Licht op de Eerste Kamer

COVERINTERVIEW MET MR. A. BROEKERS-KNOL,

VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER

Recht en politiek komen op een bijzondere wijze samen bij mevr. Broekers-Knol. Zij is niet alleen voorzitter van de Eerste Kamer maar was ook actief als jurist. Dat was voor Juncto een bijzonder goede reden om haar te interviewen voor deze Juncto. Aldus geschiedde op donderdag jl. nadat de interviewer zelf een kruisverhoor moest ondergaan van twee marechaussees die hem wat al te lang zagen wachten bij Binnenhof 22 – de ingang van de Eerste Kamer –, zonder dat hij ook maar enige foto maakte of welk gebouw dan ook maar leek te bezichtigen en zich dus verdacht gedroeg.

Het was een bijzonder geslaagd interview waarin Broekers ons (Max van Oostrum en ikzelf) van alles heeft verteld over de Eerste Kamer en haar werk als voorzitter. Na afloop van het interview hebben we samen met Broekers ook nog de vergaderzaal van de Eerste Kamer bezichtigd en hebben Max en ik aldaar – ter voorbereiding op een mogelijke carrière als senator – alvast plaatsgenomen op de roemruchte groene bankjes. Toen ik schertsend opmerkte dat we wellicht een eigen partij zouden kunnen oprichten, wees de voorzitter er ons op dat we ons ook zouden kunnen aansluiten bij bestaande partijen. Dit omdat er al best wat partijen in het parlement zijn. Hierna volgt een verslag van het interview.

OVER DE EERSTE KAMER

Juncto: Laten we maar bij het begin beginnen! Wat zijn volgens u de functies van de Eerste Kamer?

Broekers: De belangrijkste functie van de Eerste Kamer is om alle wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer zijn aangenomen te beoordelen en een oordeel te vellen of die wetsvoorstellen aanvaard kunnen worden of niet. Dit wordt in belangrijke mate beslist aan de hand van drie criteria: rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Rechtmatigheid betekent: overeenstemming met wet- en regelgeving zoals de Grondwet. Uitvoerbaarheid wil zeggen: is het uitvoerbaar. Dat criterium hangt nauw samen met het derde criterium: handhaafbaarheid. We hebben bij het beoordelen van wetten veel minder last van de ‘hete adem’ van de dagelijkse politiek waarmee de Tweede Kamer te maken heeft. We kunnen wetsvoorstellen iets meer op afstand beoordelen. Een wetsvoorstel dat door de Tweede Kamer is aanvaard kan niet meer gewijzigd worden. De middelen zijn voor ons dan ook beperkt. Een artikel van een wet kan naar de mening van de senatoren weliswaar wat ongelukkig geformuleerd zijn maar het staat er nu eenmaal. Door diepgaande vragen te stellen kan er wel helderheid komen.

 

Juncto: Maar de Eerste Kamer heeft toch wel het recht van novelle?

Broekers: Laat ik daar heel precies in zijn: er bestaat niet zoiets als het recht van novelle. Het komt – zij het sporadisch – wel voor dat er een novelle plaats vindt. Laat ik wat cijfers geven. In de zittingsperiode 2011-2015 heeft de Eerste Kamer 996 wetsvoorstellen behandeld en daarbij hebben we 4 of 5 novelles gehad. Stel: een wetsvoorstel wordt behandeld in de Eerste Kamer. De meerderheid van de Eerste Kamer kan zich weliswaar vinden in de wet maar heeft gefundeerde bezwaren tegen een van de artikelen van het betreffende wetsvoorstel. De minister kan dan de Kamer verzoeken om de wet aan te houden. De wet gaat dan terug naar de ministerraad en de Raad van State. Vervolgens wordt het wijzigingsvoorstel aan de Tweede Kamer voorgelegd. Als de Tweede Kamer ermee instemt, komt het gewijzigde artikel in het wetsvoorstel en kan vervolgens de Eerste Kamer ermee instemmen. Het is dus niet zo dat de Eerste Kamer zegt dat het anders móet. De minister kan ook besluiten om niet te vragen om aanhouding. Dan wordt er over de wet gestemd zonder dat er een novelle aan de orde is. Het kan dan zijn dat het wetsvoorstel wordt verworpen.

