AFSCHAFFING VAN DE LEGITIEME PORTIE

 

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna: KNB) heeft de discussie over de afschaffing van de legitieme portie onder de aandacht gebracht bij de Tweede Kamer. Veertig procent van de Nederlanders is van mening dat het mogelijk moet zijn om kinderen te onterven, zonder dat het kind recht heeft op een minimaal deel van de waarde van de nalatenschap. Aan ouders zou volledige testeervrijheid moeten toekomen, zonder beperking door de overheid. Ook vanuit de politiek, het notariaat en de advocatuur lijkt voldoende steun te bestaan voor afschaffing. De legitieme zou daardoor niet meer in een sociaaleconomische behoefte voorzien en geen maatschappelijk draagvlak meer hebben.1

Tekst door: Felicity Garretsen

LEES VERDER

HET AFSCHAFFEN VAN DE LEGITIEME PORTIE

Doel en inhoud

Ingevolge artikel 4:63 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is de legitieme portie het gedeelte van de waarde van het vermogen van de erflater, waarop de legitimaris in weerwil van giften en uiterste wilsbeschikkingen van de erflater aanspraak kan maken. Daarmee wordt bedoeld dat zijn wettelijke erfgenamen recht hebben op een minimaal gedeelte van de waarde van het vermogen van de erflater, als een erflater komt te overlijden. Als gerechtigden tot een legitieme portie kan in het bijzonder worden gedacht aan de kinderen van de erflater.2 De legitieme portie geeft de legitimaris een vordering in geld op de nalatenschap.3 Met de legitieme portie wordt onder meer beoogd om de kinderen van een erflater gelijk te behandelen en hen te beschermen tegen bevooroordeling van derden.4

Ondanks het feit dat het bestaansrecht van de legitieme portie al lang geen vanzelfsprekendheid meer is, blijft de legitieme onder het huidige erfrecht een centrale plaats innemen.

De wenselijkheid van de legitieme portie

De legitieme portie stamt uit de tijd van de Romeinse Republiek (330-100 v. Chr.). Dit instrument werd destijds gecreëerd met de gedachte dat het niet wenselijk was dat de erflater zijn vermogen aan vreemden zou vermaken ten koste van zijn eigen verwanten in de rechte lijn. Met de legitieme portie werd derhalve nakoming van een fatsoensplicht verzekerd. De testeervrijheid werd daarmee aan banden gelegd.5 Ondanks het feit dat het bestaansrecht van de legitieme portie al lang geen vanzelfsprekendheid meer is, blijft de legitieme onder het huidige erfrecht een centrale plaats innemen.6 De legitieme portie is door de jaren heen in de literatuur door verschillende auteurs onder vuur genomen. Naast geluiden die pleiten voor afschaffing van dit fenomeen, bestaan er ook geluiden ten gunste van de legitieme portie.7 De discussie is niet onopgemerkt gebleven bij de politici en kreeg een plaats op de politieke agenda. Uiteindelijk zijn de verweren tegen de legitieme voor de minister in 1997 geen reden geweest voor afschaffing. Aan het behoud hiervan hebben naast inhoudelijke redenen, ook redenen van praktische aard ten grondslag gelegen. De minister was destijds van mening dat voor de afschaffing niet de vereiste brede steun bestond en dat spoedige invoering van het nieuwe boek 4 BW in gevaar zou kunnen komen.8 De wenselijkheid van de legitieme portie is sindsdien echter onverminderd onderwerp van discussie geweest.9

Afschaffing?

Op de Nederlandse Antillen en Aruba is de legitieme portie inmiddels afgeschaft met een beroep op het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM).10 Als argument voor afschaffing wordt voornamelijk naar voren gebracht dat de legitieme portie in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM dat bepaalt dat ieder natuurlijk persoon recht heeft op het ongestoord genot van zijn eigendom. Hieruit vloeit voort dat een ieder de vrijheid moet toekomen om zelf te beslissen wat hij of zij met zijn vermogen doet. De legitieme portie verdraagt zich dan ook slecht met de huidige maatschappelijke visie omtrent de zelfstandigheid en onafhankelijkheid van de individuele mens en zou berusten op verouderde gedachten.11 De legitieme portie voorziet derhalve niet meer in een sociaal-economische behoefte en heeft geen maatschappelijk draagvlak meer. Ook zouden er andere regelingen bestaan die op zich al voorzien in voldoende correctiemogelijkheden voor de kinderen van de erflater.12 Daartegenover wordt beargumenteerd dat de legitieme portie een gerechtvaardigde inbreuk maakt op artikel 1 Eerste Protocol EVRM.

