HOOFDDEKSEL-DISCRIMINATIE DOOR PASFOTO’S?

 

Sinds enige tijd kent Nederland een nieuwe kerk.1 De kerk van het vliegend spaghettimonster is sinds 2016 officieel ingeschreven als kerkgenootschap. De Nederlandse pastafarians, zoals de aanhangers van de kerk zich noemen, hebben zich laten inspireren door het kerkgenootschap in de Verenigde Staten. De kerk van het vliegend spaghettimonster is daar al sinds 2005 actief. In de VS is de kerk ontstaan als kritiek op de wijze waarop religie geïntegreerd is in het onderwijs. Dit zorgde, zoals de oprichter van kerk voor ogen had, voor veel controverse.

Tekst door: Marco van Zutphen

LEES VERDER

Hoofddeksel-discriminatie door pasfoto’s?

Ook in ons land is er de laatste tijd het een en ander te doen geweest omtrent deze satirische kerk. In Nederland mag men volgens artikel 28 lid 3 Paspoortuivoeringsregeling Nederland 2001 (hierna: PUN) met hoofddeksel op foto’s voor officiële documenten afgebeeld staan, mits de aanvrager kan aantonen dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd. Indien men uitzondering op de wettelijke criteria met betrekking tot pasfoto’s voor officiële documenten aanvaardt voor bepaalde religies, zou men in beginsel niet hoeven te verwachten dat er niet of nauwelijks onderscheid wordt gemaakt wanneer aanhangers van andere religies zich beroepen op diezelfde uitzondering. Voor de aanhangers van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster is een vergiet een ‘religieus symbool’. Pastafarians menen derhalve dat het hen vrij staat de vergiet op pasfoto’s te dragen, omdat zij zich ook met succes op deze uitzondering zouden moeten kunnen beroepen. Er zijn verschillende incidenten geweest waarbij een Nederlandse gemeente de pasfoto van aanvragers van officiële documenten heeft geweigerd omdat de aanvrager met een vergiet op het hoofd op de foto te zien was. Door enkele gemeenten is een beroep op de uitzondering wel geaccepteerd en mocht men een officieel document aanvragen met een pasfoto waarop men een vergiet als hoofddeksel droeg. Zo kon men in Leiden of Den Haag wel met een vergiet op een pasfoto staan, maar mocht dat in veel andere gemeenten niet.2 In gemeenten in andere Europese landen werden dergelijke pasfoto’s incidenteel ook geaccepteerd voor officiële documenten. Een Oostenrijkse man slaagde er in 2011 al in om een foto op zijn rijbewijs te krijgen waarop hij met een vergiet op zijn hoofd te zien is. In de meeste landen, waaronder Nederland bestaat vooralsnog echter geen volledige duidelijkheid omtrent de legaliteit van dit hoofddeksel op officiële documenten. De rechtbank te Groningen meent dat het bedekken van het hoofd niet door de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster wordt voorgeschreven en dat  een pasfoto waarop de aanvrager met een vergiet te zien is derhalve geweigerd kan worden door de gemeente.3

Het lijkt er dus op dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen het pastafarisme en bepaalde andere kerkgenootschappen. Dit terwijl men in beginsel zou verwachten dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen kerkgenootschappen.

Kritiek

De uitspraak van de rechtbank te Groningen  is opmerkelijk, omdat het dragen van een hoofddeksel in heilige geschriften van andere religies evenmin wordt voorgeschreven, terwijl bij het dragen daarvan op een pasfoto een uitzondering op artikel 28 lid 2 PUN wel door gemeenten wordt gehonoreerd. Het lijkt er dus op dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen het pastafarisme en bepaalde andere kerkgenootschappen. Dit terwijl men in beginsel zou verwachten dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen kerkgenootschappen. Ondanks dat de kerk van het vliegend spaghettimonster officieel is ingeschreven als kerkgenootschap bij de Kamer van Koophandel heeft dit geen constituerende werking. De betekenis van de kwalificatie ‘kerkgenootschap’ blijkt dus niet altijd duidelijk.4

Kerkgenootschap in de wet

Het kerkgenootschap is onder andere terug te vinden in artikel 2:2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).5 De positieve beantwoording van de vraag of de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster inderdaad een kerkgenootschap is heeft een aantal voordelen die voortvloeien uit de wet. Zo biedt artikel 2:2 BW organisaties die kwalificeren als kerkgenootschap inrichtingsvrijheid. Organisaties die onder artikel 2:2 BW vallen worden in beginsel geregeerd door het eigen statuut, voor zover dit niet strijd is met de wet. Dit biedt kerkgenootschappen een ruimere mate van vrijheid bij hun inrichting dan andere privaat- en publiekrechtelijke rechtspersonen. De organisatie die ex artikel 2:2 BW kan worden aangemerkt als kerkgenootschap kent dientengevolge geen wettelijke voorschriften met betrekking tot de benoeming en ontslag van personen, inrichting van organen of wijziging van statuten.

