Internetcensuur

Onlangs is in Duitsland de ‘Netzwerkdurchsetzungsgesetz’ in werking getreden: nieuwe regelgeving die in eerste instantie haatzaaien en ‘fake news’ op social media moet tegengaan.1 De nieuwe wet is inmiddels uitgebreid en is niet meer beperkt tot de categorieën waartoe deze aanvankelijk beperkt was. Ook wordt kennelijk ongewenste inhoud op social media automatisch verwijderd door geautomatiseerde software. Een bijkomstigheid van een wet die vertrouwt op een onvolmaakt algoritme is uiteraard dat bepaalde inhoud gecensureerd wordt die de wet in beginsel niet beoogd te censureren.2 Dit soort ongewenste neveneffecten zijn onmogelijk te vermijden, want het is vooralsnog niet mogelijk om perfect onderscheid te maken tussen berichten die al dan niet binnen de strekking van de wet vallen. Is de vrijheid van meningsuiting daardoor in gevaar?

Tekst door: Marco van Zutphen

LEES VERDER

Een bijkomstigheid […] is uiteraard dat bepaalde inhoud gecensureerd wordt die de wet in beginsel niet beoogd te censureren.

Vóór

Een belangrijk argument van voorstanders van deze wetgeving richt zich op de ratio waarmee haatzaaiende berichten worden verwijderd, tegenover de ratio waarmee berichten worden verwijderd die niet binnen de reikwijdte van de wet zouden moeten vallen. Indien het algoritme immers in staat is om honderden haatzaaiende berichten te verwijderen en daar tegenover staat dat vervolgens een enkel bericht geschrapt wordt dat niet in die categorie valt, zou men dat als een succes kunnen beschouwen.3

Tegen

Dergelijke wetgeving lijkt in de eerste plaats effectief haatzaaien op social media tegen te kunnen gaan. Het algoritme is in staat haatzaaiende berichten te verwijderen en kan dit behoorlijk efficiënt doen. Echter valt er ook wat te zeggen voor de enkele berichten die onterecht verwijderd worden. De berichten die onterecht door middel van het computerprogramma worden geschrapt, hadden niet gecensureerd mogen worden. Nu dit in enkele gevallen wel gebeurd wordt daarmee in beginsel afbreuk gedaan aan de vrijheid van meningsuiting van het individu die het onterecht verwijderde bericht plaatste.4

Bepaalde ‘grensgevallen’ lenen zich niet voor geautomatiseerde beoordeling door middel van software.

Daarnaast is er een fijne lijn tussen haatzaaien en een uitgesproken mening. De beoordeling van een eventuele overschrijding van deze lijn is voor een rechter niet zelden een gecompliceerde aangelegenheid. Het is dan ook zeker niet ondenkbaar dat bepaalde ‘grensgevallen’ zich niet vanzelfsprekend lenen voor geautomatiseerde beoordeling door middel van software. Immers zijn er tal van variabelen waarmee rekening moet worden gehouden. Zo is de context voor daarbij van groot belang en kan aan de hand daarvan worden uitgemaakt of een bericht ongewenst is. Het is zonder op de hoogte te zijn van de context immers niet altijd even makkelijk om bijvoorbeeld satire te herkennen, laat staan dat een algoritme daartoe in staat is.

Het lijkt met inachtneming van het bovenstaande voordehandliggend om een ruime marge aan te houden bij het toepassen van een algoritme voor het beoordelen van berichten op social media: bij twijfel moet een bericht niet automatisch verwijderd worden. Social media websites riskeren in Duitsland toch een significante geldboete indien zij bepaalde – door gebruikers geplaatste berichten – niet verwijderen. In de praktijk zal dit er al snel toe leiden dat berichten eerder verwijderd worden. Zeker als het gaat om grensgevallen zullen websites zoals Facebook en Twitter eerder geneigd zijn om berichten te verwijderen om een eventuele geldboete te vermijden.

Men dient zich af te vragen of geautomatiseerde beoordeling en eventuele verwijdering van berichten op social media wenselijk is met het oog op het beschermen van belangrijke aspecten van de fundamentele rechten van de mens. Voorop staat dat iedereen in beginsel het recht toekomt om te zeggen wat hij of zij vindt, daarmee moet censuur op social media met oog op de vrijheid van meningsuiting als onwenselijk worden beschouwd. Zelfs indien men meent dat de Duitse regelgeving een stap in de juiste richting is, is de wijze waarop deze regelgeving op dit moment moet worden uitgevoerd niet het aangewezen middel om dat doel te verwezenlijken.

Marco (24) volgt momenteel de master Onderneming en recht aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast heeft hij een eigen bedrijf, is hij bestuurder bij een stichting en loopt hij stage bij een advocatenkantoor.

 

Reageren? Stuur een mail naar:

m.t.j.m.vanzutphen@students.uu.nl

Voetnoten

6 Europees Hof voor de Rechten van de Mens 25 februari 1982, ECLI:CE:ECHR:1982:0225JUD000751176 (Campbell and Cosans v. UK), r.o. 36.

7 Rb. ‘s-Hertogenbosch 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:762, r.o. 2.

8 Rb. ‘s-Hertogenbosch 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:762, r.o. 5.6.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up