Als argument tegen afschaffing kan de verzorgingsgedachte van kinderen in het algemeen worden genoemd.

Als argument tegen afschaffing kan de verzorgingsgedachte van kinderen in het algemeen worden genoemd. Die rechtvaardigt dat familievermogen moet toegekomen worden aan de volgende generatie die met een aanzienlijke lastenverzwaring te maken krijgt. De hiervoor genoemde correctiemogelijkheden zouden ook tot rechtsonzekerheid en belasting van de rechterlijke macht leiden. Door handhaving van de legitieme portie worden (gerechtelijke) familieconflicten voorkomen, omdat dit ertoe leidt dat kinderen enigszins gelijk worden behandeld en niet geheel benadeeld kunnen worden door een derde. Afschaffing zou derhalve leiden tot toename van procedures waarin een testament wordt aangevochten. Ten derde wordt met de legitieme het risico op financieel misbruik van oudere kwetsbare personen door derden beperkt, omdat er grenzen worden gesteld aan de mogelijkheden van beïnvloeding door derden ten behoeve van zichzelf. Ten slotte kennen de meeste Europese landen een soortgelijke regeling als de legitieme portie.13

Rechtsvergelijking

Bij de totstandkoming van het erfrecht heeft het buitenlandse recht meerdere malen gediend als inspiratiebron voor de wetgever.14 In dit kader kan de vraag worden gesteld hoe de Nederlandse regeling van de legitieme portie zich verhoudt tot de wetgeving van andere landen? Er kan grofweg een onderscheid worden gemaakt tussen drie typen van wetgeving.15 Ten eerste bestaat er wetgeving naar Romaanse traditie. Hierbij geeft de legitieme portie een recht op goederen van de nalatenschap en heeft daarmee een sterk verankerde positie. Als voorbeeld kan het Franse recht worden genoemd. Ook België valt onder dit type, alhoewel met het nieuwe Belgische wetsvoorstel, waarbij uitdrukkelijk niet wordt gekozen voor afschaffing, de aard van de legitieme portie verandert en daardoor meer aansluit bij de wetgeving in de Germaanse traditie.16 Bij dit tweede type van wetgeving is de legitieme portie als instrument duidelijk herkenbaar, maar heeft deze een minder strikt karakter dan bij de Romaanse wetgeving. Als voorbeeld kan het Duitse recht worden genoemd. Kenmerkend voor de Duitse wetgeving is dat de legitieme portie, net als in Nederland, geen recht geeft op goederen van de nalatenschap maar slechts op een vordering in geld. Als derde type bestaat er de Anglo-Amerikaanse traditie, waarin de legitieme portie een beperkte uitwerking heeft of zelfs helemaal ontbreekt voor zover de aan de overlevende echtgenoot toekomende rechten ten laste van de gemeenschap daarop geen inbreuk maken. Bij dit type van wetgeving bestaat dus relatief gezien de grootste vrijheid voor de erflater. Nederland heeft door de invoering van het nieuwe boek 4 BW afscheid genomen van de Romaanse wetgeving en heeft zich aangesloten bij de Germaanse traditie.17

 In plaats van volledige afschaffing zou ook besloten kunnen worden om een mogelijkheid in de wet op te nemen voor de erflater om een legitimaris onder bepaalde bijzondere omstandigheden het recht op de legitieme portie te kunnen ontzeggen

