KATERN

ACTUALITEIT

Kiesdrempels in Nederland

Door Iris van den Heuvel

LEES VERDER

Zou het invoeren van een verhoogde kiesdrempel invloed hebben op het huidige politieke klimaat?

Zoals ons allemaal is verteld ruwweg tien minuten nadat we voor de allereerste keer voet in de collegezaal hadden gezet, kent Nederland een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dit houdt in dat het aantal uitgebrachte stemmen zo accuraat en direct mogelijk gerepresenteerd dient te worden in de Tweede Kamer. Dit systeem kent echter zijn gebreken. Zouden deze met een verhoogde kiesdrempel als sneeuw voor de zon verdwijnen?

‘In weinig landen wordt het beginsel van evenredige vertegenwoordiging zo letterlijk genomen als in Nederland, waar de zetels in de Tweede Kamer door middel van een kiesdeler zo secuur mogelijk worden verdeeld’

In weinig landen wordt het beginsel van evenredige vertegenwoordiging zo letterlijk genomen als in Nederland, waar de zetels in de Tweede Kamer door middel van een kiesdeler zo secuur mogelijk worden verdeeld. Door het totale aantal uitgebrachte stemmen te delen door de 150 te vergeven zetels, ontstaat er een ondergrens van stemmen die een partij moet bereiken om één zetel te halen. Bij de verkiezingen in 2017 werden bijvoorbeeld grofweg 10 miljoen stemmen uitgebracht, die na een deling door 150 resulteerden in een kiesdeler van ongeveer 70 duizend stemmen per zetel. Deze uitslag was goed voor de verdeling van 141 volle zetels. Uiteraard is het totale aantal stemmen geen perfect veelvoud van 70.000, waardoor er restzetels ontstaan, die na berekening verdeeld worden over de gekozen partijen. Nederland kent dus eigenlijk al een kiesdrempel, die per individuele verkiezing gelijk is aan de kiesdeler. Bij de meest recente verkiezingen in 2017 haalden 13 partijen de kiesdrempel, waardoor zij zich vertegenwoordigd zagen in de Tweede Kamer. Van deze partijen behaalden de ChristenUnie, de Partij voor de Dieren, 50PLUS, de SGP, DENK en het Forum voor Democratie allen vijf of minder zetels.1

Sinds 1972 is het aantal zittende partijen in de Tweede Kamer niet meer zo hoog geweest als nu.

Splinterpartijen zijn geen nieuw gegeven in de Nederlandse politiek. Zo nam de SGP al in 1922 voor het eerst plaats in de Tweede Kamer, maar behaalde zij in al die jaren nooit meer dan drie zetels.2 De SP, die in 1972 ontstond als een maoïstische tak van een afsplitsing van de CPN, groeide daarentegen wel uit tot een partij van aanzienlijke omvang.3 In de huidige politiek komen splinterpartijen ook voor als afsplitsing van een ‘moederpartij’, zoals de fractie DENK, bestaande uit ex-PvdA’ers Kuzu en Öztürk.

Sinds 1972 is het aantal zittende partijen in de Tweede Kamer niet meer zo hoog geweest als nu.4 De huidige zetelverdeling roept de vraag op hoe dit versplinterde politieke landschap in de praktijk tot productieve besluitvorming kan leiden. Tot een bevredigend compromis komen, lijkt immers gecompliceerder naarmate de wensen van meer partijen in acht genomen moeten worden. Omslachtige coalitievorming is weliswaar net zo Nederlands als rauwe haring met uitjes en kapotgewaaide paraplu’s, maar dat betekent uiteraard niet dat alternatieve kiessystemen het beschouwen niet waard zijn.

Kiesdrempel in het kort

Een verhoogde kiesdrempel houdt in dat om zetels in het parlement te behalen, een politieke partij een bepaald percentage van de stemmen behaald moet hebben dat aanzienlijk hoger is dan de kiesdeler. De kiesdrempel in Nederland is 1/150 van alle uitgebrachte stemmen, oftewel 0,667%. In landen als Duitsland en België worden kleine partijen bij voorbaat geëlimineerd door een kiesdrempel van 5% te hanteren. De verhoogde kiesdrempel kan dan ook gezien worden als een effectief instrument om een versplinterd politiek landschap tegen te werken. Ter illustratie: had er in Nederland in 2017 een kiesdrempel van 5% gegolden, dan had iedere politieke partij iets minder dan 526.000 stemmen behaald moeten hebben om zich van een plek in de Tweede Kamer te vergewissen. Geen enkele van de eerder genoemde splinterpartijen had dan de Kamer gehaald.

