenniscentrum in Den Haag verzamelt en neemt informatie over cybercrime in beheer. Hoewel het centrum in Den Haag gesitueerd is en onderdeel is van het Gerechtshof Den Haag, voert zij haar taken uit voor alle rechtbanken en gerechtshoven in Nederland.

Opvallend is dat het Kenniscentrum Cybercrime geen eigen website heeft; het is duidelijk niet bedoeld voor het grote publiek. Het is alleen te vinden op het intranet van de gerechtshoven en is uitsluitend bedoeld voor de rechterlijke magistratuur, als een hulplijn. Zo hoopt het kenniscentrum de onwetendheid van rechters op dit gebied terug te dringen.

Dit doet zij op verschillende manieren, aldus Aldo Kuijer. ‘Wij geven verschillende cursussen voor rechters en betrekken daar ook instanties als de politie bij. Het succes hiervan is ook goed te merken; eerst kwamen er vijftig cursisten, nu zijn dat er ruim tweehonderd.’

Het Kenniscentrum is opgericht om twee redenen. Ten eerste is er sprake van een  toename van de cybercrime. Daarnaast was de coördinator van het centrum in 2010 van mening dat er op dit terrein een kwaliteitsslag van de rechtspraak moest plaatsvinden. Rechters waren onvoldoende ‘cybercrime minded’, wat resulteerde in een langere gemiddelde duur van het proces, omdat er niet zelden vragen aan deskundigen gesteld moesten worden.3 Door het Kenniscentrum zouden de rechters ofwel door cursussen zelf hebben ofwel ze zouden voorafgaand aan de zitting het centrum kunnen bellen voor vragen. Dat scheelt veel tijd.

Natuurlijk is sinds 2010 heel wat veranderd: we zijn bijna een decennium verder, waarbij internet – en dus ook cybercrime – deel is geworden van het alledaagse bestaan. Denk hierbij aan phishing, waarbij het slachtoffer op een nagebootste site van bijvoorbeeld een bank komt en door daar in te loggen zijn geld verliest. Zo ook ransomware, waarbij de dader de computer van het slachtoffer digitaal ‘gijzelt’. Beide gevallen van cybercrime komen veel meer voor en kosten de maatschappij, ondanks de toename van cybersecurity zo’n tien miljard euro per jaar. Dit meldt accountantskantoor Deloitte in 2017.4 5

Hoewel cybercrime toegenomen is sinds de instelling van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, zoals AIG Europe stelde in mei vorig jaar,6 zorgt dit niet voor toename van beroep op het Kenniscentrum, aldus Kuijer. Rechtspraak dient met deze ontwikkelingen mee te gaan, anders kan er immers geen goed recht worden gesproken. Dan mag dus ook verwacht worden dat een dergelijke instantie als het Kenniscentrum een grote ontwikkeling heeft doorstaan.

“Het belangrijkste wat het Kenniscentrum heeft bereikt in deze negen jaren is vooral veel gecreëerd bewustzijn, veel awareness bij de rechterlijke macht. De interesse neemt ook toe, maar dat is vooral nog geconcentreerd. Het mag wel wat breder, vaak komen onze cursisten herhaaldelijk terug, in plaats dat er veel nieuwe mensen aanwezig zijn. Dit kan zeker gebeuren, de Raad van de Rechtspraak moet meer druk uitoefenen. Uiteindelijk dient ook een rechter in opleiding (rio) dit standaard in het onderwijs te hebben gekregen. Hierbij willen we verschillende niveau’s hebben, beginnend op het instapniveau. Op deze manier staat het open voor allerlei magistratelijke werknemers.” Zo spreekt Kuijer in zijn interview met De Juncto.

‘Dan mag dus ook verwacht worden dat een dergelijke instantie als het Kenniscentrum een grote ontwikkeling heeft doorstaan.’

Het Kenniscentrum heeft het afgelopen jaar een rol gespeeld in de indiening van het wetsvoorstel Computercriminaliteit III, welke in juni jl. is aangenomen. Deze wet dient als versterking voor de opsporing en de vervolging van computercriminaliteit in het wetboek van Strafrecht en het wetboek van Strafvordering. Hiermee gaat de wet mee met de huidige technologische ontwikkelingen op internet en het gebruik van computers voor opslag van gegevens.7 Dit is een vorm van actieve toepassing van de kennis dat het Kenniscentrum tot zijn beschikking heeft.