Conclusie

Duidelijk is geworden dat de legitieme portie nog steeds ter discussie staat. De wetgever zal er dan ook niet aan ontkomen om de destijds gemaakte keuze tot handhaving van de legitieme op enige termijn in heroverweging te nemen. Enerzijds bestaan er goede argumenten die erop zien dat in de huidige moderne maatschappij de wil van de erflater door de wet gerespecteerd dient te worden. Anderzijds kan afschaffing tot onwenselijke gevolgen leiden, zoals een toename van (gerechtelijke) conflicten tussen kinderen en bevoordeelde derden en tussen kinderen onderling, met de belasting van de rechterlijke macht als gevolg. In plaats van volledige afschaffing zou ook besloten kunnen worden om een mogelijkheid in de wet op te nemen voor de erflater om een legitimaris onder bepaalde bijzondere omstandigheden het recht op de legitieme portie te kunnen ontzeggen, zoals bijvoorbeeld in het geval van een gepleegd misdrijf tegen de erflater dat niet valt onder de gronden van onwaardigheid ex artikel 4:3 BW.

 Felicity Garretsen (23) is   bezig met de afronding van haar tweede master, Notarieel recht, aan de Universiteit Utrecht.

Reageren op dit artikel? Dat kan door een mail te sturen naar:  f.h.c.y.garretsen@students.uu.nl

Voetnoten

1 <https://www.knb.nl/nieuwsberichten/40-procent-nederlanders-voor-onterven-van-kind>; <https://www.knb.nl/nieuwsberichten/knb-informeert-tweede-kamer-over-legitieme-portie> geraadpleegd op 27 november 2017.

2 M.J.A. van Mourik (red.), Handboek Erfrecht, Deventer: Kluwer 2011, X.1, X.2; Asser/Perrick 4 2013, nr. 298.

3 Zie art. 4:79 BW.

4 Parl. Gesch. Vast., p. 341 e.v.; Parl. Gesch. Inv., p. 1381, 1806-1806.

5 M.J.A. van Mourik, ‘De legitieme portie: Weg ermee!’, WPNR 1991/6018, p. 621.

6 Van Mourik (red.) 2011, X.1.

7 Van Mourik 1991, p. 623-625 en de aldaar genoemde literatuur.

8 Parl. Gesch. Inv., p. 1812; Parl. Gesch. Vast., p. 341 e.v.; Parl. Gesch. Inv., p. 1381, 1806-1806; Van Mourik (red.) 2011, X.1.

9 Onder meer B.M.E.M. Schols in: Nieuw erfrecht in de praktijk, Een evaluatie (Preadvies KNB 2006), Den Haag: Sdu uitgevers 2006.

10 F.W.J.M. Schols, ‘Erfrechtelijk chillen op de Antillen’, WPNR 2007/6717.

11 Onder meer W.C.L. van der Grinten in: Van der Ploeg-bundel, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1976, p. 31 e.v.; G.H.A. Schut, ‘Legitieme portie: zinvolle bescherming of ouderwetse bevoogding?’, RM Themis 1988, p. 105-107.

12 Brief van 18 januari 2016 van de KNB aan de Tweede Kamer betreft inbreng AO Familierechtelijke onderwerpen.

13 Brief van 18 januari 2016 van de KNB aan de Tweede Kamer betreft inbreng AO Familierechtelijke onderwerpen; Van Mourik 1991, p. 623-624 en de aldaar genoemde literatuur. Zie ook het onderzoek van De Radboud Universiteit en Netwerk Notarissen: <https://nl.surveymonkey.com/r/legitiemeportie-professionals>

14 Van Mourik (red.) 2011, X.1.

15 Asser/Perrick 4 2013, nr. 299; Van Mourik (red.) 2011, X.1.

16 B.C.M. Waaijer, ‘De Belgische erfrechthervorming: ook van de legitieme portie!’, WPNR 2017/7155, p. 481-483. Zie het Belgisch Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake (Doc 54 2282/001 Kamer 4e zitting van de 54e zittingsperiode

(2016/2017).

17 A. Verbeke, ‘De legitieme ontbloot of dood? Leve de echtgenoot!’, TPR 2000/3, p. 1111-1236; Asser/Perrick 4 2013, nr. 299; Van Mourik (red.) 2011, X.1.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up