 

Juncto: Hoe vaak strandt een wetsvoorstel in de Eerste Kamer? En, als dat niet zo vaak gebeurt, roept dit dan ook niet de vraag op hoe nuttig de Eerste Kamer is?

Broekers: In de periode 2011-2015 zijn acht van de 996 wetsvoorstellen verworpen. Van twee van de verworpen wetsvoorstellen liet de desbetreffende bewindspersoon zelf doorschemeren dat hij geen probleem zou hebben met verwerping. Maar wat doet de Eerste Kamer dan? Het is van belang om te beseffen dat wij de enige institutie zijn die het wetsvoorstel compleet ziet zoals het door de Tweede Kamer is aanvaard. Een wetsvoorstel wordt eerst behandeld in de desbetreffende vaste Kamercommissie. De Kamerleden kunnen dan schriftelijke vragen stellen. De leden doen daarbij hun uiterste best om de minister het hemd van het lijf te vragen. Wat wordt bijvoorbeeld bedoeld met redelijkheid? Enzovoort, enzovoort. We krijgen helaas nogal eens kluitje-riet antwoorden zoals: ‘Het is zo omdat het nu eenmaal zo is’. Vervolgens kan dan een tweede ronde van schriftelijke vragen komen. Tenslotte wordt het wetsvoorstel óf een hamerstuk, wanneer de commissie voldoende duidelijkheid heeft, óf het gaat plenair als er nog vragen leven. Dit alles heeft als doel dat er zoveel mogelijk helderheid komt over een wetsvoorstel.

Wat voor middelen kan de Eerste Kamer hiertoe inzetten? Broekers legt uit dat een minister of staatssecretaris een toezegging kan doen. Een zwaarder middel is de motie. Het verzoek is dan bijvoorbeeld om een niet al te helder geformuleerd wetsartikel zo mogelijk bij een latere wetswijziging beter te formuleren. Tenslotte kan het debat er toe leiden dat er een novelle komt.

 

Juncto: Op het eerste gezicht lijkt het allemaal goed in elkaar te zitten en is het nut van de Eerste Kamer duidelijk. Zijn er nog verbeterpunten, bijvoorbeeld in de manier waarop de Kamer gekozen wordt?

Broekers: Over het algemeen werkt de Eerste Kamer snel en effectief. De wetsvoorstellen die we vrijdag van de Tweede Kamer ontvangen staan de dinsdag daarop al op de agenda van de desbetreffende vaste Kamercommissie. Wat betreft het kiezen van de leden van de Eerste Kamer zou er iets verbeterd kunnen worden. Het zou bijvoorbeeld nuttig kunnen zijn als bij de verkiezing van de Provinciale Staten, bij de stembiljetten  een lijst wordt bijgevoegd van de kandidaten voor de Eerste Kamer. Zo weet je wie er de Eerste Kamer zou kunnen komen. Je zou ook nog kunnen overwegen – maar dan ga je wel terug naar de situatie van voor de grondwetswijziging van 1983 – om om de drie jaar de helft van de Eerste Kamer te kiezen en dat elk kamerlid voor zes jaar verkozen wordt.

Het gelijktrekken van de verkiezingen van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer lijkt volgens de voorzitter misschien een goed idee, maar dat werkt niet, bijvoorbeeld omdat het nogal eens voorkomt dat er versnelde Tweede Kamerverkiezingen plaatsvinden vanwege de “val” van een kabinet. Het lijkt lastig voor de regering als zij geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer maar tegelijkertijd betekent dit dat de regering zich extra moet inspannen om de wetsvoorstellen goed te onderbouwen. Dat werkt positief voor het democratisch proces. Zo zijn bijvoorbeeld alle wetsvoorstellen van Rutte II door de Eerste Kamer goedgekeurd, ondanks het feit dat de PvdA en de VVD uiteindelijk slechts 21 van de 38 Eerste-Kamerzetels hadden.

OVER HET VOORZITTERSCHAP

Juncto: Waarom bent u eigenlijk lid van de Eerste Kamer geworden?

Broekers: Ik heb bijna twaalf jaar in de gemeenteraad gezeten. Aan het eind van de periode was er een afdelingsvergadering van mijn partij. Toen de vergadering bijna was afgelopen merkte de voorzitter op dat er nog namen doorgegeven konden worden van mogelijke kandidaten voor het Eerste Kamerlidmaatschap. Ik heb toen mijn vinger opgestoken vanuit de gedachte dat ik een bijdrage zou kunnen leveren vanwege mijn politieke ervaring als raadslid en vanwege het feit dat ik jurist ben. De vergadering heeft mij toen voorgedragen bij de partij. Zo is de bal aan het rollen gegaan.

