DE UITINGSVRIJHEID VAN POLITICI

Geert Wilders werd op 9 december 2016 door de rechtbank Den Haag veroordeeld voor groepsbelediging en aanzetten tot haat en dat vanwege de ‘minder Marokkanen’ uitspraken die hij deed op 19 maart 2014 tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Den Haag. Wilders deed tijdens het proces een beroep op de vrijheid van meningsuiting, zoals dat is neergelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM). Wilders werd veroordeeld zonder oplegging van straf. Hij gaat in hoger beroep.

Tekst door: Dennis Kok

LEES VERDER

Bovenstaande situatie schetst de dunne lijn waar politici op balanceren. Er is immers sprake van vrijheid van meningsuiting, maar hoe ver reikt die voor in het bijzonder politici? In dit artikel wordt gekeken naar de bewegingsvrijheid die politici hebben omtrent de vrijheid van meningsuiting. Allereerst zal ik de politieke onschendbaarheid binnen het parlement bespreken. Vervolgens sta ik stil bij de betekenis van deze onschendbaarheid voor uitlatingen vaan politici zowel binnen als buiten het parlement. Tot slot wil ik een niet-juridische blik werpen op de voorbeeldfunctie van politici en de eventuele gevolgen van hun bekritiseerde uitspraken

Vrijheid van meningsuiting binnen het parlement

‘Politici kunnen niet worden vervolgd voor hetgeen zij hebben gezegd binnen de vergaderingen van de Staten-Generaal.’ Dit is kort gezegd hoe artikel 71 van onze Grondwet luidt. Deze parlementaire onschendbaarheid suggereert dat het onmogelijk is om direct naar de rechter te stappen wanneer politici met hun uitspraken een inbreuk maken op rechten van derden. Betekent dit dan dat er binnen het parlement grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting? Het antwoord op deze vraag luidt ontkennend. Bepaalde uitlatingen worden niet getolereerd vanwege hun inhoud.1 De vrijheid van meningsuiting voor politici in de Tweede Kamer verschilt met die van daarbuiten omdat in het parlement een waardige discussie plaats zou moeten vinden, zonder het extreme te schuwen. Toch vinden er op dit vlak wel veranderingen plaats. Zo was het in 1956 niet toegestaan te zeggen dat de minister ‘onzin’ vertelde.2 Tegenwoordig wordt wat ruimer taalgebruik getolereerd.
Het zijn met name de extremere partijen die stuiten op de grenzen van de vrijheid van meningsuiting.3 De vrijheid van meningsuiting in de Tweede Kamer lijkt dan groter te zijn dan daarbuiten. Denk bijvoorbeeld aan de uitlatingen die Wilders in de Kamer heeft gedaan over de Koran, gesproken in de Kamer. Waar uiteindelijk de grens ligt, bepaalt de kamervoorzitter. Restricties blijken vooral naar voren te komen tijdens beladen onderwerpen. De grens is niet altijd even transparant en verandert mee met de tijd.

Betekenis voor zowel uitlatingen binnen het parlement, als daarbuiten

Het doel van de hiervoor beschreven parlementaire onschendbaarheid is het mogelijk maken van een onbevreesde politieke discussie.4 Doordat de vrijheid van meningsuiting in Nederland vooralsnog ruim wordt geïnterpreteerd, genieten de politici relatief veel bescherming en zijn ze in hoge mate onschendbaar.

‘Als het gaat om situaties buiten het parlement, is met name het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) niet scheutig met het verlenen van politieke onschendbaarheid’

 

Als het gaat om situaties buiten het parlement, is met name het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) niet scheutig met het verlenen van politieke onschendbaarheid. Volgens het EHRM geldt namelijk niet voor uitlatingen buiten het parlement, zelfs niet wanneer deze identiek zijn aan de uitlatingen binnen het parlement.5 Desalniettemin weegt de vrijheid van meningsuiting van een politicus doorgaans zwaarder dan het recht op bescherming van iemands eer of goede naam.6 Het Hof is zich ervan bewust dat ‘een politicus ook in het buitenparlementaire debat een zo groot mogelijke vrijheid behoort te hebben bij het formuleren en verspreiden van zijn politieke opvattingen’. Die bescherming heeft niet alleen betrekking op de inhoud, maar ook op de vorm: die mag zelfs ‘offend, shock or disturb zijn.7 Echter, dat deze vrijheid zwaarder weegt, betekent niet dat er een speciale positie aan deze uitingen wordt toegekend. Dit zou in zekere zin in strijd zijn met de ‘equality of arms’ waar politici in het maatschappelijk debat met de burger verder mogen gaan dan de burger zelf.

