GROOTSCHALIG AFLUISTEREN VAN BURGERS: DE SLEEPWET

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 zal zijn voorganger (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002) vervangen. Dit is kennelijk nodig omdat de oude wet ‘ongerichte’ interceptie van telecommunicatie beperkt was tot ‘niet-kabelgebonden telecommunicatie’, terwijl de overgrote meerderheid van telecommunicatie via de kabel plaatsvindt. Doordat er derhalve belangrijke wijzigingen met betrekking tot de bevoegdheden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten met de wet gepaard gaan, is er de nodige commotie over de nieuwe versie van deze wet. Er wordt gepleit voor een raadgevend referendum over deze zogeheten sleepwet, die zijn naam dankt aan de ongerichte aard van de interceptie waar deze in beginsel op gebaseerd is.

Tekst door: Marco van Zutphen

LEES VERDER

Getouwtrek om een sleepwet

Theorie

Er is nogal wat ophef over deze wet en het referendum, terwijl de wet in principe ook duidelijke grenzen stelt met betrekking tot de bevoegdheden van de inlichtingendiensten voor het verzamelen, verwerken en opslaan van informatie. De wet voorziet in een aantal waarborgen. Zo is ten eerste een voorafgaande en in tijd begrensde ministeriële toestemming vereist, daarnaast moeten de bevoegdheden doelgericht worden ingezet. Verder zijn er bewaar- en vernietigingstermijnen met betrekking tot de desbetreffende gegevens. Ook is er een stelsel van functie- en taakscheiding met betrekking tot de toegang tot de verzamelde gegevens buiten het interceptieproces. Bovendien is het gebruik en verder verwerken van de verzamelde data aan nauwgezette wettelijke bepalingen onderworpen. Zo moet de verzamelde data gecontroleerd worden op relevantie voor het doel waartoe de data verzameld is en mag deze data niet langer dan drie jaar worden bewaard. Als blijkt dat de verzamelde gegevens niet relevant zijn voor het onderzoek waarop de inzameling van de gegevens gebaseerd was, noch voor enig ander lopend onderzoek, dan moeten deze gegevens ook weer door de veiligheidsdienst worden vernietigd.
Naast deze wettelijke waarborgen, is er tevens een onafhankelijke commissie, de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (hierna: TIB). De TIB houdt toezicht op de door de minister verleende toestemming voor de uitoefening van bepaalde bijzondere bevoegdheden. Dit doet zij door die toestemming op rechtmatigheid te toetsen alvorens de handelingen waarvoor toestemming is gegeven door de dienst worden verricht. Logischerwijs is dit vereist om te kunnen waarborgen dat gegevens niet reeds onrechtmatig zijn verzameld alvorens zou worden geconcludeerd dat de inzameling daarvan onrechtmatig was. Derhalve vervalt de toestemming van rechtswege indien de TIB oordeelt dat de toestemming onrechtmatig is verleend.
Naast het toezicht door de TIB, is het voor burgers mogelijk om een klacht in te dienen over het handelen van de veiligheidsdiensten bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (hierna: CTIVD). De CTIVD geeft een bindende uitspraak over het handelen van de dienst(en), waardoor de minister verplicht is om deze uitspraak op te volgen.

Op papier lijkt de nieuwe wet dus de veiligheid van burgers te kunnen verbeteren door het toekennen van meer bevoegdheden aan inlichtingendiensten

Praktijk

Op papier lijkt de nieuwe wet dus de veiligheid van burgers te kunnen verbeteren door het toekennen van meer bevoegdheden aan inlichtingendiensten. De bevoegdheden zouden door de in de wet opgenomen waarborgen zorgvuldig moeten worden ingezet en misbruik zou moeten worden voorkomen. Men kan zich echter afvragen of, en in hoeverre, het inzetten van dergelijke bevoegdheden noodzakelijk en proportioneel is. Is er een daadwerkelijk grote dreiging waardoor het afluisteren van burgers op grote schaal kan worden verantwoord? Zijn er geen andere manieren om misdaad te bestrijden en zijn die middelen niet reeds toereikend, oftewel: is aan het subsidiariteitsbeginsel voldaan? Kortom: het is maar de vraag of een dermate grootschalige mogelijkheid tot afluisteren wenselijke en bevorderlijk is met betrekking tot veiligheid en privacy van burgers.

