De Grote Metamorfose

Door Willem Rebel

“Utereg m’n stadsie daar gebeurt van alle hand, het bruist aan alle kant in het hartsie van het land”. Met deze songtekst deed Herman Berkien al in 1956 de harten van Utrechters sneller kloppen. Van de sfeervakken in Stadion Galgenwaard tot de feestcafés in de Nobelstraat zingt menig baliekluiver met hart en ziel met dit welbekende hitje mee. Zeker vandaag de dag blijkt dit stadslied(sie) des te meer een bezongen waarheid. Wie zich de afgelopen jaren in Utrecht heeft begeven, heeft waarschijnlijk met grote moeite moeten wennen aan de eindeloze hoeveelheid hijskranen, betonwagens en graafmachines die zich rondom het stationsgebied hebben verzameld. Wie heeft zich immers niet gestoord aan het sfeerloze Hoog Catharijne dat bezoekers bij aankomst door de strot werd geduwd of de provisorische wandelroutes rondom de deprimerende opgraving dat het Jaarbeursplein wordt genoemd. Om maar niet te beginnen over het alsmaar veranderende bestemmingsplan voor de Catharijnesingel. Er mag gesteld worden dat Utrecht tot heden moeite heeft gehad met zijn eerste indruk.

Wie vandaag ditzelfde gebied betreedt, ziet echter de grondvesten van een moderne stad in wording. Ik zal niet de enige zijn die zijn nek heeft verrekt aan het dertig meter hoge hardebollendak[1] boven het nieuwe stationsplein of warm loopt voor de futuristische bouwtekeningen die zo nu en dan opduiken op mijn Facebook-tijdlijn.

Met Utrecht als middelpunt van deze Juncto, die tevens de laatste is van dit studiejaar, zal ik mij dan ook richten op deze immense metamorfose die het stationsgebied momenteel ondergaat. Er zal worden ingegaan op de merkwaardige en vooral pijnlijke voorgeschiedenis van dit stadsdeel, de doelstellingen en realisatie van het bouwproject en natuurlijk de juridische aspecten die hierbij komen kijken.

Geschiedenis

Dit jaar viert men het 175 jarige bestaan van het stationsgebied in Utrecht dat in 1843 in gebruik werd genomen. Om u een droog historisch verhaal te besparen, begin ik mijn verhaal echter in de nazomer van 1973 bij de opening van de doorn in het oog van het Utrechtse stadsbestuur: Hoog Catharijne. De openingstoespraak van prinses Beatrix werd die dag overstemd door de massa’s demonstranten die hun ongenoegen uitte over het betonnen bouwwerk naast de gezellige historische binnenstad. Hier was echter bewust voor gekozen nu het paste binnen de toenmalige architectonische trend. Sterker nog, Hoog Catharijne werd het toonbeeld van de zogeheten functionalistische stroming die zich kenmerkte door de hoekige betonnen constructie die het gebruiksdoel van het winkelcentrum zou uitlichten. Het duurde echter niet lang voordat het gebouw een gedateerde en verloederde uitstraling kreeg.[2]

Dit werd niet beter door de gelijktijdige opkomst van harddrugs die in de jaren 70 vanuit Azië overgewaaid kwam en in onder andere Amsterdam en Utrecht tot een heuse drugsepidemie leidde. In Utrecht verzamelden drugsverslaafde randfiguren zich al gauw massaal in het overdekte, verwarmde en kersverse winkelcentrum dat toen nog dag en nacht geopend was. Dit maakte Hoog Catharijne een onveilige en onprettige plek voor bezoekers waar winkeldiefstal en drugsgebruik dagelijkse kost was. De overheid reageerde op de overlast door in 1976 het onderscheid tussen soft- en harddrugs vast te leggen in de Opiumwet en de handel hierin te verbieden. Dit had geen direct effect, maar bood politie een grondslag voor grote ‘schoonveegacties’ die eind jaren tachtig op grote schaal plaatsvonden in openbare stedelijke ruimtes. Ook de Utrechtse verslaafden werden na vijftien jaar uit het winkelcentrum gebonjourd. Zij zochten natuurlijk een nieuwe plek en die vonden zij in de bevoorradings tunnels onder Hoog Catharijne. Dit leidde tot het absolute dieptepunt van deze tragische historie.