De Nederlandse wet verzet zich niet expliciet tegen het invoeren van een verhoogde kiesdrempel. Artikel 53 van de Grondwet stelt immers dat de leden van beide Kamers worden gekozen op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen. Een verhoogde kiesdrempel lijkt goed te verenigen te zijn met ‘door de wet te stellen grenzen’, zolang deze niet dusdanig hoog is dat er van evenredige vertegenwoordiging helemaal geen sprake meer kan zijn.5 Ter nuancering moet wel gezegd worden dat het toestaan van kiesdrempels zijn grenzen kent. Zo ziet het EHRM een kiesdrempel van 10% over het algemeen als excessief en niet in lijn met de kiesdrempels die lidstaten van de EU hanteren.6

Versoepelde coalitievorming

Het voornaamste doel van het invoeren van een kiesdrempel is dus het voorkomen van politieke fragmentatie, om zo de beruchte Nederlandse coalitievorming te vergemakkelijken. Dit lijkt logisch: waar minder partijen zijn, zullen er minder compromissen nodig zijn voor een geoliede samenwerking. Dit effect wordt echter hevig overschat. Het invoeren van een kiesdrempel kan grofweg twee gevolgen hebben: ofwel er zullen nog steeds relatief veel partijen bestaan, maar hun behaalde aantal zetels ligt dichter bij elkaar, ofwel er blijven enkele grote blokken over. In het eerste geval verandert er niet veel ten opzichte van het huidige systeem: om een meerderheid te behalen zullen immers nog steeds een substantieel aantal partijen met elkaar in zee moeten. Ook in het tweede geval moet opgepast worden overhaaste conclusies trekken. Wanneer slechts enkele grote blokken resteren, zullen er weliswaar in absolute bewoordingen minder zienswijzen in acht genomen hoeven worden, maar de kans blijft aanwezig dat deze sterk uiteen zullen lopen. Wanneer er bijvoorbeeld twee grote blokken een meerderheid vormen, is dit geen garantie voor consensus tussen deze twee partijen over een potentieel regeerakkoord: zij zouden evengoed lijnrecht tegenover elkaar kunnen staan. De kiesdrempel zorgt er dan slechts voor dat er minder alternatieve wegen open staan om tot een meerderheid te komen die wél functioneert. Dat een verhoogde kiesdrempel per definitie voor een soepelere coalitievorming zou zorgen, is dus een grove misvatting.7

Strategisch stemmen

Een kiesdrempel zou bovendien een nieuw probleem in het leven kunnen roepen: een toename in strategische stemmers. Op dit moment zijn er in verhouding met andere landen in Nederland weinig strategische stemmers te vinden, doordat onze vergaande vorm van evenredige vertegenwoordiging ertoe leidt dat wie op een bepaalde partij stemt slechts een geringe kans heeft deze stem niet vertegenwoordigd te zien in de Tweede Kamer. De strategische stemmers die Nederland kent, stemmen op een partij waarvan zij menen dat die een reële kans maakt op een plek binnen de coalitie, niet op de partij die hun eigenlijke voorkeur geniet; zij hopen grotere partijen dus net dat spreekwoordelijke duwtje in de rug te geven. Ook de strategische tegenstem komt voor, waarbij men op een bepaalde partij stemt om deze de grootste opponent te laten overstijgen. De strategische stem blijft echter tactisch giswerk. De meerderheid binnen de Tweede Kamer kan immers op verscheidene onvoorspelbare wijzen tot stand komen, en die gevreesde opponent kan ook met een kleiner zetelaantal alsnog bij de regering betrokken worden.8 Wanneer er een kiesdrempel wordt ingevoerd, gaat dit onvermijdelijk gepaard met een grotere hoeveelheid verloren stemmen: partijen die de kiesdrempel niet gehaald hebben, ontbreekt het immers niet alleen aan een plaats binnen de coalitie, maar aan een rol binnen de algehele volksvertegenwoordiging. Alle stemmen die op deze partijen uitgebracht zijn, hebben er in het democratische proces dan in essentie niet toe gedaan. Deze wetenschap heeft het effect op kiezers dat zij sneller zullen stemmen op grotere partijen, om zich er dan toch van te verzekeren dat zij hun stem terug zullen zien in de volksvertegenwoordiging, in plaats van op de partij die hun eerste keuze was geweest.9

