ALLE BEGIN IS MOEILIJK

CHM-PRINCIPE (II)

Tekst door: Jacob van der Tang

‘Met name het ‘gebied’ en de ‘volle zee’ zijn van belang voor een verdrag dat betrekking heeft op het behoud en duurzaam gebruik van marine biodiver-siteit in het gebied buiten nationale jurisdictie.’

In het eerste artikel, getiteld ‘Schipperen’ ben ik ingegaan op de vraag wat precies bedoeld wordt met het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid principe. Daaruit bleek dat dit principe vier dan wel vijf elementen kent: verbod op toe-eigening, vreedzaam gebruik, voordelen delen, gemeenschappelijk bestuur en, eventueel, behoud voor toekomstige generaties. Nu in grote lijnen duidelijk is wat het principe inhoudt, is het mogelijk om te kijken naar een vervolgvraag: hoe kan het principe worden toegepast?

In ‘Schipperen’ is er ook op gewezen dat er interesse bestaat voor marine genetische bronnen, oftewel genetische eigenschappen van organismen in de zee. In dit artikel wordt gekeken in hoeverre het CHM-principe ingevolge het Zeerechtverdrag toegepast kan worden op marine genetische hulpbronnen. Dit is een belangrijke vraag omdat er op dit moment onderhandeld wordt over een internationaal, juridisch-bindend instrument dat betrekking heeft op het behoud en duurzaam gebruik van marine biodiversiteit in het gebied buiten nationale jurisdictie. Dit verdrag zou moeten vallen onder het Zeerechtverdrag.1

Hierna wordt in paragraaf 1 eerst gekeken naar de verschillende maritieme zones die er volgens het Zeerechtverdrag zijn. Daaruit zal duidelijk worden dat marine genetische hulpbronnen in twee van de in het verdrag genoemde zones te vinden zijn. De twee zones kennen allebei een eigen set bepalingen. In paragraaf 2 wordt gekeken wat de bepalingen van die zones zijn om zo de vraag te beantwoorden of het CHM-principe op marine genetische bronnen die in de genoemde zones te vinden zijn, van toepassing is. Net als in het eerste gedeelte van de tweeluik over het CHM-principe, wordt ook nu, vanwege het karakter ervan, de onderzoeksvraag beantwoord op basis van juridisch dogmatisch onderzoek.

1 Zones

Hiervoor is er al op gewezen dat zeeën en oceanen in gevolge het Zeerechtverdrag in verschillende zones kunnen worden opgedeeld. Zie figuur 1.

Figuur 1: de verschillende zones van het zeegebied buiten de nationale jurisdictie.2

Met name het ‘gebied’ en de ‘volle zee’ zijn van belang voor een verdrag dat betrekking heeft op het behoud en duurzaam gebruik van marine biodiversiteit in het gebied buiten nationale jurisdictie. Deze zones vallen namelijk niet onder nationale rechtsmacht. In het eerste gedeelte van de tweeluik is erop gewezen dat ‘gebied’ in het Zeerechtverdrag omschreven wordt als ‘de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht’ in gevolge artikel 1 lid 1 van het Zeerechtverdrag. Artikel 89 van het verdrag bepaalt dat geen enkele staat rechtsgeldig een deel van de volle zee aan zijn soevereiniteit kan onderwerpen.

Op ‘het gebied’ is afdeling XI van het Zeerechtverdrag van toepassing. Afdeling VII van het verdrag gaat daarentegen over de volle zee. Op het eerste gezicht is afdeling XI dan ook van toepassing op marine genetische hulpbronnen in het gebied terwijl afdeling VII geldt voor marine genetische bronnen in de volle zee. Als dat zo is, zou het CHM-principe wel van toepassing zijn op marine genetische bronnen in het gebied en niet op dergelijke bronnen in de volle zee. Hierna zal blijken dat deze conclusie te kort door de bocht is.

2 Afdelingen

2.1 Marine genetische hulpbronnen in het gebied (afdeling XI)

Artikel 136 van het Zeerechtverdrag luidt: ‘Het gebied en zijn rijkdommen zijn het gemeenschappelijk erfdeel van de mensheid’. Artikel 133 sub a van het verdrag definieert ‘rijkdommen’ als: ‘alle vaste, vloeibare of gasvormige minerale rijkdommen aanwezig in het gebied op of onder de zeebodem, met inbegrip van verschillende metalen bevattende knollen’. In de literatuur wordt betoogd dat marine genetische bronnen geen minerale rijkdommen zijn en dus ook niet vallen onder het CHM-principe, ondanks dat de genoemde bronnen dus wel in het gebied te vinden zijn.3  Tegen deze stellingname zijn een aantal argumenten ingebracht.

Allereerst is betoogd dat artikel 133 van het Zeerechtverdrag geen uitputtende definitie van de term ‘rijkdommen’ geeft. Vanwege het doel van afdeling XI is ‘rijkdommen’ gedefinieerd zoals het is. Dat wil echter nog niet zeggen dat marine genetische bronnen daarom niet onder ‘rijkdommen’ vallen en dat het CHM-principe dus niet van toepassing is op deze soort bronnen. Dit onder andere omdat artikel 133 niet aangeeft dat afdeling XI uitsluitend van toepassing is op minerale rijkdommen.4

Een ander argument is gebaseerd op artikel 31 van het Weens Verdragenverdrag. Dit artikel luidt, voor zover van belang, als volgt:

1. Een <verdrag> moet te goeder trouw worden uitgelegd overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van het <verdrag> in hun context en in het licht van voorwerp en doel van het <verdrag>.