Kartondorp, de junkentunnel en de hel van Hoog Catharijne; zo noemde Utrechters deze plek waar ongeveer duizend criminelen, daklozen en voornamelijk verslaafden jarenlang onder mensonterende omstandigheden leefden. Het stadsbestuur wist er simpelweg geen raad mee totdat de tunnel in 1999 werd ontruimd en de ‘inwoners’ opgenomen werden in opvanghuizen.[3]

Nieuwe plannen

‘Niets doen is geen optie’, zo luidde het motto ten tijde van het opstellen van het ‘Masterplan stationsgebied Utrecht’, dat als gevolg van een raadgevend referendum in 2002 werd goedgekeurd. Hierin werden de doelstellingen en bouwplannen vastgesteld die zich vandaag voor onze ogen ontvouwen.

De hoofddoelstelling die ten grondslag ligt aan dit megaproject is de realisatie van een nieuw stadscentrum rondom het station met als doel de oude binnenstad te ontlasten waardoor deze zijn unieke en historische karakter kan behouden. Tevens moet de verbinding tussen de twee stadscentra verbeterd worden waardoor zij eindelijk als een geheel gezien kunnen worden.

Hierbij komt kijken dat Utrecht een van de snelst groeiende steden van Nederland is en door zijn centrale ligging op (inter)nationaal gebied een belangrijk vervoersknooppunt is. Uitbreiding en modernisering van het stations- en het leef- en winkelgebied daaromheen is dus van belang. Daarnaast speelt de bevordering van leefbaarheid en veiligheid een grote rol gezien de geschiedenis van criminaliteit en drugsgebruik in en rondom het station.[4]

Momenteel zijn er minstens 46 publieke en private partijen betrokken bij de realisatie van deze doelstelling. Denk hier met name aan ProRail, private architectenbureaus en aannemers en natuurlijk de gemeente Utrecht. Deze vallen allemaal onder de projectorganisatie Stationsgebied (hierna POS), een zelfstandig gemeentelijke dienst met verregaande bevoegdheden met betrekking tot het ontwerp, ontwikkeling en de realisatie van de verschillende bouwprojecten in en rondom het stationsgebied. Dat dit opgenomen wordt in een gemeentelijk orgaan heeft te maken met het publieke belang dat het project vertegenwoordigd, maar ook de financiering en risicoverdeling speelt hier een rol.

De financiering van dit megaproject komt gedeeltelijk vanuit de staat (met name het Ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat) en uit de gemeentekas. In de uitvoeringsovereenkomst werd bedongen dat de financiële risico’s grotendeels bij de gemeente Utrecht komen te liggen waardoor er behoefte ontstond aan een gemeentelijke organisatie die toeziet op de werkzaamheden.[5]

Volgens het boekje

U begrijpt dat een dergelijke bouwproject een ongekende juridische opgave is; van de ontwerpfase tot de aflevering steken nieuwe juridische vraagstukken de kop op. Wat zijn de vragen die men in een dergelijk geval mag verwachten en welke bijzonderheden zijn er in Utrecht van toepassing?

Allereerst moet er een duidelijke structuur opgesteld worden. Dit gebeurt veelal door middel van intentieovereenkomsten. Wat zijn de bedoelingen van de betrokken partijen en hoe neemt de onderlinge samenwerking vorm aan? Dit begon al in 2003 toen de eerste overeenkomsten tussen het Rijk en de POS ondertekend werden.