Zoals het voorgaande ook al suggereert, wordt het leveren van kritiek door politici door het EHRM bij uitstek beschermd. Voor het parlement brengt dit echter geen duidelijke speciale status met zich mee.8 Vandaar het belang van de ‘equality of arms’. Mijns inziens is dit in de huidige tijd een kernbegrip in het maatschappelijk debat. Politici worden steeds toegankelijker, via optredens op tv of de bereikbaarheid via sociale media. Burgers moeten in dat opzicht ook ‘beschermd’ worden tegen een eventuele grotere vrijheid van meningsuiting die politici eventueel buiten het parlement zouden verkrijgen.

 

‘Zoals het voorgaande ook al suggereert, wordt het leveren van kritiek door politici door het EHRM bij uitstek beschermd’

Politici moeten zich naar mijn mening bewust zijn van hun verantwoordelijkheid. Zij representeren het volk. Dit blijkt wanneer een onjuist handelende politicus vanuit de partij wordt gedwongen om op te stappen.

Voorbeeldfunctie politici

Politici moeten zich naar mijn mening bewust zijn van hun verantwoordelijkheid. Zij representeren het volk. Dit blijkt wanneer een onjuist handelende politicus vanuit de partij wordt gedwongen om op te stappen. Dit brengt specifiek met zich mee dat zij hun politieke onschendbaarheid op een verantwoorde manier moeten dragen. Immers, de politicus in kwestie mag dan binnen het parlement onschendbaar zijn, de achterban moet zich wel in deze – veelal extreme – bediscussieerde uitlatingen kunnen vinden. Daarnaast moeten mensen kunnen vertrouwen op het systeem dat moet functioneren. De staat dient het algemeen belang en de politiek vervult daarin een belangrijke voorbeeldfunctie voor de hele samenleving.9

Conclusie
Politici opereren op het scherpst van de snede van de vrijheid van meningsuiting. Juridisch gezien valt er vanwege artikel 71 van de Grondwet aan uitlatingen binnen het parlement vrijwel niet te tornen. De achterblijvende vraag is of met de toenemende tv-debatten en het vele openbare optreden dit artikel doorgetrokken moet worden.

In openbare ruimtes zullen politici een blad voor de mond moeten hebben. De onschendbaarheid werkt daar immers niet door. Het EHRM en de Nederlandse rechtspraak laat uiteindelijk de precieze strekking van vrijheid van meningsuiting in het midden, om zo per concrete situatie en naar alle omstandigheden van het geval een uitspraak te kunnen doen. Hiermee sluit het juridische tweeluik van de kijk zowel binnen en buiten het parlement zich af. Er is echter een derde punt, dat meer op zichzelf staat. Dit zijn de maatschappelijke consequenties van deze (onschendbare) uitspraken. Politici zullen zich er bewust van moeten zijn wat hun uitspraken doen met hun kiezers. De speelruimte waarin politici zich bevinden is krap, maar binnen de muren van het parlement zijn ze veilig.

Dennis (20) is tweedejaars rechtenstudent met passie voor het privaatrecht.

Reageren? Stuur een mail naar: Dennis.kok@live.nl

Voetnoten

1. De ‘standing orders’ van de Senaat in de USA kennen bijvoorbeeld zowel de regel dat niemand het woord neemt dan na verlof van de voorzitter als de regels dat  ‘No Senator in debate shall, directly or indirectly, by any form of words impute to another Senator or to other Senators any conduct or motive unworthy or unbecoming of a Senator’ en ‘no Senator in debate shall refer offensively to any State of the Union’, USA standing rules of the senate XIX, www.rules. senate.com.

2. A.J. Nieuwenhuis, ‘Tussen grondrechtelijke vrijheid en parlementaire onschendbaarheid: de vrijheid van meningsuiting van de parlementariër’ Tijdschrift voor Constitutioneel Recht januari 2010, p. 4-23.

3. Bootsma & Hoetink komen ten aanzien van het schrappen van uitlatingen uit de Handelingen van de Tweede Kamer, dat tot 2001 mogelijk was, tot de volgende percentages: CPH/CPN 40%;  NSB 16%: RSAP 13 %.

4. A.J. Nieuwenhuis, ‘Tussen grondrechtelijke vrijheid en parlementaire onschendbaarheid: de vrijheid van meningsuiting van de parlementariër’ Tijdschrift voor Constitutioneel Recht januari 2010, p. 4-23.

5. EHRM 17 december 2002, A. t. VK.

6. Hof Amsterdam 21 juli 2008, beklagprocedure, LJN BD9027.

7. Hof Amsterdam 21 januari 2009, beklagprocedure, LJN BH 0496.

8. De golfbeweging wordt in dit artikel duidelijk uitgewerkt: A.J. Nieuwenhuis, ‘Tussen grondrechtelijke vrijheid en parlementaire onschendbaarheid: de vrijheid van meningsuiting van de parlementariër’ Tijdschrift voor Constitutioneel Recht januari 2010, p. 4-23.

9. M. Hooghe, ‘Hoe werkt democratie?’ De Standaard 24 april 2011, p. 49.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up