Het komt minder vaak voor dat het Kenniscentrum ongevraagd advies aan rechters geeft. Dikwijls zijn het reactieve antwoorden, waarbij het Kenniscentrum enkel als hulplijn wordt ingezet. Toch zijn er wel gevallen te noemen waarbij het Kenniscentrum ongevraagd te hulp schoot, zoals op het gebied van kinderpornografie. Onderzoekers van het Kenniscentrum hebben hierover een boek geschreven, wat rechters kunnen raadplegen als zij zelf antwoorden voor hun zaken op willen, benadrukt Kuijer. De verzamelde kennis wat het centrum over de jaren heeft verzameld, kwam op deze manier op een actieve manier van pas.

Een instantie waar veel voorlichting op het gebied van cybercrime wordt gegeven, heeft toch een zwak punt. Toen ik de coördinator van het Kenniscentrum probeerde te contacteren, kwam ik tot de ontdekking dat al zijn gegevens op het internet voor het oprapen liggen. Curieus is dat dit met medeweten van betreffende persoon zelf is en dat diegene er zelf geen actie voor onderneemt. “Dat is openbaar geraakt, niet openbaar gemaakt.”

Deze paradox spreekt niet voor de voortgang die het Kenniscentrum op andere opzichten, zoals verminderde onwetendheid, heeft geboekt.

Is het Kenniscentrum echt een dergelijk succes geworden als waar men naar streefde? Zijn de doelen, te weten het verhogen van kennis over cybercrime bij ten eerste rechters en ten tweede de maatschappij, gehaald?

Het eerste doel is deels gehaald. Doordat er echter vaak dezelfde mensen komen naar de cursussen die het Kenniscentrum verschaft, geeft dit niet een goed beeld op het gebied van nationale toename van rechterlijke kennis over cybercrime. Maar goed, globaal is dit dus wel degelijk gestegen.

Het tweede doel is wel gehaald, er is een mindere onwetendheid over cybercrime. Het gekke is alleen dat dan vervolgens de coördinator zelf zijn gegevens op Google heeft staan, als vuile was in de zon. Blijkbaar is nog niet alle onwetendheid over cybercrime in de maatschappij weggespoeld.

De gestelde doelen zijn dus gedeeltelijk behaald, wat het kenniscentrum in een positief daglicht brengt. Natuurlijk is er altijd ruimte voor verbeterin. Zo zou de kennis in de toekomst in de rechtersopleiding kunnen komen. Daarnaast zouden meer rechters naar de cursussen dienen te komen, om zo een breder publiek aan te spreken. Er is altijd plek voor verbetering, maar dat komt in de toekomst wel.

Anna Knobbout (18) is een eerstejaars student met een passie voor recht en journalistiek. Als ze niet aan het schrijven is, is ze vaak te vinden in de muziek, het luisteren of het bespelen hiervan.


Reageren? Stuur een mail naar: annesophie.knobbout@gmail.com

Voetnoten

1  ‘Kenniscentrum Cybercrime is welkom’ (Mr. Online), 27 april 2010. URL: https://www.recht.nl/proxycache.html?cid=93435 (voor het laatst geraadpleegd op 23 januari 2019).

2  E. Kettering (SCP), Kenniscentra in Nederland. 2002. p. 55.

3  ‘Rechtspraak heeft meer kennis van cybercrime nodig’ (security NL), 11 mei 2017. URL:

https://www.security.nl/posting/514407/%22Rechtspraak+heeft+meer+kennis+van+cybercrime+nodig%22 (voor het laatst geraadpleegd op 23 januari 2019).

4  https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/ransomware#.XD5Pi1xKhyw

5  ‘Cybercriminaliteit kost Nederlands MKB jaarlijks een miljard’ (Deloitte), 27 september 2017. URL:  https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/over-deloitte/articles/cybercriminaliteit-kost-nederlands-mkb-jaarlijks-een-miljard.html (voor het laatst geraadpleegd op 23 januari 2019).

6 ‘Cyber insurance claims: Ransomware disrupts business’ (AIG), mei 2018.

7  Verslag EK 2017/2018, nr. 35, item 9. URL:

https://www.eerstekamer.nl/verslagdeel/20180626/opsporing_en_vervolging (voor het laatst geraadpleegd op 23 januari 219).

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up