2. Voor de uitlegging van een <verdrag> omvat de context, behalve de tekst, met inbegrip van preambule en bijlagen :

(…)

3. Behalve met de context dient ook rekening te worden gehouden met :

(…)

b) ieder later gebruik in de toepassing van het <verdrag> waardoor overeenstemming van de partijen inzake de uitlegging van het <verdrag> is ontstaan;

Een verdrag moet volgens dit artikel dus uitgelegd worden overeenkomstig de gewone betekenis van de termen die gebruikt worden in het verdrag. Normaal gesproken omvatten termen als ‘zee-bed’ en ‘oceaanbodem’ ook begrippen als marine genetische bronnen. Zo bezien zou het logisch zijn om afdeling XI ook van toepassing te laten zijn op marine genetische bronnen. Oftewel: alle bronnen van een zone behoren ook tot die zone. Zie in dit verband ook artikel 145 sub b van het verdrag waarin in het algemeen gesproken wordt over natuurlijke bronnen van het gebied.5

‘In de literatuur wordt betoogd dat marine genetische bronnen geen mine-rale rijkdommen zijn en dus ook niet vallen onder het CHM-principe, on-danks dat de genoemde bronnen dus wel in het gebied te vinden zijn.’

Het is volgens artikel 31 van het Weens verdragenverdrag voor de uitleg van verdragen zoals het Zeerechtverdrag ook van belang om te kijken naar de preambule van een dergelijk verdrag. De preambule van het Zeerechtverdrag wijst erop dat het verdrag zal bijdragen tot versterking van de vrede, veiligheid en samenwerking tussen alle naties in overeenstemming met de beginselen van rechtvaardigheid en gelijke rechten voor alle volkeren van de wereld. Betoogd zou kunnen worden dat het moeilijk wordt om dit doel te bereiken wanneer marine genetische bronnen niet onder het verdrag vallen.6

2.2 Marine genetische hulpbronnen in de volle zee (afdeling VII)

Het is al met al niet duidelijk of marine genetische bronnen, ondanks dat zij zich in het gebied bevinden, ook vallen onder afdeling XI. Vallen marine genetische bronnen in de volle zee daarom dan ook niet onder afdeling VII? In dit geval dient in ieder geval gerealiseerd te worden dat de term rijkdommen, zoals hiervoor al bleek, alleen voor afdeling XI gedefinieerd is als ‘alle (…) minerale rijkdommen’. Mogelijkerwijs is het dus zo dat ‘rijkdommen’ in andere afdelingen breder kan worden opgevat.

Stel dat marine genetische bronnen onder afdeling VII vallen, is het wel van belang om te realiseren dat het recht van de volle zee ruimer is dan het recht met betrekking tot het gebied buiten nationale jurisdictie waarop het CHM-principe van toepassing is. Dit blijkt bijvoorbeeld uit artikel 87 van het Zeerechtverdrag waarin aangegeven wordt dat staten de vrijheid hebben om te vissen in de volle zee, zij het dat deze vrijheid onderworpen is aan beperkingen gegeven in het Zeerechtverdrag. Bovendien is dan het CHM-principe dus niet van toepassing op marine genetische bronnen.

3 Conclusie

Uit dit artikel blijkt dat het gebied buiten nationale jurisdictie uiteenvalt in ‘het gebied’ en ‘de volle zee’. Op het gebied is het CHM-principe van toepassing en op ‘de volle zee’ niet. Dat wil echter nog niet zeggen dat marine genetische bronnen in het gebied daarom ook vallen onder de reikwijdte van het CHM-principe. Het verdrag biedt daarvoor op het eerste gezicht geen aanknopingspunten. Dat neemt niet weg dat het wel mogelijk is om te beargumenteren dat marine genetische bronnen onder het zeerechtverdrag vallen en dus in ieder geval ten dele ook beschermd worden door het CHM-principe.

Jacob van der Tang (23) doet op dit moment – na een bachelor rechten en een bachelor geschiedenis afgerond te hebben – de Legal Research Master. Daarbinnen specialiseert hij zich in het ondernemingsrecht. Naast zijn studie heeft Jacob stage gelopen bij een advocatenkantoor in Rotterdam en doet hij verschillende nevenactiviteiten, waaronder een studie theologie aan de VU.


Reageren? Stuur een mail naar: juncto@jsvu.nl

Voetnoten

1 Zie: PrepCom 4 FINAL, ‘Summary of the Fourth Session of the Preparatory Committee on Marine Biodiversity Beyond Areas of National Jurisdiction: 10-21 July 2017’, Earth Negotiation Bulletin 25 (2017) 141, p. 1.

2 M. Vierros et al, ‘Who Owns the Oceans? Policy Issues Surrounding Marine Genetic Resources’, Limnology and Oceanography Bulletin (April 2016), p. 5.

3 C. M. Correa, ‘Access to and benefit-sharing of marine genetic resources beyond national jurisdiction; Developing a new legally binding instrument’, in: C. R. McManis and B. Ong (ed.) Routledge Handbook of Biodiversity and the Law (Routledge: 2017), p. 161.

4 Drankier et al, ‘Marine Genetic Resources in Areas beyond National Jurisdiction: Access and Benefit-Sharing’, International Journal of Marine and Coastal Law 27 (2012), p. 402-403.

5 Drankier et al, ‘Marine Genetic Resources in Areas beyond National Jurisdiction: Access and Benefit-Sharing’, International Journal of Marine and Coastal Law 27 (2012), p. 402.

6 Leo Strauss, Natural Right and History (Londen: The University of Chicago Press 1965), p. 7.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up