 

Juncto: Vervolgens werd u ook nog voorzitter. Hoe is dat gegaan?

Broekers: Mijn voorganger stapte voortijdig op. Enkele fractieleden vonden dat ik me moest kandideren. Dat heb ik gedaan. Er waren vier kandidaten, ik werd gekozen. Twee jaar later waren er, bij het aantreden van de nieuwe Kamer in 2015, wederom verkiezingen voor het Kamervoorzitterschap. Ik ben toen met algemene stemmen herkozen.

Vervolgens komt het gesprek op de onpartijdigheid die een voorzitter van de Eerste Kamer behoort te hebben. Broekers onderstreept het belang van neutraliteit. Ze geeft alle partijen dezelfde ruimte. Dat geldt ook voor haar eigen VVD-fractieleden. Broekers: ‘Iedereen is mij even lief’. Broekers merkt daarbij op dat de voorzitter zich niet inhoudelijk bemoeit met het debat, alhoewel ook Broekers soms wel ‘op haar stoel zit te stuiteren’ als ze vindt dat iets al dan niet gezegd had moeten worden.

 

Juncto: Wanneer wordt het te gortig? Wilders heeft in de Tweede Kamer bijvoorbeeld weleens het woord ‘nepparlement’ gebruikt. Wat vind u daarvan?

Broekers: Het gebruiken van het woord nepparlement is niet goed. Het woord  nepvolksvertegenwoordiger is nog minder gepast. Je kunt je afvragen waarom iemand die dat meent dan in het parlement zit. Het slaat namelijk ook op die persoon zelf. Nog niet zo lang geleden werd in een debat in de Eerste Kamer over een bepaald deel van de inwoners van Nederland gesproken als ‘De Vijfde Colonne’. Ik heb toen ingegrepen. Weten jullie wat dat inhoudt: de Vijfde Colonne?

 

Juncto: De term is inderdaad gevallen, maar mij is de betekenis helaas onbekend.

Dat verwondert Broekers enigszins. Een student Geschiedenis – want dat is de hoofdredacteur naast zijn rechtenstudie – die de historische achtergrond van de term ‘Vijfde Colonne’ niet kent! De hoofdredacteur weet zich uit deze toch wel wat benarde positie te redden door aan te geven dat dit stukje geschiedenis vermoedelijk niet aan de orde is gekomen tijdens zijn studie. Gelukkig is dat voldoende voor de voorzitter. Ze vertelt waar de term vandaan komt: van het beleg van Madrid tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Madrid viel omdat er verraders zaten tussen de verdedigers van de stad. Die verraders werden ook wel de Vijfde Colonne genoemd. Een vergelijking van een groep inwoners tijdens een debat in de Eerste Kamer daarmee was naar de mening van Broekers ongepast. Dat neemt niet weg dat elke volksvertegenwoordiger, zonder uitzondering, alle ruimte moet krijgen om zijn of haar geluid te laten horen.

 

Juncto: Een laatste vraag. Welke les(sen) zou u de lezers van Juncto – voornamelijk studenten – willen meegeven?

Broekers: De belangrijkste les is dat wij enorm blij mogen zijn dat wij in Nederland een goedwerkende democratie hebben. De tweede les is dat wij een tweekamerstelsel hebben dat waardevol is, dat werkt en dat zeker behouden moet blijven. Zo’n tweekamerstelsel is van groot belang voor de checks en balances. Het is enigszins te vergelijken met een procedure voor de rechter waarbij het gerechtshof in tweede instantie – met een iets andere blik – nog eens naar het geschil kijkt waar de rechter al over heeft geoordeeld. Checks and balances!

 

Jacob (22 jaar) is de hoofdredacteur van Juncto voor het studiejaar 2017-2018. Op dit moment volgt hij de Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht. Jacob heeft een brede interesse. Zo heeft hij naast een bachelor Rechten ook een bachelor Geschiedenis afgerond. Binnen de onderzoeksmaster wil hij zich vooralsnog gaan specialiseren in zekerheidsrechten en rechtstheorie.


Reageren? Stuur een mail naar: jvdtang@hotmail.com

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up