Vervolgens moet hier invulling aan worden gegeven door middel van een uitvoeringsovereenkomst. Wat zijn de onderlinge verantwoordelijkheden en verplichtingen en wie draagt welk risico tijdens de bouwwerkzaamheden? In de daaropvolgende uitvoeringsfase gaat het hoofdzakelijk om contracteren waarbij de vele private partijen om de hoek komen kijken. Denk hierbij aan overeenkomsten van opdracht (met bijvoorbeeld architectenbureaus) en aanneming. Ook moeten er vele bouwmaterialen en machines gekocht en gehuurd worden, waarvoor evengoed gecontracteerd moet worden. Tijdens en na de bouw is er een breed scala aan zaken die mis kunnen gaan of tot extra kosten kunnen leiden; van vallende betonblokken tot aan vertragingsschade. In zulke gevallen hoort de eerder gemaakte uitvoeringsovereenkomst natuurlijk in te voorzien, maar mocht dit niet het geval zijn, dan zullen de partijen een advocaat in de arm moeten nemen voor een eventueel bezoek aan de rechter.

Tot slot zullen de gebouwen in gebruik moeten worden genomen door al dan niet commerciële huurders. Hiervoor moeten vele huurcontracten verstrekt worden.

In de Utrechtse bouwpunt zijn er verschillende bijzonderheden die de boel kunnen compliceren. Allereerst hebben wij te maken met een ov-terminal; een station. In Nederland steken er dan twee extra partijen de kop op met zwaarwegende belangen die invloed hebben op het gehele project. Ten eerste ProRail, verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van spoor- en stationsgebouw projecten. Daarnaast de NS, de uiteindelijke eigenaar van het stationsgebouw en naderhand verantwoordelijk voor het onderhoud en gebruik hiervan. Hierdoor moesten de omliggende bouwprojecten grotendeels afgestemd worden op het bestemmingsplan voor het station, zoals ProRail dat voor ogen had.

Daarnaast leveren de vele van elkaar afhankelijke bouwwerkzaamheden, die vlak naast elkaar uitgevoerd worden, een logistiek probleem op. Dit zorgt voor alsmaar stijgende kosten en vertraging. Voeg daaraan toe dat je midden in het Utrechtse centrum zit waar een streng wettelijk geluidsmaximum geldt en je hebt al gauw te maken met een heus hoofdpijndossier.[6]

Hoofdpijndossier of niet, het uiteindelijke resultaat liegt er niet om. Wie over enkele jaren vanuit de trein de oude stad binnenwandelt, wordt niet langer begroet door de ‘functionalistische’ betonnen jungle die Hoog Catharijne heet, maar door een moderne omgeving omringd met wolkenkrabbers (in de Nederlandse zin van het woord), aangename en veilige winkelgebieden, kunstwerken en futuristische regendaken die rechtstreeks uit een sci-fi film lijken te komen. En dat maakt ‘Utereg (straks) het mooist van allemaal!’

[1] De huidige bijnaam voor het futuristische dak boven het stationsplein (volgens AD.nl)
[2] Historisch nieuwsblad, dertig jaar na opening van Hoog Catharijne, 2014 https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/6175/dertig-jaar-na-de-opening-van-hoog-catharijne.html (geraadpleegd op 3 juni 2018)
[3] H. Hoffmann, de hel van Hoog Catharijne. Dramatisch dieptepunt in drugsoverlast, AT 2017   https://anderetijden.nl/aflevering/689/De-Hel-van-Hoog-Catharijne (geraadpleegd op 3 juni 2018
[4] Projectorganisatie stationsgebied gemeente Utrecht, Masterplan stationsgebied utrecht, augustus 2003
[5] T. Burgers e.a, Verjongd stadshart. een nieuw Utrecht centraal, Utrecht: Matrijs, 2016
[6] T. Burgers e.a, Verjongd stadshart. een nieuw Utrecht centraal, Utrecht: Matrijs, 2016

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up