Opkomst nieuwe partijen

Een gevolg van dit strategische stemgedrag is dat het nog nauwelijks mogelijk zal zijn voor kleinere partijen om in de Tweede Kamer te belanden. Om het voorbeeld van de SP nog maar eens ter hand te nemen: deze partij bemachtigde in 1994 voor het eerst twee zetels in de Tweede Kamer,10 en behaalde er 12 jaar later maar liefst 25.11 Het succes dat zij boekten was te danken aan een stijgende lijn in hun populariteit. Wanneer er echter een kiesdrempel gehanteerd wordt, moet een jonge partij van meet af aan beschikken over een alles overstijgende populariteit,  dan wel over een uitzonderlijk lange adem om die populariteit te winnen. Wanneer het vertrouwen van 5% van de stemmers nodig is om in de Tweede Kamer te belanden, doet dit de opkomst van kleine partijen dan ook geen goed. De voorkeur van de stemmer zal immers uitgaan naar een partij waarvan min of meer verwacht wordt dat deze de Kamer haalt. Afgezien van de interne vernieuwingen van bestaande partijen zal er dan ook weinig sprake zijn van een frisse wind in het parlement. Het belang van splinterpartijen moet men overigens niet uit het oog verliezen, hoe eigenaardig het ook moge klinken. Alhoewel zij in de daadwerkelijke besluitvorming zelden een doorslaggevende rol zullen spelen, is hun politieke rol des te groter. Splinterpartijen komen dikwijls voort uit een bepaalde politieke niche, uit een groep die zich niet gehoord voelt. Fysieke vertegenwoordiging van deze onvrede in de Kamer is ook een onderdeel van de democratie.

Conclusie

Het invoeren van een kiesdrempel in de Nederlandse politiek zou dus weliswaar de fragmentatie tot een halt roepen, maar het is de vraag of we bereid zijn de bijbehorende prijs te betalen. De gevolgen zijn immers niet gering: er zou sprake zijn van verloren stemmen, meer strategisch stemgedrag en de opkomst van nieuwe partijen zou in de knop gesmoord worden, terwijl zij broodnodig zijn in de oppositie. We moeten ons dan ook sterk afvragen of het positieve effect van een kiesdrempel op zou wegen tegen het negatieve effect.

Schrijven is blijven zitten tot het er staat”, zo sprak nationaal wijsgeer Kees van Kooten ooit. Geweldig leek me dat: in een fauteuil neerzakken en interessant in het niets staren tot er een meesterwerk uit de printer rolt. Althans, tot ik erachter kwam dat het proces van lezen, onderzoeken en tot nieuwe inzichten komen oneindig veel leuker is. Sorry, Kees.

Reageren?

Stuur een mail naar:

irisvandenheuvel7@gmail.com

Voetnoten

1. Bij de verkiezingen in 2017 behaalden de volgende partijen zetels: VVD (33), PVV (20), CDA (19), D66 (19), GroenLinks (14), SP (14), PvdA (9), ChristenUnie (5), Partij voor de Dieren (5), 50PLUS (4), SGP (3), DENK (3), Forum voor Democratie (2). Zie voor meer informatie over de precieze uitslag

2. https://www.kiesraad.nl/actueel/nieuws/2017/03/20/officiele-uitslag-tweede-kamerverkiezing-15-maart-2017.
A. Dölle, ‘SGP Partijgeschiedenis’, Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen der Rijksuniversiteit Groningen, 19 juli 2013.

3. Parlement & Politiek, ‘Socialistische Partij’, https://www.parlement.com/id/vh8lnhrouwy6/socialistische_partij_sp, geraadpleegd op: 2 januari 2018.

4. Parlement & Politiek , ‘Tweede Kamerverkiezingen 1972’, https://www.parlement.com/id/vh8lnhronvwu/tweede_kamerverkiezingen_1972, geraadpleegd op: 2 januari 2018.
5. A.K. Koekkoek, De Grondwet, Deventer: Wolters Kluwer 2000, p. 337.
6. EHRM 8 juli 2008, no. 10226/03 (Yumak en Sadak v. Turkije).

7. M. Camps en Wytze van der Woude, ‘Kiesstelsels en coalitievorming’, Ars Aequi december 2012.

8. J.J.M. Van Holsteyn, ‘Geniaal, maar met te korte beentjes? Over verkiezingen, kiezers en kiezersonderzoek in Nederland’, oratie aan de Universiteit Leiden 16 juni 2006, p. 10-13.

9. P. Norris, R.G. Niemi, L. LeDuc,  Comparing Democracies 2: New Challenges in the Study of Elections and Voting, Londen: Sage 2009, p. 57 – 59.

10. Parlement & Politiek, ‘Tweede Kamerverkiezingen 1994’, https://www.parlement.com/id/vh8lnhronvx0/tweede_kamerverkiezingen_1994, geraadpleegd op: 2 januari 2018.

11. Parlement & Politiek, ‘Tweede Kamerverkiezingen 2006’, https://www.parlement.com/id/vhnnmt7l9z6v/tweede_kamerverkiezingen_2006, geraadpleegd op: 2 januari 2018.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up