Het is dan ook maar de vraag hoe gemeenten en de rechtbank in de toekomst op een soortgelijke situatie zullen inspelen. Pastafari leven vooralsnog in grote onzekerheid.

Definitie kerkgenootschap

De wet geeft echter geen duidelijke definitie van het kerkgenootschap en daarbij komt dat de rechter artikel 2:2 BW niet zou mogen toetsen aan bijvoorbeeld artikel 6 van de Grondwet (hierna: Gw). De rechter mag artikelen in het BW echter wel toetsen aan verdragen, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Artikel 9 lid 2 EVRM beschermt de “Freedom to manifest one’s religion or beliefs”. Het EVRM biedt genootschappen die gericht zijn op godsdienst of levensovertuiging vrijwel dezelfde bescherming als de Gw. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) heeft in haar uitspraak van 25 februari 1982 een aantal criteria geformuleerd om te constateren of een organisatie al dan niet aan te merken is als een genootschap waaraan artikel 6 lid 2 EVRM bescherming beoogd te bieden. Volgens het EHRM is vereist dat men kan spreken van “a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance”.6 Er moet dus sprake zijn van begrijpelijkheid, samenhang en importantie.

Geloof of levensovertuiging?

De rechtbank te ‘s-Hertogenbosch heeft in haar uitspraak van 15 februari jl. geoordeeld dat de aanvrager geen succesvol beroep kon doen op de uitzonderingsbepaling van artikel 28 lid 3 PUN. De rechtbank kwam tot dit oordeel doordat de aanvrager op de zitting niet in staat bleek diverse vragen van de rechtbank over de inhoud van zijn geloof zelfstandig te beantwoorden.7 Dat leidde ertoe dat de rechtbank concludeerde dat er bij de aanvrager geen sprake was “van een serieuze beleven van een geloof of levensbeschouwing”.8 Door zich op deze grond te baseren heeft de rechtbank geen antwoord gegeven op de vraag of het pastafarisme aangemerkt kan worden als geloof of levensovertuiging. Hierdoor  is niet duidelijk of de kerk van het vliegend spaghettimonster kan worden aangemerkt als kerkgenootschap in de zin van artikel 2:2 BW, noch of deze onder artikel 9 lid 3 EVRM valt. Het is dan ook maar de vraag hoe gemeenten en de rechtbank in de toekomst op een soortgelijke situatie zullen inspelen. Pastafari leven vooralsnog in grote onzekerheid. 

Marco van Zutphen (23) volgt momenteel de master Onderneming en recht aan de Universiteit Utrecht.

 

Reageren? Stuur een mail naar:

m.t.j.m.vanzutphen@students.uu.nl

Voetnoten

1 ‘Vanaf nu telt het Vliegend Spaghettimonster-geloof écht mee’. Geraadpleegd op 12 september 2017: https://nos.nl/op3/artikel/2083186-vanaf-nu-telt-het-vliegend-spaghettimonster-geloof-echt-mee.html

2 ‘Pastafarians mogen niet met vergiet op ID-kaart’. Geraadpleegd op 12 september 2017:

https://nos.nl/op3/artikel/2122606-pastafarians-mogen-nog-niet-met-vergiet-op-id-kaart.html

3 Rb. Groningen 28 juli 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3626, r.o. 5.7.

4 L.M.H.A.A. Hennekens, ‘Art. 2:2 BW, het Vliegend Spaghettimonster en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging’, WPNR 2016/7105, par. 2.

5 Artikel 2:2 BW:

1. Kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, bezitten rechtspersoonlijkheid.

2. Zij worden geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met uitzondering van artikel 5 gelden de volgende artikelen van deze titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is geoorloofd, voor zover deze is te verenigen met hun statuut en met de aard der onderlinge verhoudingen.

6 Europees Hof voor de Rechten van de Mens 25 februari 1982, ECLI:CE:ECHR:1982:0225JUD000751176 (Campbell and Cosans v. UK), r.o. 36.

7 Rb. ‘s-Hertogenbosch 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:762, r.o. 2.

8 Rb. ‘s-Hertogenbosch 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:762, r.o. 5.6.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up

Sign up