Duidelijk is dat de nieuwe bevoegdheden inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van burgers en dat daarom de vermeende hogere mate van veiligheid prevaleert boven het recht op privacy van burgers. Daarnaast is het maar de vraag of de door de wet gegeven waarborgen voldoende zijn om toe te zien op zorgvuldig en doelmatig gebruik van de door de eveneens door de wet toegekende bevoegdheden. Men kan zich afvragen hoe burgers een klacht kunnen indienen over de inlichtingendiensten indien die burgers niet weten dat ze onderzocht worden. Het is immers niet ondenkbaar dat het uitoefenen van de bevoegdheden door de diensten waarneembaar is voor burgers, wanneer hun computer of smartphone wordt gehacked door veiligheidsdiensten en ze hier problemen van ondervinden, maar niet (eenvoudig) kunnen achterhalen of ze afgeluisterd worden.1

Duidelijk is dat de nieuwe bevoegdheden inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van burgers

Tevens relevant voor dit artikel in het kader van deze Juncto, is het controversiële raadgevend referendum met betrekking tot de Sleepwet. Er is kennelijk behoefte aan een dergelijk referendum: de digitale petitie voor een raadgevend referendum is op moment van schrijven inmiddels meer dan 400.000 keer ondertekend. Het vereiste quota van 300.000 is daarmee ruimschoots gehaald en dus heeft de Kiesraad aangegeven dat het referendum binnenkort zal plaatsvinden.

De wet zou op 1 januari ingaan, maar minister Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de invoering tot 1 mei zal worden uitgesteld omdat het aanstellen van de TIB langer duurt dan verwacht. Dit betekent dat het referendum, dat waarschijnlijk tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen op 31 maart zal plaatsvinden, nu nog vóór het invoeren van de wet geschiedt.2 In diezelfde kamerbrief heeft de minister tevens te kennen gegeven dat het kabinet de uitslag van het referendum zorgvuldig in overweging zal nemen.3 Een interessante ontwikkeling, want CDA-leider Buma gaf eerder in een interview met de Volkskrant aan dat het kabinet de uitslag hoe dan ook zou moeten negeren omdat het kabinet het referendum wil afschaffen.4 De politiek is door het raadgevend karakter immers niet verplicht om de uitslag van het referendum over te nemen. Het is dus nog zeer de vraag of het raadgevend referendum enig effect zal hebben op het totstandkomen van de wet zoals deze op tafel ligt.

Marco van Zutphen (24) volgt momenteel de master Onderneming en recht aan de Universiteit Utrecht.

 

Reageren? Stuur een mail naar:

m.t.j.m.vanzutphen@students.uu.nl

Voetnoten

1 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, NJB 2017/1634.
2 Normaal treedt een wet niet in werking alvorens een op die wet betrekking hebbend referendum heeft plaatsgevonden, echter had het vorige kabinet in deze wet specifiek opgenomen dat de wet op 1 januari zou ingaan, referendum of niet.
3 Kamerbrief van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken betreffende de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017, 1 november 2017.
4 Frank Hendrickx, Remco Meijer, Buma: Kabinet zal ‘nee’ bij referendum over ‘de sleepwet’ negeren, Volkskrant 28 oktober 2017.

6 Europees Hof voor de Rechten van de Mens 25 februari 1982, ECLI:CE:ECHR:1982:0225JUD000751176 (Campbell and Cosans v. UK), r.o. 36.

7 Rb. ‘s-Hertogenbosch 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:762, r.o. 2.

8 Rb. ‘s-Hertogenbosch 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:762, r.o. 5.6.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up